Alfaport zet puntjes op de i rond projectfase Saeftinghedok

Alfaport-Voka maakt van het openbaar onderzoek rond het Saeftinghedok gebruik om de bekommernissen van de private havensector nog eens luid en duidelijk te maken. "Dit is vooral bedoeld als inhoudelijke kritiek", zegt Stephan Vanfraechem.

Alfaport-Voka bundelt in het kader van het openbaar onderzoek naar het toekomstige Saeftinghedok de bezwaren van de  verschillende stakeholders van de Antwerpse maritieme gemeenschap, lees: de rederijen, terminaluitbaters, expediteurs, magazijnuitbaters enzovoort. Directeur Stephan Vanfraechem licht toe welke commentaar zijn achterban formuleert nu het dok de projectfase nadert. In mensentaal: het moment waarop concrete knopen moeten worden doorgehakt in de aanloop naar de bouw van het nieuwe dok.

“Dit is bedoeld als een opbouwende, inhoudelijke kritiek”, zegt Vanfraechem vooraf. “We  willen het project zoals het vandaag voorligt niet afbranden, maar wel aanstippen dat er nog een aantal punten moeten worden uitgeklaard.”

Klaar voor grootste schepen

“In een volgende fase wordt er op projectniveau nagedacht over de concrete uitwerking van het nieuwe dok: het gaat niet meer om strategische afwegingen, maar om de concrete uitwerking: welke afmetingen, welke exacte ligging, noem maar op. In het licht daarvan dringen we erop aan dat er meer gedetailleerd onderzoek gebeurt rond de nautische toegankelijkheid ervan. Bij onze stakeholders leven nog bezorgdheden die opheldering verdienen. Het dok moet de grootste containerschepen kunnen ontvangen zonder fysieke belemmeringen. We hopen dat in het geplande nautische onderzoek met die bezorgdheid rekening wordt gehouden. “

24/7-garanties

“Aan de politieke beslissing rond het voortbestaan van Doel tornen we niet, maar we dringen aan op een pragmatische aanpak. Vanuit het bedrijfsleven drukken we op garanties voor de 24/7-uitbating van de toekomstige activiteiten in het nieuwe dok. Dat koppelen we aan de modal-splitambities die maatschappij en politiek vooropstellen. Je hebt een fysiek, maar ook een wetgevend kader nodig waarin de private sector tot een modal split kan komen. Je kunt niet aandringen op meer goederenbehandeling via spoor en binnenvaart, enkel binnen de kantooruren. De contouren van de gewenste modal split liggen vast, maar dat betekent ook dat bepaalde bewegingen ’s nachts zullen plaatsvinden. Als je de geplande extra volumes wil opvangen, moet je de 24 uren beter benutten, zoals we nu al doen met nachtopeningen voor het wegtransport.”

Modal Split

Voorts dringt Alfaport aan op flankerend beleid rond de modal-splitdoelstellingen: “De modal-splitambities zijn een gedeelde verantwoordelijkheid tussen overheid en private sector. Nieuwe terminals zullen moeten investeren in spooraansluitingen. Dat zijn nu eenmaal de spelregels die de overheid oplegt, bijvoorbeeld de ambitie om het spoorvervoer naar 15% te tillen. Maar dan moet de overheid ook haar deel van de afspraak nakomen: zorgen voor aansluitingen op het net, met voldoende capaciteit en geëlektriseerd. Daar kan ik enkel vaststellen dat de budgetten van Infrabel onder druk staan.”

“We zijn niet tegen de modal split, maar ik mis in het debat wel het verhaal van een gedeelde verantwoordelijkheid én de openheid om te willen zien dat de combinatie van properder vrachtwagens en gespreid vervoer ook een deel is van de oplossing. Rond spoor en binnenvaart dreigen dwingende mantra’s te ontstaan. De overheid heeft een verantwoordelijkheid te nemen qua infrastructuurinvesteringen en moet voldoende openheid aan de dag leggen om te zien dat bepaalde gewenste verschuivingen ook op andere manieren tot stand komen. In het nieuwe dok moet je ook rekening kunnen houden met dergelijke onverwachte innovaties.”

Stakeholders ongeduldig

“Ik ga er ook vanuit dat de overheden hun werk doen en kunnen garanderen dat het project er komt binnen een zekere termijn. Bij de investeerders moet je niet afkomen met knopen op het federale niveau. Die investeerder redeneert: “U hebt mij gedwongen om in 2023-2024 klaar te zijn om die ambities qua spoor en binnenvaart te halen. Ik heb mijn deel van het werk gedaan, maar nu loop ik tegen een muur. Vandaar onze commentaar: als een realitycheck voor de beleidsmakers, om het project nu zo concreet mogelijk te maken. Ook op federaal niveau moet die sense of urgency er voldoende zijn.”

“Over de NOx-emissies aan land- en waterzijde verwachten de beleidsmakers inspanningen vanaf 2025. Wat doen ze dan met het track record dat veel bedrijven nu al lopen, bijvoorbeeld door het overschakelen op alternatieve brandstoffen voor straddle carriers? Worden die inspanningen van voor 2025 dan terzijde geschoven? We willen toch niet het signaal geven dat je tot 2025 de pedalen stil moet houden? Over de emissies van de scheepvaart wordt internationaal gedebatteerd, dat moet men op Vlaams niveau toch beseffen. We willen duidelijkheid, want die vragen leven echt wel.”

Op de discussie over de vorm van het dok, het gebruik van één zijde, komt Alfaport schijnbaar niet meer terug?

“Wat ons betreft mag het dok zo groot mogelijk zijn. Er is nu eenmaal een politieke beslissing gevallen, met aandacht voor inbreiding en uitbreiding. Wij hopen dat er ook in de projectfase verduidelijkt wordt of er misschien nog extra ligplaatsen komen.”

Blijft de vraag: hoe diep kan de overheid nog ingaan op de bezwaren?

“We maken gewoon gebruik van ons recht op inspraak tijdens het openbaar onderzoek, zoals ook andere groepen dat doen. We maken gewoon gebruik van de mogelijkheid om duidelijk te maken met welke vragen onze achterban nog zit in deze fase van het project. Een aantal erg concrete zaken moet in de projectfase duidelijk worden. We blijven ook aanwezig binnen het actorenoverleg.”

 “In de loop van de komende maanden verwachten we een antwoord. Tijdens actorenoverleg of in bepaalde werkgroepen krijg je dan antwoord. Onze bezorgdheden rond het nautische en rond Doel waren al bekend, we herhalen gewoon die bekommernis. We willen niet in een scenario verzeilen zoals in Grobbendonk, waar een multimodale terminal moest sluiten door klachten van omwonenden. We willen vermijden dat er een spreidstand ontstaat tussen de krijtlijnen die de overheid uitzet op bijvoorbeeld het vlak van de modal shift en anderzijds de realiteit van het vergunningenkader. In die discussie moet de Vlaamse overheid kleur bekennen.”

Als er tegen het einde van het jaar regeringen zijn op Vlaams en federaal niveau, tenminste?

“Voor dit project is het cruciaal dat er snel een Vlaamse regering komt, dat daar de belangrijke beslissingen voor het einde van het jaar genomen kunnen worden. De volgende federale overheid moet in functie van dit dossier vooral werk maken van een krachtdadig spoorbeleid: beter gebruiken wat we hebben, kijken of organisaties als Infrabel werken zoals het hoort, en zoveel mogelijk versterken met oog op de toekomt. Ook qua digitalisering mag er nog een tandje bij.”

Wanneer gaat de schop de grond in?

“Wij gaan uit van 2024. Maar de enige die daar een zinnig antwoord op heeft, is de projectleiding.”  

Michiel Leen