DEME bouwt in Oostende waterstoffabriek voor transport en industrie

Waterbouwgroep DEME, financier PMV en Haven Oostende plannen tegen 2025 de eerste Europese grote waterstoffabriek op offshore windelektriciteit: HYPORT. De voornaamste afzetmarkt voor HYPORT wordt waterstof als transportbrandstof.

In oktober kocht Haven Oostende alle aandelen in de Renewable Energy Base Ostend (REBO) over van waterbouwgroep DEME en Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV). Die hadden tien jaar geleden mee de opstart van REBO helpen financieren en staan nu opnieuw klaar voor een gezamenlijk project. Tegen 2025 bouwen ze de eerste grootschalige waterstoffabriek op groene stroom van Europa.

“De komende jaren wordt de capaciteit van de Belgische offshorewindparken uitgebreid van 2,26 naar 4 gigawatt in 2030”, zegt Dirk Declerck, gedelegeerd bestuurder van Haven Oostende. “Dat is voldoende om de helft van de Belgische huishoudens van stroom te voorzien. De pieken in productie vallen echter zelden samen met de verbruikspieken. Dit schept grote mogelijkheden om met groene stroom waterstof te produceren.”

Volume olietanker

Haven Oostende wijst voor HYPORT zeven hectare toe in het havengebied Plassendale 1, verdeeld over twee terreinen langs de Esperantolaan. De productie komt aan het kanaal Oostende-Brugge waaruit de ‘grondstof’ water zal geput worden. De opslag komt op een terrein nabij een spoorweg. Havenvoorzitter Charlotte Verkeyn verwacht in eerste instantie een dertigtal directe arbeidsplaatsen plus een groot aantal bij de toeleveranciers.

“Eenmaal volledig operationeel, mikken we op een productiecapaciteit van 300 megawatt”, zegt Declerck. “Dat zou resulteren in 50.000 ton waterstof per jaar. Dit volume is te vergelijken met een grote olietanker, met dat verschil dat waterstof een veel hogere energetische waarde heeft dan petroleumproducten. Dit wordt de grootste fabriek voor productie op basis van groene stroom die we kennen. Alleen in Duitsland bestaan er kleinschalige demonstratieprojecten op groene stroom.”

Scheepvaart overschakelen

Algemeen directeur Peter Van Den Bergh van DEME Concessions schetst een gefaseerde aanpak: ”Eerst onderzoeken we de haalbaarheid en werken we een ontwikkelingsplan uit. Daarna starten demonstratieprojecten met mobiele walstroom en met een innovatieve elektrolyser van circa 50 megawatt. Tegen 2022 start een grootschalig walstroomproject, gevoed met groene waterstof. In 2025 willen we de fabriek voor commerciële, groene waterstof operationeel hebben.”

Gedelegeerd bestuurder Luc Vandenbulcke van DEME Group ziet als voornaamste afzetmarkten transport en chemie. “Er is een grote vraag, onder meer in de scheepvaart. Wij hebben zelf een aantal vaartuigen met lng-motoren die geschikt zijn om op waterstofgas over te schakelen.”

Halve kerncentrale

Het exacte investeringsbedrag zal pas duidelijk worden tijdens het opmaken van het businessplan in de komende twaalf maanden, zegt Declerck: “Dit zal in de honderden miljoenen euro’s lopen. Daar tegenover plaats ik graag de maatschappelijke kosten en baten. Het totale productievermogen in België – kerncentrales, windenergie, zonneparken enzovoort – bedraagt 22 gigawatt. Onze 300 megawatt wordt bijna een halve kerncentrale.”

“Van die nationale productiecapaciteit van 22 gigawatt wordt maar de helft dagelijks verbruikt”, weet burgemeester en voormalig minister van energie Bart Tommelein (Open Vld). “Als we het overschot op piekmomenten niet op de markt brengen, is het verloren. Bovendien doen we hier een geweldige zaak voor de klimaatdoelstellingen: HYPORT zal op termijn een CO2-reductie van 0,5 tot 1 miljoen ton per jaar opleveren. Dat is twee tot vier keer de CO2-uitstoot in heel de stad Oostende. Cruciaal wordt de aansluiting van Oostende op de nieuwe windparken op zee. Omdat die voor de westkust gebouwd worden, verwachten we dat hun elektriciteit hier aan land zal komen in plaats van verder naar het oosten in Zeebrugge.”

Niet in de weg van andere havens

Pakken DEME, PMV en Haven Oostende met dit initiatief de brede coalitie(s) van grote havens in België en Nederland op snelheid? “Wij werken aanvullend en er zal meer dan genoeg vraag naar waterstof ontstaan”, meent Declerck.

“We komen niet in conflict met bijvoorbeeld onze collega’s in Antwerpen en Zeebrugge die eraan denken om groen geproduceerd waterstof van Zeebrugge via de aardgasleidingen naar de Antwerpse industrie te brengen. Wij zullen voornamelijk afvoeren via het spoor en de binnenvaart met als voornaamste afzetmarkt het transport en de mobiliteit. Ik verwacht dat de volgende generaties meewarig zullen terugdenken aan de huidige generatie die voor haar transport op fossiele brandstoffen aangewezen was.”

Roel Jacobus