België strijdt tegen “zeer nadelige” cooling-offperiode na cabotage

Nieuws, Logistiek
Philippe Van Dooren

Een ‘cooling-offperiode’ betekent dat vervoerders na cabotage gedurende een bepaalde periode geen nieuwe cabotage meer mogen ondernemen. Dat werd in het Mobility Package van de Europese Commissie opgenomen (onder meer op vraag van Frankrijk). Hiermee wil de EU vermijden dat de lidstaten overspoeld worden door systematische cabotage.

Het Europees Parlement stelt voor dat de cooling-offperiode zestig uur duurt. De Europese Raad (de Transportministers) willen zelfs een periode van vijf dagen. Beide instellingen moeten, met de Europese Commissie een beetje als schoonmoeder, de knoop doorhakken in een zogenaamde ‘triloog’. Naar verwachting zal die in november plaatsvinden, wanneer het Parlement effectief begint te werken en de nieuwe Commissie is samengesteld.

De Belgische sector – Febetra, TLV en UPTR – heeft beslist om een sterk front te vormen om een alternatief in het Europese voorstel te krijgen. Uit een studie blijkt immers dat het Parlementsvoorstel “zeer nefast” zou zijn en dat een cooling off van vijf dagen, zoals de EU-ministers willen, zelfs “helemaal dramatisch” zou zijn.

Bedreiging

Om de impact van de periode in te schatten, voerde ITLB (Instituut wegTransport & Logistiek België) op vraag van de federaties een enquête uit bij ruim vierhonderd transportbedrijven. Daaruit blijkt dat bijna 25% van de Belgische transporteurs meerdere keren per week cabotageopdrachten in de buurlanden verricht. Die vormen een onmiskenbaar deel van hun verdienmodel. “Bijna 10% doet zelfs dagelijks aan cabotage, hoofdzakelijk in Frankrijk. Ze vertrekken bijvoorbeeld naar Parijs, nemen een terugvracht van Parijs naar Valenciennes en keren terug naar huis. De volgende dag idem. Zelfs een korte coolingdown van 24 uur zou veel Belgische vervoerders dus nog heel hard treffen,” zegt Lode Verkinderen van TLV.

Volgens de federaties zou de wetgever een cooling-offperiode kunnen aanvullen met een alternatieve keuze: het voertuig waarmee cabotage is uitgevoerd, zou vrijgesteld worden van afkoelingsperiode indien het na de cabotagerit naar diens thuisland terugkeert.

Topoverleg

De drie beroepsfederaties voor het goederenvervoer over de weg waren daarom maandag te gast bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie. De sector stelde daar het tegenvoorstel  voor. “Wij hebben kunnen vaststellen dat het beroep en de Belgische overheid op dezelfde lijn zitten. Dat is zeer positief”, stelt Philippe Degraef van Febetra. Maar hij geeft toe dat het een moeilijk dossier is, omdat de breuklijn, in tegenstelling tot in andere dossiers, niet Oost-West is.

“De ‘Wegvervoeralliantie’ van West-Europese Transportministers kan ons hierin niet steunen, omdat de twee steunpilaren – België en Frankrijk – niet op dezelfde golflengte zitten. Frankrijk is immers de grootste voorstander van de cooling off. De vervoerders van dat land caboteren weinig, maar door zijn omvang is dat een van de aantrekkelijkste lidstaten om er cabotageritten uit te voeren. Vooral de Spanjaarden doen er aan cabotage en volgens de Franse vervoerders werkt dat marktverstorend”, zegt hij.

Verdere acties

Volgens de federaties was de vergadering van gisteren “een eerste belangrijke stap om de dreiging die boven het hoofd van de Belgische vervoerders hangt, af te wenden. Wij zullen echter niet bij de pakken blijven neerzitten en bereiden verdere acties voor”, stellen ze in een gemeenschappelijk communiqué.

Philippe Van Dooren