Digitale vrachtbrief levert sector besparing 372 miljoen op

Nieuws, Logistiek
Philippe Van Dooren

Het VBO en de federale Dienst Administratieve Vereenvoudiging (DAV) hebben vandaag de resultaten van een enquête over het gebruik van de e-CMR in België voorgesteld. Dat gebruik is nu nog maar marginaal. Uit de cijfers van de FOD Mobiliteit blijkt immers dat er in ons land nog maar 4.234 e-CMR’s worden opgesteld (in het kader van een Beneluxproefproject), terwijl jaarlijks 28 miljoen papieren vrachtbrieven worden gebruikt.

Uit de peiling blijkt dat een aantal factoren het gebruik van de digitale vrachtbrief afremmen. “Bij de gebruikers van de e-CMR zijn dat het feit dat het experiment zich beperkt tot de Benelux (48%), het gebrek aan kennis (48%) en de onzekerheid rond de waarde van de handtekening (529%). Bij de niet-gebruikers is de hoofdreden het gebrek aan kennis (80%), het Beneluxterritorium (75%) en de systemen die niet compatibel en interoperabel zijn (59%)”, zegt Sofie Brutsaert, adviseur logistiek bij het VBO.

De e-CMR kan nochtans veel tijdswinst opleveren. De doorlooptijd (tekenen bij laden, ontvangen, tekenen bij lossen en archiveren) met een papieren CMR is voor een verlader 15 minuten en met een e-CMR 4,3 minuten. Voor de transporteur daalt de doorlooptijd van 21,1 naar 11,3 minuten. Een opvallende vaststelling is dat de niet-gebruikers de tijdswinst veel lager inschatten.

13 euro per vrachtbrief

De tijdswinst werd omgerekend naar geldwinst. “Met de overstap naar de elektronische vrachtbrief kunnen verlader, transporteur en ontvanger samen 13,11 euro per vrachtbrief besparen. Als je weet dat er in België jaarlijks zo’n 28 miljoen vrachtbrieven opgemaakt worden, dan bedraagt het totale besparingspotentieel zo’n 372 miljoen euro”, stelt Tom Wolfs van de DAV vast.

Volgens minister van Digitale Agenda en Administratieve Vereenvoudiging Philippe De Backer is er dus een enorm besparingspotentieel. Hij wil de transporteurs dan ook aanmoedigen om de switch te maken. “Dankzij de digitalisering kan je niet alleen geld besparen, je vermindert ook de administratieve rompslomp en je zorgt ervoor dat controles efficiënter kunnen verlopen”, zegt hij.

De Backer erkent wel dat de investeringskost zowel voor de verladers als de transporteurs groot is. “Maar als er voldoende schaal is, kan de kost beter gespreid worden. Zeker in een sector waar de marges zo klein zijn. Maar als er geen schaal is, zijn de voordelen beperkt. Het is dus een kip-en-eiverhaal”.

Platform of sotwarepakket

De resultaten van de enquête werden voorgesteld bij het transportbedrijf L. Van Bogaert in Hamme. Dat bedrijf digitaliseert volop en bereidt het gebruik van de e-CMR actief voor.

Zaakvoerder Bart Malfliet heeft gekozen voor de implementatie van een softwarepakket. “Men kan ook kiezen voor het gebruik van een platform in de cloud. Dat is goedkoper. Maar wij willen de e-CMR koppelen aan ons facturatiesysteem. Dat vergt iets meer tijd dan voorzien”, zegt hij. Hij heeft wel al twee opdrachtgevers bereid gevonden om mee te stappen in het verhaal.

Volgens hem is er, naast het kostenplaatje, ook nog de nood aan opleiding en vooral een te groot aanbod van softwarepakketten die niet noodzakelijk compatibel zijn. Volgens De Backer zal dat laatste probleem zich vanzelf oplossen. “Een aantal aanbieders heeft nu al aangekondigd dat ze meer gaan samenwerken op het gebied van interoperabiliteit. Dat is een teken aan de wand”, zegt hij.

Volgens hem zal ook veel veranderen wanneer een en ander op Europees niveau geregeld is. “De Europese Commissie werkt aan een richtlijn die een kader vastlegt voor de uitwisseling van digitale gegevens die deel uitmaken van de vrachtbrief. Het voorstel is al door het Parlement goedgekeurd en de Transportraad buigt zich hier begin juni over. Nu zijn er verkiezingen en moet een nieuwe Commissie aantreden, maar ik verwacht dat er eind dit jaar een compromis kan worden gesloten”, zegt hij hoopvol.

Philippe Van Dooren