Logistieke dienstverleners handelen groener dan verladers

Nieuws, Scheepvaart
Philippe Van Dooren

ING publiceerde zopas de studie ‘Green Supply Chains, implications and challenges for Rhine-Scheldt Delta Seaports’. Dat is al de zevende studie van de bank over de logistieke en maritieme transportsector. Dit jaar werd ze uitgevoerd door professor Theo Notteboom (Universiteit Antwerpen), Steve Sel (VIL) en dr. Larissa van der Lugt (Erasmuscentrum Rotterdam). Ze formuleert een reeks aanbevelingen voor bedrijven in de supplychains van de havens. Die zijn gebaseerd op een enquête van VIL waaraan een honderdtal bedrijven in Antwerpen en Rotterdam deelnamen. 

Voor 70% van hen stond de vergroening al voor 2015 op de agenda. Twee jaar later hadden 68% van de respondenten ze in de missie van het bedrijf opgenomen en 67% waren al tot de daad overgegaan. “Hoewel 85% van de verladers de vergroening in hun missie hebben opgenomen, is maar de helft van hen tot actie overgegaan. 80% van de logistiekers, daarentegen, hebben al actie ondernomen terwijl ze een groen beleid nog niet eens in hun missie hebben geïntegreerd”, zegt Sel. Volgens hem is het ook opvallend dat 1 bedrijf op 10 geen agenda heeft op het gebied van duurzaamheid en 1 op 5 nog niet tot de actie is overgegaan.

Jonge werknemers aantrekken

Bedrijven die wel werken aan een groene supplychain doen dat vooral om redenen van concurrentiekracht, waardecreatie, reputatie en maatschappelijke verantwoordelijkheid. “Opvallend: bijna de helft van de respondenten stelt dat een groen beleid belangrijk is om jonge krachten aan te trekken”, zegt Sel. De grootste drijfveren zijn wel economisch. Twee derde van de respondenten gelooft dat vergroening niet zomaar een kost is, maar ook een middel om geld te genereren. “Maar als we naar de barrières kijken, dan blijkt dat de ondernemingen zich zorgen maken over de impact op winstgevendheid voor de ondernemingen”, voegt hij toe. Volgens hem is dat niet de enige tegenspraak die de enquête opleverde.

Wens opgelegde standaarden

Een andere barrière zijn de twijfels rond continuïteit in het beleid van de overheid en haar stimuli. Overigens peilden de onderzoekers ook naar de rol van die overheid. Maar liefst 87% vindt dat die vooral bestaat uit het verstrekken van informatie. Slechts 55% van de respondenten vindt dat de overheid minimale standaarden moet opleggen. “Wel staat 100% van de rederijen daarachter. Dat wijst erop dat ze graag groene maatregelen zouden willen nemen, maar dat niet doen om zichzelf niet met een competitief nadeel op te zadelen”, vervolgt Sel. De groep bedrijven die denkt dat belastingen een instrument kunnen zijn, is lichtjes groter dan de groep die ze afwijst. “Het bedrijfsleven in de havens wil dus dat de overheid een zachte dwang uitoefent.”

Geen KPI’s

“Nog een opvallende vaststelling is dat de meeste bedrijven neutraal staan tegenover de verschillende KPI’s (key performance indicators, red.) om de efficiëntie van groene maatregelen te meten. Dat komt omdat veel bedrijven er helemaal geen hanteren. Vooral de kmo’s zijn niet met KPI’s bezig. Dat betekent dat er bij hen veel ‘quick wins’ te halen zijn”, constateert Sel.

Geen invloed op keuze haven

Uit de enquête blijkt nog dat acties rond vergroening zo goed als geen invloed hebben op de keuze van een haven, wel op de keuze van de logistieke dienstverlener of van de transportmodus. Een ruime meerderheid vindt dat de vergroening een goede reden is om meer samen te werken.

Dertien aanbevelingen

In de studie wordt een reeks van 13 aanbevelingen voorgesteld om het beheer van de groene supplychain van zeehavens te versterken. En regeringen worden uitgenodigd om passende initiatieven te nemen.

“Een belangrijke aanbeveling naar de overheid en de maatschappij toe is dat clustering een grote ecologische meerwaarde heeft. Industriële bedrijven concentreren in de havens heeft – in tegenstelling tot de perceptie – een gunstig effect op de vergroening. Want transportafstanden zijn kleiner en er ontstaan meer mogelijkheden om samen te werken. Denk bijvoorbeeld aan het delen van de restwarmte uit industriële processen”, zegt Notteboom.

Hij zegt verder nog dat de overheid de havenautoriteiten niet mag dwingen de taken van de belastingsdienst over te nemen. “Belast de vervuiler aan de bron. Een beleid van kortingen op de havenrechten is veel beter dan vervuilende schepen te belasten. Ook is het beter van een proactief beleid te hebben door normen op te leggen”, stelt Notteboom nog.

Philippe Van Dooren