Mobiliteitsevent Antwerpen: “IJzeren Rijn desnoods zonder Nederland”

Nieuws, Scheepvaart
Michiel Leen

De sombere vooruitzichten voor de mobiliteit in Antwerpen zorgden ervoor dat het jaarlijkse Mobility Event van het Antwerpse Havenbedrijf dit jaar een dubbelslag werd: dinsdag in de vroege namiddag organiseerden expediteursvereniging VEA, CEB en Havenbedrijf gezamenlijk een ‘multimodale marktplaats’. Het tweede deel van het programma was gewijd aan inhoudelijk debat over de invulling van meer multimodaliteit in de Antwerpse haven. De sense of urgency is er wel degelijk, vanuit het besef dat de Oosterweelwerken de situatie op de weg nog zullen verergeren. Meer transport via de binnenvaart (barge), het spoor (rail), en shortsea is nodig. Wegtransport, ook in de prognoses nog goed voor de helft van alle goederenverplaatsingen, liefst ’s nachts. Een aanpak die wordt samengevat in de afkorting B.R.S.N. (Al dan niet mee te zingen op de tonen van ‘Y.M.C.A.’ van The Village People.)

Markt

Aan de debatten gaat een ‘multimodale markplaats’ vooraf, waar zo’n 250 professionals uit de transport- en logistieke sector meer te weten kunnen komen over elkaars aanbod. Rederijen en verladers tekenen present, maar ook railoperatoren en de buitenlandse vertegenwoordiging van het Havenbedrijf. Tonen wie wat doet op het vlak van multimodaliteit valt onder de ‘community building’-taak die het Antwerpse havenbestuur zich stelt.

Y.M.C.A.

’s Avonds luisteren zo’n vierhonderd bezoekers naar de debatten in het teken van “B.R.S.N.” Mobiliteitsmanager van het Havenbedrijf Tom Verlinden toont dat er wel degelijk alternatieven zijn voor de weg. Wie de weg op moet, doet dat bij voorkeur ’s nachts, wanneer er plaats is op de weg. Een aanpak die transporteur Kurt Joosen even komt toelichten. 

In de bargetrafiek lijkt het de goede kant op te gaan. De consolidatie zorgt voor 40% minder ‘calls’ van binnenschepen aan de terminals in de haven, slechts 4% van de trafiek verloopt via de hubs. De handling moet in de komende maanden wel nog verbeteren, schat Francis De Ruyter van ATS in. 

Zorgenkindje spoor

Dan lijkt het spoor een groter zorgenkindje. Dat het aandeel van het spoorvervoer nog stevig moet stijgen (naar 15%), wisten we al. De wegen naar dat doel blijven bochtig. In die mate dat Niels Van Vliet van Railport niet in detail wil gaan over de voorliggende plannen om de constructieve sfeer rond de onderhandelingstafel niet te verstoren. De ambitie blijft wel om snel te schakelen in het uitbouwen van de railactiviteiten in het havengebied. 

Steven Declercq van DP World heeft minder geduld. Hij heeft een duidelijke boodschap voor infrastructuurbeheerder Infrabel: de kost voor infrastructuur moet naar beneden. Het moet ook gedaan zijn met de pesterijen wanneer een rail path door omstandigheden moet worden aangepast of geannuleerd. Een goederentrein voor Antwerpen mag slechts 90 teu bedragen, 20% minder efficiënt dan bij de concurrentie. Het spoor in de haven moet geëlektriseerd worden tot op de terminal. Nu is de last mile de duurste.” 

“Dan maar zonder Nederland”

Declerq heeft ook kritiek op het getalm rond de IJzeren Rijn: “Dat verhaal krijgt brexitallures. Er wordt nu al decennia over gepraat. Nederland blijft dwars liggen. De IJzeren Rijn moet er komen, desnoods zonder de Nederlanders, met een traject over Belgisch en Duits grondgebied.” Het komt Declercq op bescheiden applaus te staan. Tot slot wil hij grotere zichtbaarheid voor Antwerpen in het verhaal van de nieuwe Zijderoute. “Nu denkt iedereen dat Hamburg de logische eindhalte is van het One Belt, One Road-traject.”

“Never waste a good crisis”

Aan Havenbedrijf-CEO Jacques Vandermeiren (foto) het laatste woord. “Infrastructuurwerken alleen lossen de problemen niet op. Er is een modal, maar ook een mental shift nodig. Net als in mijn eerste speech voor de haven herhaal ik dat we moeten breken met het conservatisme. ‘Never waste a good crisis’ om daar verandering in te brengen.”

Michiel Leen