Franse chauffeurs krijgen bescheiden loonsverhoging

In Frankrijk hebben de sociale partners eindelijk een akkoord bereikt over de herziening van de lonen in het wegvervoer. De onderhandelingen sleepten al twee jaar aan en verliepen soms bijzonder grimmig. Het resultaat is toch evenwichtig geworden.

In Frankrijk worden de lonen normaal jaarlijks herzien in het kader van de ‘Négociations Annuelles Obligatoires’ (NAO). Het laatste akkoord dateert van december 2012.

Eind 2013 legden de vijf chauffeursbonden echter een eisenbundel op tafel die de vervoerders onaanvaardbaar vonden: zij eisten een loonsverhoging van 5% voor alle chauffeurscategorieën met een minimum van 100 euro per maand, een dertiende maand, een verbeterde eindeloopbaanregeling, een betere sociale zekerheid en de afschaffing van de carensdagen bij ziekte.

De werkgevers (FNTR, TLF en Unostra), daarentegen, wezen op het feit dat zij het bijzonder moeilijk hebben en wilden niet verder gaan dan een verhoging van 0,7% tot 1,9%. Dat laatste voor de laagste categorieën.

Harde acties en gijzeling

Beide kanten bleven bij hun standpunt en dat leidde tot stakingen, acties en zelfs een gijzeling van de onderhandelaars van de werkgevers. Begin dit jaar raakten de onderhandelingen dan ook volledig in het slop.

Enkele weken geleden werden ze in alle discretie dan toch hervat.

Zopas is een akkoord bereikt over de ‘conventionele minima’ in het wegvervoer en aanverwante activiteiten. Het werd een bescheiden loonsverhoging.

Bescheiden loonsverhoging

Voor de arbeiders bedraagt de verhoging van de barema’s 2,14 tot 2,65%, afhankelijk van de categorieën. Voor de bedienden is de verhoging gelijkaardig. Voor de kaderleden en de werknemers met verantwoordelijkheden (‘agents de maîtrise’) blijft de loonsverhoging beperkt tot 2,14%.

Het akkoord treedt op 1 januari 2016 in werking.

Volgens FNTR, TLF et UNOSTRA  waren de eisen van de bonden nu wel compatibel met de economische realiteit. “Dit loonakkoord opent dan ook de weg voor de ondertekening van andere nevenakkoorden, onder andere over de beroepsopleiding”, aldus de werkgevers.