Dag van de Zeevaarder: vrouwen in de kijker, maar positie is precair

De Internationale dag van de Zeevaarder staat dit jaar in het teken van gelijke vrouwenrechten. De IMO lanceert een speciale hashtag en ook het agentschap MDK pakt uit met vrouwelijke expertise. De situatie van vrouwen aan boord blijft wel precair.

25 juni, Internationale Dag van de Zeevaarder. De International Maritime Organisation (IMO) zet dit jaar in op gendergelijkheid aan boord. Met de hashtag #iamonboard wil de organisatie de vrouwen in de varende beroepen in de kijker plaatsen. Ze zijn nog altijd een absolute minderheid op de wereldzeeën, en daar mag volgens de IMO weleens verandering in komen. 

Moeder en dochter 

Ook het Vlaams Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) zet in op gendergelijkheid, al geeft administrateur-generaal Nathalie Balcaen toe dat, met slechts dertien procent vrouwen in de rangen, ook het MDK nog een weg heeft af te leggen. "We zoeken kapiteins, matrozen en scheeptechnici maar vinden daar niet onmiddellijk invulling voor. Vandaar deze warme oproep aan het einde van het schooljaar om ook meisjes, die nu afstuderen aan het lager en secundair onderwijs, aan te moedigen om een opleiding te kiezen in een maritieme richting.”

Een van de pleitbezorgers is Réjane Gyssens, ooit de eerste vrouwelijke kapitein op de lange omvaart en nu hoofd van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC). Haar dochter Fay (foto) stapt in haar voetsporen: ze zit in haar derde jaar aan de Hogere Zeevaartschool en vaart momenteel in internationale wateren. 

Ook de internationale redersvereniging ECSA benadrukt vandaag haar inspanningen rond genderdiversiteit en -gelijkheid. Samen met de Europese Transportbond ETF heeft ECSA een voorstel voor subsidiëring voorgelegd aan de Europese Commissie om meer vrouwen aan het varen te krijgen. 

Veel werk aan de winkel 

ACV-vakbondsman Christian Roos heeft wel kanttekeningen bij al die goede bedoelingen. Hij gaat als ITF-inspecteur vrijwel dagelijks op internationale schepen. “Ik ben altijd tevreden als ik een vrouw aan boord zie. Dat is vaak een teken dat er professioneel en correct wordt gewerkt. Helaas zijn de vrouwen zeer sterk in de minderheid. Het is goed dat er aandacht is voor gendergelijkheid, maar we mogen de berichtgeving (onder meer op de radio) niet te rooskleurig zien. Die promoot de vele aantrekkelijke jobs in de scheepvaart, maar wijst er niet op dat ons belastingsysteem een grote hinderpaal vormt. Belgische en Scandinavische kapiteins bijvoorbeeld – die 50% moeten afgeven – houden netto veel minder over dan hun ondergeschikte officieren uit belastingvriendelijke landen, die van zeevarenden slechts 10% tot zelfs 0% afhouden. Het is geen duurzame situatie als iemand met de grootste verantwoordelijkheid en de grootste administratieve last minder verdient. En als Belgische matroos mag je het al helemaal vergeten om in de internationale scheepvaart werk te vinden tegen de concurrentie met matrozen uit de ‘labour supplying countries’.”

Volgens Roos is het voor vrouwen niet evident om respect te krijgen van mannelijke zeelui. “Stagiaires vertellen bijvoorbeeld dat ze soms onder ongewenste druk komen te staan.” Bovendien botsen vrouwen op dezelfde ongemakken als mannen: lange periodes weg van huis, steeds kortere tijdslots om even van boord te gaan en haventerminals die steeds verder van de voorzieningen en ontspanning in de bewoonde wereld worden gebouwd. Er is kortom meer nodig dan een hashtag om de vrouwen in de sector écht vooruit te helpen. 

Michiel Leen/Roel Jacobus