AET: “Verplicht verhuizen betekent vertrek uit België”

Antwerp Euroterminal zet nieuwe stappen om gelijke tred te houden met de consolidatie van de Grimalditrafieken aan het Verrebroekdok. Plaats ruimen voor meer containercapaciteit zou die groei en de jobs die ermee gepaard gaan, hypothekeren.

In de zoektocht naar meer containerbehandelingscapaciteit voor Antwerpen, werd een verhuis van Antwerp Euroterminal als mogelijke ‘bouwsteen’ naar voor geschoven. Het nieuws kwam voor AET uit de lucht vallen en zorgde toen voor enige onrust. CEO Yves De Lariviere maakte bij de eerste aanloop van de ‘Grande Baltimora’ in Antwerpen duidelijk dat een verhuis absoluut geen optie is.

Onhaalbaar

De Lariviere blijft erbij dat die denkpiste voor AET onhaalbaar is en zware gevolgen zou hebben. “Als we moeten verhuizen, zijn we weg uit België”, aarzelt hij niet te stellen.

Dan verdwijnen samen met de trafieken meteen ook zeer arbeidsintensieve activiteiten, onderstreept hij. AET heeft 108 mensen op de eigen loonlijst staan en stelt dagelijks 280 à 290 havenarbeiders te werk (inclusief zusterbedrijf Antwerp Lashing & Securing). Het bedrijf is goed voor “net geen 5%” van alle taken die de Antwerpse havenarbeiders verrichten, becijfert De Lariviere. “Roro is niet voor niets na breakbulk de meest arbeidsintensieve sector.”

De contacten die de jongste maanden plaatsvonden en de afweging van de economische waarde van de terminal en zijn bedrijvigheid sterken de CEO in zijn overtuiging dat een verhuis niet aan de orde is. “Ons type schip dient net achter de sluizen behandeld te worden. Een plaats waar de grote containeroperatoren net niet willen zitten.”

Uitbreiding

Dat is goed nieuws want AET zit stevig op groeikoers, beklemtoont De Lariviere. Vorig jaar breidde de joint venture tussen Grimaldi en Mexico Natie zijn installaties verder uit met 21 hectare. Daar komen deze maand nog eens 18 hectare bij (foto). De totale oppervlakte stijgt zo naar 150 hectare. De kaailengte neemt toe tot 2,3 kilometer. De parkings kunnen intussen al 31.000 wagens aan.

Samen met de aankoop van nieuwe kranen is zo een nieuwe investeringsronde van 42 miljoen euro afgerond, geeft de CEO aan. “Dat geeft ons de nodige ademruimte om de stijgende volumes efficiënt te verwerken. Wij zitten dit jaar 15% boven het peil van vorig jaar. Toen hebben we 180.000 teu, 800.000 voertuigen en 300.000 ton stukgoed in en uit zeeschepen behandeld.”

Daarbovenop komen nog alle volumes die AET intermodaal behandelt. “Dat is bij ons, net als in de ganse haven, een segment dat sterk toeneemt in belang én een dankbare oplossing voor onze mobiliteit.”

Kieldrechtsluis

De groei van de bedrijvigheid is deels te verklaren door het feit dat ook de nieuwe schepen van Grimaldi-dochter ACL sinds vorig jaar bij AET gaan laden en lossen. Dat heeft dan weer te maken met de ingebruikname van de Kieldrechtsluis.

“Daarvoor konden de schepen van ACL niet bij ons geraken. De Kieldrechtsluis biedt ons meer schutcapaciteit en verschaft ons bovendien de bedrijfszekerheid die we nodig hebben. Een terminal als de onze kan eigenlijk niet leven met één sluis.”

De rol van AET als draaischijf binnen het Grimaldinetwerk, als transhipmenthub tussen de deepsea- en shortseadiensten van de Italiaanse groep en als doorgeefluik voor uitrusting tussen de verschillende dochterrederijen (waartoe ook Finnlines behoort) is zo versterkt.

Full blast

“Voorheen gebeurde alle transhipment met ACL in Hamburg, waar we samen met Grimaldi al op één terminal zaten”, geeft Bernard Moyson, general manager van Atlantic Container Line, als voorbeeld. “Die interactie vindt nu in Antwerpen plaats, wat voor Grimaldi de echte hub in Noord-Europa is. Alle diensten lopen de Scheldehaven aan en de transittijden zijn hier beter.”

“Nu onze vijf nieuwe conro’s in de vaart zijn, kan ACL bovendien 'full blast' gaan en volop voordeel halen van de groeiende export richting Noord-Amerika”, voegt Moyson daar nog aan toe.

Voor ACL is Antwerpen de belangrijkste loshaven in Europa. Aan exportzijde doet alleen Liverpool het beter omdat die haven een fors deel van het Engels industrieel hinterland bedient maar slechts weinig carriers Liverpool aandoen.

Jean-Louis Vandevoorde