Gebruik digitale vrachtbrief in stroomversnelling

Nieuws, Logistiek
Philippe Van Dooren

Een vrachtbrief digitaliseren werd in 2008 mogelijk gemaakt via een protocol toegevoegd aan de CMR Conventie. Inmiddels is Portugal het 23e land dat het protocol onderschrijft. De ratificatie gebeurt zeer traag, onder meer omdat de ondertekenende landen zich ertoe engageren om digitale CMR’s van de andere landen zonder meer te aanvaarden op hun grondgebied. “Wat in de conventie ontbreekt is de garantie dat de digitale vrachtbrief een uniek exemplaar is, dat correct gearchiveerd wordt en betrouwbare informatie bevat. Dat is de reden waarom België aarzelde om het protocol te ratificeren”, legt Sofie Brutsaert uit. Als adviseur Mobiliteit en Duurzame ontwikkeling bij het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen) is ze nauw betrokken bij het Belgische e-CMR-project.

“De e-CMR heeft grote voordelen. De administratieve lasten bijvoorbeeld zijn maar liefst 13,11 euro kleiner dan bij een papieren exemplaar. Maar er bestaan eigenlijk geen garanties dat de e-CMR enig en echt is. Om die lacune op te vangen, lanceerde België in 2016 een proefproject, dat later werd opgeschaald tot op Benelux-niveau. Dat loopt nog tot oktober 2020”, legt ze uit.

Stroomversnelling

“Een jaar voor de einddatum zijn we toe aan een evaluatie. We merken een stroomversnelling. In België werden in 2018 in totaal van 4.234 e-CMR’s gebruikt. In de maand september 2019 alleen al werden 3.428 exemplaren uitgegeven. Toch tekenen we hier bij ons nog koudwatervrees op bij een deel van de sector. In Nederland bijvoorbeeld zijn die aantallen veel groter”, legt Brutsaert uit.

Volgens haar ervaren de Belgische spelers vooral een tekort aan goede informatie en begeleiding bij de opstart. Ook het gebrek aan compatibiliteit tussen de verschillende systemen remt de e-CMR af. “De dertien geaccrediteerde softwareproviders werken inmiddels zelf aan een oplossing voor het compatibiliteitsprobleem van hun programmatuur”, voegt ze toe.

Benelux pionier voor Europa

“Ook de Europese Commissie is zich bewust van het feit dat de e-CMR een sluitend, uniek en betrouwbaar digitaal document moet zijn. Het derde Mobility Package, dat de Europese Commissie voorstelde op 17 mei 2018, behelst dan ook een voorstel voor de regeling van elektronische uitwisseling van vrachtinformatie (eFTI). Het voorstel mandateert lidstaten om elektronische vrachtbrieven, die leesbaar zijn door mens en machine in een geharmoniseerd EU-formaat, te aanvaarden”, aldus Brutsaert nog.

Volgens haar is het Benelux-proefproject zonder twijfel een bron van inspiratie voor de EU. Binnenkort start een ‘triloog’ over de mobiliteitspakketten van de Commissie. “Als de regeling rond de eFTI wordt goedgekeurd – wat waarschijnlijk is, vermits het Finse voorzitterschap van de digitalisering een prioriteit heeft gemaakt – dan zou ze vier of zes jaar later in voege treden. We spreken dus van 2024 of 2026”, stelt ze.

“De huidige evaluatie van dat Benelux-project zal wellicht leiden tot een verlenging die de overgangsperiode zal overbruggen tot de EU-regeling van toepassing wordt. Want het is niet de bedoeling dat het project in 2020 abrupt stopt”, zegt Brutsaert tot slot.

Philippe Van Dooren