“Twee terminals Shanghai even ver uit elkaar als Antwerpen-Zeebrugge”

Deze week stellen we de vertegenwoordiger in China voor van het Havenbedrijf Antwerpen: Jan van der Borght. Hij moet nog altijd uitleggen dat Antwerpen de tweede grootste haven van Europa is.

Van der Borght is intussen al tien jaar actief in China. Hij kan dus met enig gezag spreken over de uitdagingen van de job als vertegenwoordiger van de Haven in het land. "Tien jaar geleden deden we op dat vlak nog niets", blikt hij terug. "In de jaren '80 had Antwerpen al een poging gedaan om een vertegenwoordiging in China op te zetten, maar daarna werd het stil. Toen ik begon was de haven er niet bekend. De diamant en de chocolade kenden ze. De haven, toen de derde grootste van Europa, niet. Naamsbekendheid was dus de eerste prioriteit. Tien jaar later kunnen we gerust stellen dat we in de kuststreek van China goed gekend zijn. Mijn activiteit is daar anders dan vroeger. Nu geef ik meer advies over Europese logistiek en de positionering van Antwerpen tegenover de andere Europese havens. In het binnenland, waar de nieuwe economische groei van het land zit, kent men vooral Hamburg en Rotterdam." 

Kostengevoelig publiek 

Dat publiek kijkt nog op wanneer het hoort dat Antwerpen de tweede grootste haven van Europa is. "Als we onze troeven in logistiek en warehousing op tafel leggen, alles wat met chemie en hinterland te maken heeft, maakt dat wel indruk. We profileren Antwerpen als een gatewayhaven. De professionaliteit en de lage kosten — een aspect waar Chinezen zeer gevoelig aan zijn — spelen we uit. Als je hen voorrekent dat de afstand tussen Antwerpen en Keulen de helft is van die tussen Hamburg en Keulen, met alle kostenbesparingen van dien, zijn ze snel overtuigd." 

Daarbij moet je rekening houden met het perspectief van de Chinezen. "De afstand tussen Antwerpen en Zeebrugge is de afstand tussen twee terminals in Shanghai", vat van der Borght het samen. "Zij zouden het bijvoorbeeld maar logisch vinden dat de Vlaamse havens veel meer samenwerken. Natuurlijk, in een staatsgeleide economie zoals de Chinese zijn dergelijke beslissingen sneller op te leggen en uit te voeren."

Geen salespraatje

Opvallend: van der Borght hoeft naar eigen zeggen geen 'salespraatje' te houden in zijn Chinese contacten. "Ik hoef maar op tafel te leggen waar we goed in zijn. Ons marktaandeel in China neemt toe, maar is nog altijd lager dan wat ik het 'logisch marktaandeel' noem. Er zijn nog heel wat Chinezen die ons nog altijd niet gevonden hebben, dus er is ruimte voor groei."

Van der Borght probeert ter plaatse, onder andere door een aanstelling als gastprofessor aan de universiteit in Shanghai, het niveau van de Chinese expeditiesector op te krikken. De douaneformaliteiten die gepaard gaan met handelsverkeer richting Europa, zijn voor lokale bedrijven vaak nog een drempel. 

"Trein 'Belt and Road' niet missen"

Wanneer China hier aan het thuisfront ter sprake komt, gaat de discussie vaak over het 'Belt and Road Initiative'. "Op dat vlak moet ik vooral de mensen in Antwerpen nog overtuigen. In China hoeft dat niet meer", klinkt het. "Men moet beseffen dat het geen ver-van-ons-bed-show is. In China komt 'Belt and Road' ter sprake bij ongeveer elk logistiek of shippingproject. Dan moet je wel mee op die trein springen, ook al zie je vandaag nog geen meerwaarde. Antwerpen heeft ook qua spoor een meerwaarde in dat verhaal.  

Van der Borght wordt bijgestaan door zijn Chinese collega Robert Feng, maar die laatste wilde liever niet geïnterviewd worden. Het toont maar aan welke gevoeligheden spelen in het complexe land. 

Michiel Leen