Europa onderzoekt Franse regels inzake weekendrust in de cabine

De Europese Commissie onderzoekt of de nieuwe regels in Frankrijk rond de wekelijkse rust van de chauffeurs die zij in hun cabine opnemen, wel legaal zijn. Dat antwoordt Transportcommissaris Kallas op een parlementaire vraag.

Zoals geweten heeft Frankrijk deze zomer nieuwe regels aangenomen i.v.m. de wekelijkse rust van de chauffeurs. Onze Zuiderburen willen verbieden dat deze rust in de cabine wordt opgenomen. Om dat te verhinderen, werden de boetes opgetrokken tot 300.000 euro en is de mogelijkheid voorzien om een gevangenisstraf op te leggen (tot één jaar).

Ook in België is sinds 1 juli 2014 de boete voor de overtredingen op de wekelijkse rust verhoogd van 50 naar 1800 euro. Beide landen willen hierdoor de sociale dumping tegengaan.

Volgens de Europese Verordening  rond de rij- en rusttijden 561/2006 mag de chauffeur zijn normale wekelijkse rust slechts onder bepaalde voorwaarden doorbrengen in de vrachtwagen. Enkel één verkorte wekelijkse rust over een periode van drie weken mag opgenomen worden in de cabine, als de chauffeur daar zelf voor kiest en als zijn truck stilstaat en het voertuig daarvoor is aangepast.

Vraag

In vele lidstaten – ook Portugal – is deze verstrenging van de regels door Frankrijk en België niet goed onthaald. De Portugese Europarlementariër Claudia Monteiro de Aguiar (EVP) heeft daarom aan Transportcommissaris Siim Kallas een parlementaire vraag gericht. Daarin vraagt ze of de nieuwe regels in Frankrijk en België een inbreuk zijn op de Europese regelgeving. “En als dat niet zo is, zou er dan geen uniforme interpretatie moeten zijn om marktverstoring te vermijden?” luidt de vraag.

In zijn antwoord houdt Kallas zich op de vlakte, maar zegt hij wel dat de nieuwe Franse regels onderzocht worden. Niet de Belgische, blijkbaar.

Antwoord

“De Verordening 561/2006 zegt niet waar de chauffeur zijn wekelijkse rust moet nemen. De geest van de regelgeving is echter dat hij of zij niet verplicht wordt om die in zijn voertuig op te nemen. Vermits ‘rust’ wordt gedefinieerd als ‘een periode waarin de chauffeur vrij mag beschikken over zijn tijd’, moet hij of zij de mogelijkheid hebben om – indien hij of zij dit wenst – de wekelijkse rusttijd thuis of elders door te brengen,” aldus Kallas.

Ook stelt de commissaris dat de handhaving en de boetes primair een zaak zijn van de lidstaten. “Maar artikel 19(1) van deze regelgeving zegt wel dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de straffen doeltreffend, geproportioneerd, dissuasief en niet-discriminerend moeten zijn,” vervolgt Kallas.

“De Commissie heeft Frankrijk ondervraagd over de nieuwe regels waardoor het opnemen van de rust in de cabine wordt bestraft. Op basis van de uitleg die Frankrijk verschaft, zal de Commissie grondig onderzoeken of deze maatregelen legaal zijn, of de handhaving werkbaar is en of de overwogen sancties geproportioneerd en niet-discriminatoir zijn,” zegt Kallas.

Uit dit antwoord blijkt dat Kallas niet van plan is om België op de vingers te tikken en dat Frankrijk eigenlijk geviseerd wordt omwille van de zwaarwichtigheid van de sancties.

Over de vraag of er in alle lidstaten geen uniforme interpretatie moet zijn om marktverstoring te vermijden, zwijgt de Transportcommissaris in alle talen.