Mathias De Clercq: “De grens met Nederland moet poreuzer worden”

Over twee jaar verkiezen we nieuwe gemeentebesturen. Flows maakt een round-up met de politieke bazen van de Vlaamse zeehavens. Vandaag met Mathias De Clercq (Gent). Hij ziet vooral toekomst in een verregaande samenwerking met Zeeland Seaports.

Mathias De Clercq (Open Vld) is sinds de vorige verkiezingen havenschepen in Gent. In combinatie met zijn mandaat als Vlaams parlementslid probeert hij de Gentse zeehaven futureproof te krijgen. Opvallend is de toenadering met Zeeland Seaports. Het woord fusie wordt (nog) niet in de mond genomen. Maar een verregaande integratie van de activiteiten lijkt vast te staan.

U werd vier jaar geleden voor het eerst havenschepen. Hoe kijkt u vier jaar verder terug?

“Ik kwam terecht in een team dat uitstekend draait. De samenwerking met de CEO Daan Schalck en het hele team verliep steeds heel positief. Het zijn mensen met visie die net als ik op een positieve manier resultaten willen halen. En dat doen we toch. Ik vond van bij de start dat we moesten werken aan een beter draagvlak voor de haven bij de Gentenaar en in de brede regio. Het team van het Havenbedrijf dacht er ook zo over. Dat heeft geleid tot een hele reeks mooie initiatieven, waarmee we vele duizenden mensen bereiken. Ik hoop dat iedereen zo een beetje supporter van de haven wordt. Naar mijn gevoel lukt dat behoorlijk.”

Wat beschouwt u als de voornaamste realisaties van de voorbij vier jaar?

“Er is veel gerealiseerd, maar die verdienste komt in de eerste plaats aan team en bestuur toe. Onze missie was dubbel. We wilden nieuwe activiteiten en bedrijven aantrekken. Maar zeker even belangrijk was het verankeren van wat er al was. Met die verankering zitten we op het juiste spoor. We proberen de activiteiten die hier zijn – in een toch uitgesproken industriële haven – te verankeren door mee te werken aan de performantie van die bedrijven. Op die manier behoren ze in hun internationale groep tot de betere vestigingen. Omdat we op een relatief kleine schaal opereren, zijn er directe lijnen tussen het Havenbedrijf en die ondernemingen. Zo ontstaan mooie initiatieven zoals de schrootkaai van 220 meter aan ArcelorMittal waarmee we 5.000 vrachtwagens van de weg halen en een belangrijk stuk tewerkstelling verzekeren. Of het warmtenet tussen Volvo Cars en Stora Enso. Daarmee wordt de warmte die Stora Enso als ‘afval’ heeft, gebruikt om de gebouwen van Volvo Cars te verwarmen. Een grote investering die wij volop mee steunden, want ze verankert de twee bedrijven in onze haven.”

Toch kijken jullie ook uit naar niet-industriële investeerders?

“Dat is het luik nieuwe activiteiten, waar we spreken over de logistieke pijler. We hebben een duidelijke focus op logistieke en distributieactiviteiten en op voeding en bouwmaterialen. Voor brandstoffen hadden we al activiteiten met de productie en distributie van fossiele brandstoffen. We zetten ook in op cleantech. Een mooie realisatie rond dat logistieke is bijvoorbeeld de 20.000 m² warehouse van WD Port of Ghent en Distrilog bij het Kluizendok. Dat is een eerste effectief aanwezige logistieke speler die er zeker nog andere zal doen volgen. We mogen nog geen namen noemen, maar de interesse staat vast. Er volgen binnenkort wel aankondigingen. Die sneeuwbal rolt. De clustering van chemische bedrijven op de Kuhlmannsite, die we in samenwerking met de Vlaamse regering Dockland doopten, is een andere mijlpaal van deze legislatuur. Alle aanvragen voor vergunningen van chemische bedrijven die er zich willen vestigen, worden vooraf gebundeld zodat de bedrijven er meteen aan alle wettelijke vereisten voldoen. Daarmee zijn we uniek in België.”

Een haven valt of staat met infrastructuur. Ook daar is er vooruitgang?

“Het is fijn om te mogen zeggen dat we voor de nieuwe sluis in Terneuzen ‘the point of no return’ hebben gehaald. Want die nieuwe sluis is van levensbelang voor de toekomst van de Gentse haven. Het verdrag met Nederland over dit project is een jaar geleden unaniem goedgekeurd door het Vlaams Parlement. Als lid van dat parlement ben ik daar toch fier op. Ik heb daar hard aan gewerkt, maar dat deden ook de twee betrokken ministers Ben Weyts en Melanie Schultz van Haegen. De eerste spade kan er volgend jaar in de grond, want de Nederlandse Raad van State heeft intussen ook alle bezwaren tegen het Tracébesluit Nieuwe Sluis Terneuzen ongegrond verklaard. Hier zijn echt veel inspanningen gedaan, niet in het minst door het Havenbedrijf. Want dat neemt 15% van de Vlaamse bijdrage in de nieuwe sluis voor zijn rekening. Voor het Havenbedrijf is dit de grootste investering ooit. ArcelorMittal heeft al twee nieuwe kranen gekocht die de grotere schepen kunnen bedienen.”

Volgt daarna verdieping en/of verbreding van het Zeekanaal?

“Daarover staat niets in het verdrag met Nederland. Er is afgesproken dat Vlaanderen dat kan bepalen en desgevallend zal betalen. Maar ik vind het nu vooral belangrijk dat dankzij de nieuwe sluis langere en bredere schepen naar Gent kunnen. Dat is al een gigantische sprong voorwaarts. Daarom hebben we eerst alles gezet op de nieuwe sluis. Daarna kunnen we dan met de Vlaamse regering bekijken wat er kan of moet. Het is wel zo dat we het nieuwe Kluizendok al hebben klaargemaakt om dieper te kunnen gaan. Ook dat is goed beleid. Dokken en sluizen leg je aan voor je kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.”

Is er al zicht op mogelijke hinder door werken voor de nieuwe sluis. Er is wat vrees voor de bereikbaarheid van de haven van Gent tijdens die periode?

“In de aanbestedingsprocedure die loopt is dit een aandachtspunt. Het beperken van de hinder is een belangrijk criterium bij de gunning. Er wordt nu al een planningstool ontwikkeld om de binnenvaart te helpen om zo soepel mogelijk te werken. Voor de zeevaart is dit al ruim een jaar in gebruik. Er zal veel overleg zijn om kort op de bal te spelen. De contacten zijn uitstekend. Bovendien ligt de haven van Terneuzen aan deze kant van de sluis. Dus hebben onze Nederlandse collega’s er ook alle belang bij dat dit vlot verloopt.”

De rode draad doorheen het sluizenverhaal is de uitstekende relatie met de buren van het Nederlandse Zeeland Seaports. Die lijkt steeds verder te gaan. Wenkt er een fusie aan de einder?

“Die samenwerking is belangrijk. We doen dit steeds intensiever. We werken commercieel samen. Zo zijn we ons samen gaan promoten in het UK als één aaneengeschakeld economisch gebied van 32 kilometer. Zo zetten we ons op de wereldkaart. We doen dit als sinds medio 2015. We zijn ook geëvolueerd naar één haveninformatiesysteem. Zo heeft iedereen één aanspreekpunt. Naar de klant en administratie is dat veel beter. In functie van die privéklanten moeten we verder kijken wat we nu nog beter kunnen doen door het samen te doen. We werken ook operationeel al goed samen, zonder veel poeha. Ik denk dat dit gebied veel toekomst heeft om gebundeld te werken. Wat de concrete toekomst betreft, zullen we zien. Voor ons is dat een open einde. Dat is de juiste manier.”

Het blijft dus nog wat vaag, maar dat is ook hoe jullie de grens met Nederland bekijken?

“Als we onze klanten goed willen bedienen, hebben we er beiden belang bij om goed samen te werken. De grens moet steeds poreuzer worden. We moeten zo veel mogelijk interactie hebben, ook voor tewerkstelling en zo. Die grens moet op een natuurlijke manier vervagen. We refereren graag naar de havens van Malmö en Kopenhagen. We gingen daar op bezoek om hun samenwerking te bekijken. Zij doen op zich minder tonnage, maar staan door hun samenwerking heel sterk op de wereldkaart. Apart staan Gent en Zeeland ver van de top tien van de havens in Europa. Met een verregaande integratie kom je wel in die top tien. Niet dat dit op zich zo belangrijk is, het gaat vooral om de service aan de klanten van de havens. Het is nu eenmaal een aaneengesloten gebied, het is logisch dat we daarnaar handelen als we concurrentieel willen zijn in Europa.”

Jullie hebben nog groeiruimte. De indruk bestaat dat het Kluizendok maar langzaam ingevuld raakt.

“We zitten nu aan een bezetting van 25%, met een aantal zeer concrete projecten in de pijplijn. Maar weet vooral dat we van bij het begin hebben beslist om een stuk bewust nog niet in te vullen. Als de nieuwe sluis operationeel is, kunnen totaal andere schepen Gent aandoen. Dat zou kunnen leiden tot opportuniteiten die we nog niet zien. Er ontstaat een nieuw soort economie met aandacht voor duurzaamheid die een grote impact kan hebben op de logistieke keten. Het is net goed dat we bewust wat bewegingsruimte laten om snel te kunnen anticiperen op ontwikkelingen in de toekomst. Verstandig omgaan met ruimte is het motto.”

Ontsluiting en mobiliteit zijn in elke haven goed voor veel kopzorgen. Dat is in Gent niet anders?

“Natuurlijk zijn we daar mee bezig. We zijn blij met de evolutie rond het project Seine-Nord in Frankrijk. Dat is voor ons heel belangrijk voor de connectie richting Parijs voor binnenvaart. Dan is er de Meulestedebrug aan de wijk-Muide waar de Vlaamse regering zich ook voor engageerde voor de vervanging. Die zou voor volgend jaar zijn en is belangrijk voor onze mobiliteit rondom het havengebied. Onze ambitie is ook om in 2020 van 10 naar 15% vervoer over het spoor te gaan. Er is nu al een dagelijkse trein die aan het Mercatordok vertrekt naar Mortara nabij het Italiaanse Turijn met een mix van containers, vloeibaar en vast. Die vertrekt vol heen, maar komt ook vol terug. Voor binnenvaart hebben we het objectief van 2020, namelijk 50% reeds gehaald. Als we het wegvervoer nog verder willen verminderen, moeten we het openbaar vervoer in de haven aanpakken. Wij zijn al lang vragende partij om een bestaande spoorlijn 204 die langs de R4 loopt langs de kant van Volvo Cars ook te gebruiken voor personenvervoer. Ook vanuit de bedrijven wordt daar heel hard over nagedacht. Dit zal een van de grote uitdagingen zijn voor de komende jaren.”

Wat wacht u nog de komende twee jaren?

“We moeten vooral de keuzes uit ons strategisch plan verder uitbouwen. We hebben een uitstekende samenwerking met de bestaande werkgevers in de haven en we blijven samen met hen werken voor jobs en toegevoegde waarde. We zijn heel hoopvol. Het tweede kwartaal was het bijna beste ooit wat de zeevaart betreft. Dat geeft aan dat we op het juiste spoor zitten. Daarop moeten we verder gaan. Ook met de band tussen stad en Havenbedrijf zit het goed. We hebben afvaardigingen uit de meerderheid en de oppositie in het havenbestuur. Daar is iedereen mee met de gekozen koers.”

Betekent dit ook dat u graag na 2018 aanblijft als havenschepen?

”Ik doe dat met passie en overtuiging. Wat de toekomst brengt zullen we nog zien. Ik zou graag burgemeester van de schoonste stad van het land worden.”

Bart Timperman

Wenst u te reageren op dit artikel. Dat kan mits vermelding van uw naam + telefoonnummer op dit adres: opinie@flows.be. Uw reactie kan gepubliceerd worden