Karine Huts–Van den Heuvel schrijft boek Jodenvervolging (+ foto's)

In Kallo stelde Karine Huts–Van den Heuvel haar boek ‘Wat mijn kleinzoon weten moet’ voor. Ze vertelt over haar Joodse oom in WO II. Echtgenoot Fernand Huts en Bart De Wever zorgden voor extra kleur op de presentatie.

Georges Kluger was de oom van Karine Huts–Van den Heuvel. Na zijn overlijden ontdekte de familie een stapel dagboeken, brieven en foto’s met daarbij het bericht ‘Wat mijn kleinzoon weten moet’. In die documenten beschrijft de man zijn verhaal over de Jodenvervolging in de aanloop naar en tijdens WO II. Die bracht hem als vluchteling naar Antwerpen en de Ardennen, waardoor hij nipt uit de handen van de Nazi's kon blijven. De ontdekking van die documeten leidde tot het boek dat vrijdagavond werd voorgesteld.

“Met geen woorden kan ik onze gevoelens beschrijven toen we ontdekten dat hij tijdens zijn verblijf in België alles wat er gebeurde, noteerde in dagboekjes”, vertelt Karine Huts-Van den Heuvel. “Hoe groot was onze ontroering toen we vaststelden wat zich afspeelde in het gevoelsleven van de jongen en jongeman. We ontdekten ook de lijdensweg van zijn ouders.”

Research

Al snel besloot de echtgenote van Fernand Huts om samen met auteur Ivo Pauwels het verhaal van Georges in een boek te gieten. “Zonder pathos”, beklemtoont Karine Huts-Van den Heuvel. “Want nonkel Georges had een hekel aan sentimentaliteit. Gaandeweg ontdekten we dat er tijdens de oorlogsjaren mensen op zijn pad kwamen met een grote heldenmoed en die het dikwijls met hun leven moesten bekopen. Ze zijn de grote en kleine helden in dit boek.”

Beide auteurs deden drie jaar lang research, samen met neef Paul en nicht Joëlle en hun zoon David Kluger. Zij zien hun ontdekkingsreis doorheen het leven van hun oom, vader en grootvader als een les voor vandaag. “We weten nu wat voor gruwelen al te simpele collectieve denkprocessen en volgzame massahysterie kunnen teweegbrengen”, oordeelt mevrouw Huts. “De generaties van voor de oorlog konden de gevolgen en haast onvoorstelbare uitwassen niet voorzien. De adolescent Georges Kruger leert ons dat we op onze qui-vive moeten zijn.”

Kleinzoon David

Ook kleinzoon David (foto 2) looft de levenslessen van zijn grootvader, die hij wil herinneren als een vastberaden man. Hij denkt aan de politieke actualiteit en religie en de gevaren ervan. “Dit boek is niet zomaar een verhaal”, zegt de kleinzoon. “We mogen de boodschap niet onderschatten. In een wereld waar extremisme de kop opsteekt, mogen we niet vergeten waarom onze voorouders geleden en gevochten hebben.”

Bart De Wever

Ook burgemeester Bart De Wever (foto 3) sloot zich bij dat inzicht aan. Hij herinnerde aan de zwarte bladzijde in de Antwerpse geschiedenis waarin een Antwerpse elite aan de Jodenvervolging meewerkte. “We moeten dat verleden recht in de ogen kijken. Zonder correct besef van het verleden, leg je een hypotheek op de toekomst. Het is makkelijk om te zeggen dat dit nooit meer mag gebeuren. Het is makkelijk het kwade buiten uzelf plaatsen, maar het kwade zit ook in ons allemaal. Vandaag worden mensen vermoord omdat jonge mensen weer een ideologie omarmen die het doden tot een moreel goede daad of plicht stelt. Met die kennis moeten we ons ook verzetten tegen haatpredikers in ons midden, we zijn het aan de slachtoffers van toen verplicht.”

Humor

Ondanks de ernst van het onderwerp van het boek, zorgden Fernand Huts en Bart De Wever ook voor de nodige hilariteit. De burgemeester lachte met Huts die het boeket voor zijn echtgenote (foto 4) vergat daadwerkelijk af te geven. “Als een historicus wordt uitgenodigd door een hystericus ga je er best op in”, grapte De Wever. “Want ik kan je nog veel leren, Fernand. Als je iemand bloemen geeft, moet je die afgeven. Dat is de definitie van een cadeau: geven. Dus niet iets laten zien en dan terug pakken. Deze wijze raad zal je niet alleen in het huwelijk van pas komen.”

Musical

Ook Fernand Huts had naar goede gewoonte wat kwinkslagen in petto. Verwijzend naar het onderwerp van het boek, nodigde Huts alle politici om het weekend voor de volgende verkiezingen vrij te houden voor de première van de musical '40-'45 van Studio 100. “Hiernaast wordt de grootste musicalstudio ter wereld gebouwd”, lachte Huts verwijzend naar de perikelen rond de musicalhall. “De administratie moet nog enige formaliteiten in orde brengen. Maar wij hebben een burgemeester in Beveren die hard aan de kar trekt en er zal in slagen om alles in goede banen te leiden. De boze tongen die beweren dat Antwerpen die musical gaat afpakken om in het Antwerpse havengebied te gaan neerpoten, die zijn totaal verkeerd.”

Het boek 'Wat mijn kleinzoon weten moet. Hoe een Joodse jongen onderdook in België (1939-1945)' van Karine Huts-Van den Heuvel en Ivo Pauwels (foto 5) is uitgegeven bij Lannoo en verkrijgbaar in de boekhandel.

Bart Timperman