Antwerps havenschepen De Ridder: "Naar één bestuur voor beide oevers"

De vier Vlaamse zeehavens hebben allemaal een nieuwe havenschepen. Wij zochten ze allemaal op. De Antwerpse havenschepen Annick De Ridder (N-VA) sluit de reeks af.

Drukke tijden voor kersvers Antwerps havenschepen Annick De Ridder. Wanneer we haar spreken, is de vorming van haar kabinet volop aan de gang en loopt de agenda vol met afspraken voor contacten met stakeholders. Gelukkig voor ons kan een uitgebreid kennismakingsgesprek met Flows er nog net bij. En De Ridder ként de Antwerpse haven. Als Vlaams parlementslid profileerde ze zich vaak op maritieme dossiers en als oud-medewerker van Katoen Natie kent ze ook het havengerelateerde bedrijfsleven. 

 Is het nog steeds een droomjob? 

“Natuurlijk! (lacht) Als je mee aan de kar kunt trekken in ons prachtige Antwerpen, met de verantwoordelijkheden Haven én Stadsontwikkeling, dan is dat een droomjob. Het maritieme zat me altijd in het bloed, van kindsbeen af, daarna doorheen mijn studies en ook in mijn professionele en politieke activiteiten.”

Uw bureau kijkt alvast uit op een stuk stadsontwikkeling: de oude stadshaven en het droogdokkenpark.

“We bekijken volop welke richting we met het Droogdokkeneiland uit gaan. De dromen zijn zeer ambitieus, denk maar aan het Maritiem Museum, maar moeten wel financieel haalbaar blijven.”

Die financiële rationalisering staat ook in het ontwerp-bestuursakkoord voor Antwerpen. Ook het Havenbedrijf moet efficiëntie-oefeningen maken. 

“Dat geldt voor alle stadsdiensten. Het lijkt me evident dat er ook in de haven aan gewerkt wordt. Onder het beleid van de nieuwe CEO Jacques Vandermeiren gebeurt dat al. Werk je met belastinggeld, dan is het maar logisch dat je aan efficiëntie werkt.” 

In het nieuwe akkoord is ook sprake van een eengemaakt havenbedrijf voor de linker- en rechter-Scheldeoever. 

“De samenwerking zal daar anders moeten verlopen dan vandaag het geval is. Nu zie je twee aparte groepen die af en toe elkaar tegenkomen. In de toekomst moet je naar een eengemaakt beheer en bestuur kunnen gaan. Hoe dat precies in zijn werk gaat, moet in de nabije toekomst duidelijk worden. Maar die gesprekken zullen er ook komen, want het eengemaakte beheer staat expliciet in een resolutie van het nieuwe akkoord.”

Bij het afscheid van uw voorganger Marc Van Peel (CD&V) zei burgemeester Bart De Wever dat diens opvolger in grote schoenen kwam te staan. Legt dat een druk op?

“Ik ken zijn schoenmaat niet. (lacht)  Uiteraard heeft schepen Van Peel een grote indruk nagelaten. Kan moeilijk anders, als je zoveel jaren aan het roer staat. Als opvolger weet je dan dat je grote voetsporen te vullen hebt. Er is altijd een goede samenwerking met hem geweest.”

Ziet u uzelf als een bruggenbouwer tussen de vaak kritische havengemeenschap en het Havenbedrijf? Komt uw ervaring in de private sector daar van pas? 

“Als bestuur moeten we dienstverlener zijn en inzetten op klantgerichtheid. Als dochter van een scheepsagent, en met enkele jaren ervaring in de private havensector, heb ik aan den lijve ondervonden dat het de bedrijven en hun werknemers zijn die de haven groot maken. Het zou arrogant zijn om dan als politicus dat succes te claimen. De politiek moet de stad ‘open for business’ maken.”

Intussen loopt mijn agenda vol met afspraken om zoveel mogelijk stakeholders te spreken: beroepsfederaties, rederijen, vakbonden, erfgoedvertegenwoordigers, logistiek en industrie, de loodsen enzovoort. Een afspraak om met de loodsboot mee te gaan staat al genoteerd. Ik vind het belangrijk om die voeling met de praktijk te hebben. De aanvragen zijn erg talrijk, dus ik vraag de verschillende stakeholders om wat geduld.”

Als parlementslid had u een erg uitgesproken stijl. Gaat u die aanpassen nu u als schepen terechtkomt in de positie van havenschepen? 

“Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Die rechttoe-rechtaanaanpak is een deel van wie ik ben, dus dat verandert alvast niet. Mijn rol als bestuurder en als voorzitter van de raad van bestuur van het Havenbedrijf is wel anders dan die van een Twittergraag parlementslid. Met de functie komen bepaalde verantwoordelijkheden. Misschien draai ik in de toekomst mijn Twittervingers meer om. Afgaand op mijn eerste werkweken hier, ga ik ook veel minder tijd hebben voor sociale media." (lacht)

U debuteert op een moment dat het de haven voor de wind gaat: recordcijfers voor 2018 én een historische investering van Ineos. 

“Een fijn moment om te starten, uiteraard. Het is goed nieuws dat de chemische cluster in Antwerpen verder verankerd wordt op een moment dat het niet evident is om investeringen in chemie aan te trekken. Hiermee stopt het niet: ik ben overtuigd dat die investering tot nieuwe investeringen van de andere spelers leidt.”

Tegelijkertijd wordt vanaf dit jaar de mobiliteitsuitdaging nog acuter, wanneer de werken aan de Oosterweelverbinding beginnen. Zijn we voldoende gewapend? 

“Toch wel. We hebben eindelijk de benodigde doorbraak gekend, nadat we tien jaar verloren hebben in dat verhaal. Het is héél goed dat Ben Weyts en Alexander D’Hooge voor een doorbraak hebben kunnen zorgen. Nu staat de spade eindelijk in de grond. Ook de ambities van het Havenbedrijf voor de modal shift spelen een rol: verdubbeling van de capaciteit op het spoor naar 15% én een significante toename in de binnenvaart om het aandeel van het wegtransport onder de 50% te brengen. Voor het woon-werkverkeer is de Waterbus een mooi alternatief. Collega Koen Kennis intensifieert de contacten met de bedrijven om medewerkers nog meer naar die alternatieven te leiden. Ook het Havenbedrijf zet zich daarvoor in, door onder andere de pendel- en fietsbussen te faciliteren.”

Helpt het dat er partijgenoten op het Schoon Verdiep zitten en bijvoorbeeld de minister van Mobiliteit dezelfde signatuur heeft? 

“Zulke rechtstreekse aanknopingspunten zijn zeker een hulp, maar ik ga ervan uit dat ook anderen die aan de knoppen zitten, overtuigd moeten zijn van het belang voor Antwerpen. Federaal zit N-VA niet meer in de regering, maar ik hoop dat bijvoorbeeld in het dossier van het spoornet binnen de haven, anderen evenzeer doordrongen zijn van het belang voor de Antwerpse haven en de modal shift.”

Over een half jaar volgen er alweer verkiezingen. Zet dat vooruitzicht op dit moment een rem op dergelijke gesprekken? 

“Ik vind dat voor belangrijke dossiers, zoals de Extra Containercapaciteit Antwerpen (ECA), de verkiezingen geen hinderpaal zouden mogen vormen in dat proces.”

Dirk Oellibrandt (MPET) heeft het in het verband met ECA over “liever een slechte oplossing dan geen oplossing”. 

“Op een gegeven moment moet je afkloppen. Antwerpen heeft nu 7 miljoen teu extra capaciteit nodig. Wat nu voorligt is een compromis, maar we moeten vooruit om geen tijd te verliezen. We zitten nu al aan 80% van de capaciteit.”

Samenwerken met Zeebrugge wordt vaak als oplossing naar voren geschoven.

“In het bestuursakkoord wordt daar, weliswaar in voorzichtige bewoordingen, naar verwezen. Het studiewerk naar economische opportuniteiten van een samenwerking loopt. Pas daarna kun je er politiek mee aan de slag. Je moet sowieso win-winsituaties vinden. Wie denkt dat je geen Saeftinghe nodig hebt wanneer je de extra containers gewoon via Zeebrugge behandelt, staat los van elke economische realiteit en gaat voorbij aan de unieke positie van Antwerpen. Samenwerking met Zeebrugge betekent niet dat Saeftinghe overbodig wordt.”

Gaat u bij De Lijn op tafel kloppen om de ontsluiting van de haven met openbaar vervoer mogelijk te maken? 

“Daar zijn we volop mee bezig. Het Havenbedrijf ondersteunt nu de Waterbus, maar op termijn moet worden bekeken hoe die in de Vervoersregio’s van De Lijn kan worden ingepast. De omslag van aanbod- naar vraaggericht openbaar vervoer is bezig, maar dat verandert niets aan het feit dat het havengebied zijn eigen specifieke noden heeft. Die wil ik bij de bevoegde beleidsmakers zeker op tafel leggen.”

Marc Van Peel deed veel missionariswerk in het buitenland. Staat dat ook al op de agenda? 

“De jaarlijkse missie van Port of Antwerp in Mumbai en Delhi (India) midden februari wordt de eerste. Dat zijn dingen waar je tijd voor maakt want ze zijn belangrijk voor de toekomst van onze haven. Als politicus probeer ik ook daar deuren te openen voor de bedrijven.” 

Hebt u al gelukwensen gekregen van uw oud-werkgever Fernand Huts, die een soort haat-liefdeverhouding heeft met het Havenbedrijf? 

“Ik heb een sms met gelukwensen gehad, zoals ik dat van velen heb gehad. Het klopt, in het verleden zijn er een paar hiccups geweest in de verhouding tussen meneer Huts en het Havenbedrijf, maar dit is een nieuwe start. Hij is voor mij iemand met een van de bedrijven die actief is in de haven, en speelt bovendien een mooie rol qua investeringen en tewerkstelling, net zoals vele anderen.” 

Mensen vinden, werken in de haven aantrekkelijk maken, het blijft een uitdaging. Mogen we initiatieven verwachten om daar wat aan te doen? 

“Mobiliteit is een issue in de aanwervingspolitiek en stilaan ook om werknemers te behouden. Bedrijven beginnen te decentraliseren om de mobiliteitsproblemen op te lossen. Verder willen we het onontgonnen kapitaal van onze Antwerpse werkzoekenden beter matchen aan de tienduizenden oningevulde vacatures. De bouw van de Ineosfabriek levert tijdelijk drieduizend jobs op. Ik hoop, in samenwerking met collega Jinnih Beels, zoveel mogelijk Antwerpse jongeren in die jobs te krijgen. Ook bij Oosterweel willen we dat Antwerpse potentieel maximaal aan het werk zetten.”

Met 50,1 ton brak 2018 ook weer records qua onderschepte cocaïne.

“In de afgelopen legislatuur is de strijd tegen de drugs een speerpunt geworden. Met de uitrol van het Stroomplan gaan politie, parket en inspectiediensten voor het eerst doorgedreven samenwerken om de haven beter te beveiligen tegen drugs. Maar drugs blijven een probleem en zoeken altijd een weg. Is het niet via Rotterdam, dan wel via Antwerpen. We moeten het de drugshandel zo moeilijk mogelijk maken. Het zou onzin zijn om te beloven dat we dat tot nul kunnen herleiden: er is ook een afzetmarkt voor in Europa. We moeten het de trafikanten zo moeilijk mogelijk maken, maar dat is een werk van lang adem. De kokerdoorbrekende aanpak van het Stroomplan is een grote stap vooruit.” 

Ook voor de digitalisering van de haven is het in de komende jaren moneytime.

“Tegen 2020 willen we echt een ‘smart port’ zijn. Zowel administratief als logistiek valt er veel te winnen bij digitalisering. De uitrol is volop bezig. Digitalisering kan de modal shift faciliteren, kan stromen beter op elkaar afstemmen, automatisering mogelijk maken en tot grotere efficiëntiewinsten leiden.”

In Rotterdam leeft het gevoel dat Antwerpen op milieu- en duurzaamheidsvlak veel lakser is dan Nederland, en dat dat hen de investering van Ineos heeft gekost. 

“Dat is een onterechte kritiek die we volledig hebben weerlegd. De keuze voor Antwerpen had te maken met onze schitterende ligging en de verankering in de chemische cluster hier. Ineos maakt bouwstenen voor zijn andere fabrieken én kan grondstoffen leveren aan de omringende chemiebedrijven. Die basisproducten worden efficiënt vervoerd door pijpleidingen en dát heeft de doorslag gegeven. Voor een andere haven is dat minder fijn nieuws. Tja, you win some, you lose some.”

Draagvlak vinden voor dergelijke projecten, ook ten opzichte van de publieke opinie, wordt een steeds groter deel van de totale inspanning. 

“Dat is ons nieuwe samenlevingsmodel. In de jaren ’70-’80 gaf geen hond om participatie. In mijn eerste jaren als politica in de jaren ’90  was het buzzword “de kloof met de burger'. Sindsdien zit je in een andere realiteit: mensen worden mondiger, de politiek heeft jaren nodig gehad om zich aan te passen aan die nieuwe stijl. Oosterweel heeft mede daardoor vijftien jaar geblokkeerd gezeten. Nu wordt op een nieuwe manier samengewerkt: burgers en stakeholders zo vroeg mogelijk in het proces betrekken om vervolgens op een bepaald moment af te kunnen kloppen en verder te gaan. Zo creëer je op tijd een draagvlak, en vermijd je dat je lat in het proces opnieuw van nul moet beginnen. Ook de haven zet sterk in op stakeholdersoverleg. Als haven heb je dat draagvlak bij de verschillende groepen nodig.”

Wat wil u verwezenlijkt zien opdat u over zes jaar kan zeggen: dit was voor mij een succes? 

“Ik ben twee weken bezig, zeg! (lacht) Enkele uitdagingen zijn kristalhelder: de files, die we samen met de stad, de bedrijven en Vlaanderen aanpakken. In 2024 zou je stilaan toch weer moeten kunnen ademen. Ook ECA-Saeftinghe komt snel op ons af. Idem voor de digitalisering. Dan is er nog de samenwerking met Zeebrugge, met linkeroever enzovoort. Er staan meer dan genoeg uitdagingen op stapel. Als Antwerpen maar kan blijven groeien, met de politici als maximale facilitator zodat we met nog meer trots naar onze stad en haven kunnen kijken.”

Michiel Leen