WEEKENDPORTRET – Chris Danckaerts: “Droogte 2018 was wake-upcall”

Nieuws, Mensen
Bart Timperman

Met zowat 1.300 medewerkers en een jaarbudget van 450 miljoen euro waakt ingenieur Chris Danckaerts – als gedelegeerd bestuurder van de 15 maanden jonge fusiegroep De Vlaamse Waterweg – over het Vlaamse bevaarbare waterwegennet. In cijfers: meer dan 1.000 kilometer bevaarbare waterwegen, meer dan 2.000 kilometer jaagpaden, 131 sluizen, 1.100 kilometer dijken, 195 kilometer kaaimuren, 78 jachthavens en 800 bruggen. Heel die infrastructuur onderhouden én dynamisch uitbouwen, zorgt voor uw en mijn veiligheid, helpt het mobiliteitsinfarct bestrijden, creëert enorme recreatie- en toerismemogelijkheden én is de aanjager voor tal van innovatieve projecten. Kortom, een indrukwekkende bevoegdheidsportefeuille. Wie is de man die dat alles in goede banen leidt?

“Ik ben in 1960 geboren in Aarschot en heb er heel mijn jeugd gewoond en school gelopen”, vertelt Chris Danckaerts ons vanuit zijn kantoor in Hasselt met zicht op de kanaalkom en het Albertkanaal. “Sinds mijn huwelijk in 1985 woon ik in Hulshout, een rustige Kempense plattelandsgemeente. Mijn vader was leraar wiskunde, mijn moeder huisvrouw en ik heb een één jaar jongere zus. In mijn jonge jaren was ik behoorlijk sportief en speelde ik basketbal en voetbal. (Glimlachend). Nu is dat wat minder al speel ik toch nog elke week wat recreatief volleybal. Als ik van één iets spijt heb gehad, dan is het dat ik niet bij een jeugdbeweging ben geweest. Ik zag immers later welke verrijking dat voor mijn dochters was.”

Roeping

Na zijn humaniora trok Chris naar het nabije Leuven. “Ik was behoorlijk goed in wiskunde en een oom die scheikundig ingenieur was, maakte mij enthousiast om ingenieursstudies aan te vatten. Het eerste jaar was, zoals bij velen, een overgangsjaar. Ik ging namelijk niet op kot en kon de gemoedelijke sfeer van Aarschot moeilijk achter mij laten. Vanaf het jaar erna, op kot, ging alles vlot. Bouwwerken hadden me altijd gefascineerd terwijl scheikunde, natuurkunde of elektrotechniek me minder boeiden. De keuze was snel gemaakt. In 1984 studeerde ik af als burgerlijk ingenieur bouwkunde met een thesis over ‘Corrosie van beton’ bij professor Dionys Van Gemert.”

Dijkbreuk

“Er volgden nog tien maanden legerdienst – in Berlaar bij Lier – en daarna kon ik echt aan de slag. Maar al tijdens mijn diensttijd nam ik met succes deel aan een wervingsexamen bij het ministerie van Openbare Werken op aanraden van Willy Vrelust, een toenmalig ingenieur bij de waterwegadministratie. Al de dag na mijn afzwaaien, op 1 oktober 1985, startte ik bij de Dienst voor de Scheepvaart in Hasselt, het agentschap dat instond voor het beheer en de exploitatie van het Albertkanaal en de Kempische kanalen.”

“Ik werd er hoofd Technische Dienst en fijne collega’s maakten dat ik me er meteen thuis voelde. Onderhoudswerken, leveringen en diensten waren mijn werkterrein. Daarnaast was ik nauw betrokken bij de nieuwe infrastructuurprojecten langs onze waterwegen. Die werden in die tijd nog uitgevoerd in opdracht van de collega’s van Openbare Werken.”

“Ik zag ook toe op de waterhuishouding van onze waterwegen. In een tijd zonder gsm en zonder computer was dat niet zo evident. Een kleine anekdote uit die begintijd: een paar weken nadat ik dienst trad, kreeg ik ’s morgens op kantoor te horen dat men mij al uren trachtte te bereiken. De avond voordien was langs het kanaal van Beverlo in Lommel de dijk doorgebroken. De directeur-generaal had men wel kunnen bereiken en die had die nacht de leiding genomen. Gelukkig viel alles nog mee. Later, in 2001, heb ik nog een dijkbreuk meegemaakt. Dat gebeurde in Rijkevorsel langs het kanaal Dessel-Schoten met, jammer genoeg, heel wat meer schade aan een bedrijf en een aantal woningen. Overigens kreeg ik al snel na die dijkbreuk in Lommel een semadigit, een digitaal oproeptoestel.”

Herbronning

“Uit die beginjaren is me vooral onze metamorfose bijgebleven van een veeleer reactieve organisatie naar een proactieve, klantgerichte. Vandaag is dat nog amper te begrijpen. Als organisatie wisten wij vrijwel niet wie onze klanten waren. Dat hield ons niet bezig. Dat besef was er niet. Om het anders te zeggen: wij zorgden er voor dat de sluizen werkten, ongeacht of die nu wel of niet gebruikt werden.”

“De regionalisering van de bevoegdheid Openbare Werken was misschien niet vreemd aan die herbronning, maar ook binnen onze organisatie groeide de gedrevenheid om meer te doen met onze waterwegen.”

“De oprichting van de vzw Promotie Binnenvaart Vlaanderen in 1992 (in 2017 vervangen door de oprichting van Multimodaal.Vlaanderen binnen het VIL, red.) door toenmalig minister Sauwens, bracht beheerders en gebruikers van waterwegen samen en zorgde voor een bijkomende schwung, met een groeiend bewustzijn van het belang van binnenvaart.”

Reorganisatie

Chris Danckaerts zag in de loop der jaren het overheidslandschap van de waterwegen enkele malen wijzigen. Zo werd de Dienst voor de Scheepvaart in 2004 omgevormd tot nv De Scheepvaart. Deze nv kreeg er de verantwoordelijkheid bij voor de realisatie van de nieuwe waterweginfrastructuur. Eveneens in 2004 werden een aantal afdelingen van de toenmalige Administratie Waterwegen en Zeewezen toegevoegd aan de zusterorganisatie Waterwegen & Zeekanaal (W&Z).”

“Enkele maanden nadat ik in 2014 gedelegeerd bestuurder werd bij De Scheepvaart besliste de Vlaamse regering dat er een fusie zou komen met Waterwegen & Zeekanaal. Met transitiemanager Leo Clinckers, toenmalig gedelegeerd bestuurder van W&Z,  zetten wij het fusietraject in met als horizon 1 januari 2018. Vanaf 1 december 2016 ging Leo met pensioen, nam ik bijkomend de functie van gedelegeerd bestuurder bij W&Z waar en rondde ik samen met de raad van bestuur en het managementteam de fusie zoals gepland af. Op 1 januari 2018 was De Vlaamse Waterweg een feit!”

“Dankzij de inzet van velen is de fusie-operatie alles bij elkaar relatief vlot verlopen. De belangrijkste aandachtspunten bij de fusie waren: het draagvlak bij onze medewerkers verzekeren, toezien op de continuïteit van de dienstverlening, de noden van onze klanten voor ogen houden en naar één bedrijfscultuur convergeren.”

“Het doet me bijzonder veel genoegen om van onze klanten, de waterweggebruikers, te horen dat deze fusie voor hen een uitermate positieve evolutie is. Wij moeten immers, zoals de Engelsen dat zo mooi uitdrukken, civil servant zijn.”

Uitdagingen

Chris Danckaerts hamert erop dat het heel wat investeringen en initiatieven blijft vergen om waterwegen in te zetten in het belang van mobiliteit en veiligheid. Tegelijk bieden waterwegen ook tal van andere opportuniteiten.

“In het belang van de mobiliteit in Vlaanderen moet het aandeel van de binnenvaart in het goederenvervoer beduidend verhoogd worden om de druk op ons wegennet te verlichten. We moeten een sterk en betrouwbaar product aanbieden door er voor te zorgen dat het waterwegennetwerk bedrijfszeker is én blijft. Dat betekent onafgebroken voldoende investeren in de uitbouw van het netwerk én in onderhoud. De ouderdom van onze infrastructuur vraagt om een groeiende onderhoudsinspanning in de volgende jaren. Dankzij onze inspectieprocedures tekent een scenario zoals het instorten van de brug in Genua zich heus niet af. Maar het is noodzakelijk om de resultaten ervan daadwerkelijk om te zetten in acties. Investeren in onderhoud verdient evenveel prioriteit als ‘lintjes knippen’.”

“Met projecten als de Seine-Scheldeverbinding en de verhoging van de bruggen over het Albertkanaal investeren we in de watersnelweg van de toekomst. Een netwerk dat de vraag naar meer vervoer en de nieuwe generatie binnenschepen probleemloos aankan. Beide projecten zijn in volle uitvoering en vereisen nog een aantal jaren aanzienlijke investeringen. De eerdere aarzeling aan Franse zijde om te investeren in de aanleg van het 106 kilometer lange nieuwe kanaal Seine Nord Europe, lijkt intussen ook definitief van de baan en dat belooft voor de toekomst van de waterweg.”

Kaaimuren

“Als waterwegbeheerder willen we de binnenvaart een boost geven. Zo kreeg in 1998 de publiek-private samenwerking (PPS) voor de bouw van kaaimuren vorm. Die maakte het ons als overheid mogelijk 80% te financieren in kaai-infrastructuur, tegenover 20% financiering door de privépartner, en dat mits een aantal criteria zoals een resultaatsverbintenis inzake overslag. Dankzij deze PPS-regeling werden intussen ruim honderd kaaimuren gerealiseerd en groeide het vervoer via de waterweg gestaag. De regeling bestaat nog altijd en de interesse vanuit de bedrijfswereld blijft.”

“Samen met andere actoren zoals Voka en de Vlaamse havens willen we nog meer ondernemingen overtuigen om te kiezen voor het alternatief van de waterweg. Een mental shift bij ondernemers moet leiden tot een modal shift.”

Klimaat

“Even belangrijk is het om de waterveiligheid van Vlaanderen te verhogen, zeker nu de klimaatverandering almaar zichtbaarder wordt. Met onze waterbeheerprojecten beschermen we Vlaanderen beter tegen overstromingen. Zo is er het grootschalige Sigmaplan waarbij we door een brede aanpak niet alleen inzetten op waterveiligheid maar overstromingsgebieden tegelijk ook omvormen tot natuurgebieden met tal van recreatieve mogelijkheden. Denk maar aan de 600 hectare ‘natte’ natuur in de polders van Kruibeke of de heraanleg van de Bunt in Hamme: gebieden waar natuurbeleving en wandel- en fietsmogelijkheden hand in hand gaan.”

“De droogte van de voorbije zomer was een wake-upcall voor iedereen en confronteerde ons met de grenzen van ons watersysteem. We waren verplicht strenge captatiebeperkingen op te leggen in West- en Oost-Vlaanderen. De droogte was meteen het signaal voor de Vlaamse regering om opdracht te geven een droogte- en overstromingsplan uit te werken.”

“We vertrekken gelukkig niet van nul. Met De Vlaamse Waterweg anticipeerden we een aantal jaar geleden al op droogteperiodes door aan de sluizencomplexen van het Albertkanaal pompen te plaatsen die ons in staat stellen om bij droogte saswater terug te pompen. In Olen en Ham zijn die systemen al operationeel en de overige installaties volgen snel.”

Innovatie

“De Vlaamse Waterweg trekt ook voluit de kaart van innovatie. We spelen echt wel een voortrekkersrol op Europees vlak. Zo staat ons Rivier Informatie Systeem model voor heel Europa. Ons waterwegennet is volledig gedigitaliseerd en verstrekt online alle informatie aan waterweggebruikers en logistieke spelers. Bijzonder fier ben ik op onze initiatieven om smart shipping, slimme scheepvaart, te ontwikkelen met onder meer het proefproject Onbemand Varen in de Westhoek. Er zijn trouwens al private spelers die op werkelijke schaal proeven willen ondernemen.”

Werchter

Naast dit alles maakt de grote baas van De Vlaamse Waterweg graag tijd voor familie en hobby’s. “Mijn vrouw en dochters van 30 en 28 zijn mijn steun en toeverlaat en, ja, ik kijk er naar uit om grootvader te worden. Twee jaar terug stopte ik na 28 jaar als secretaris van de KWB-afdeling Hulshout, maar ik maak nog altijd deel uit van de bestuursploeg. Als vrijwilliger actief zijn in het lokale verenigingsleven geeft mij voldoening en zorgt voor aangename verpozing.” 

“Verder speel ik dus wat recreatief volleybal en soms doe ik mee aan een quiz. Daarnaast ben ik een fervente liefhebber van pop- en rockmuziek, eigentijds maar vooral van groepen uit ‘mijn jonge jaren’. Ik pik dan ook regelmatig een concert of een festival mee. Mijn ticket voor Werchter Boutique is overigens al geboekt, want Fleetwood Mac wil ik absoluut nog een keertje horen.”

Paul Verbraeken