Argwaan over Britse douanevoorstellen na brexit

De Britse regering heeft eindelijk gezegd hoe ze de handelsrelaties met de EU ziet na de brexit. De logistieksector reageert sceptisch op de vage plannen. “Maar het zijn vooral de verladers die met problemen zitten”, zegt VEA-voorzitter Johan Proost.

Met die tijdelijke douane-unie wil Londen het vrije verkeer van goederen twee jaar lang behouden na de brexit van maart 2019. Al zegt David Davis, de Britse brexit-minister, dat over de duur van die overgangsperiode kan onderhandeld worden. Daarna zou er een definitieve regeling uitgewerkt worden. Twee voorstellen worden naar voren geschoven: een 'highly streamlined customs arrangement' of een sterk vereenvoudigde douaneregeling. En een nieuw douanepartnership, zonder controles aan de grens met Noord-Ierland of in de havens.

Volgens de Britse vereniging van expediteurs en logistiekers BIFA zouden in de eerste optie de douaneprocedures tot een minimum behouden blijven, maar zouden er wel inklaringen nodig zijn in een of andere vorm.

In de tweede optie – die nauwer aanleunt bij de wensen van de BIFA – moet er een totaal nieuw systeem ontworpen worden. Er zouden geen procedures aan de grenzen moeten ingevoerd worden. Maar, zegt de Britse vereniging, dat zou een radicaal nieuw systeem zijn, dat met de EU moet uitgewerkt worden.

Grote twijfels

Volgens de BIFA zou dit laatste systeem een oplossing bieden voor de controles in de Kanaalhavens. De grootste vrees in de transportsector is immers dat indien douaneprocedures en controles in de havens moeten worden uitgevoerd, er chaos zal ontstaan: er is fysiek geen plaats en ook de menselijke middelen ontbreken.

Robert Keen, de directeur van BIFA, zegt blij te zijn dat de Britse regering eindelijk inziet dat een handels- en ondernemingsvriendelijke aanpak van de brexit nodig is. Maar hij heeft ook twijfels over de plannen van de regering van Theresa May. “Ze houden immers geen rekening met het feit dat de EU eerst wil praten over de scheiding en aspecten zoals de financiële verplichtingen van de Britten, de rechten van de EU-burgers en de Ierse grens. Pas nadien kunnen de handelsrelaties en douane-akkoorden aan bod komen”. Hij heeft dan grote twijfels over de mogelijkheid om een tijdelijke douane-unie in te voeren. “Dat veronderstelt dat de EU-onderhandelaars van houding zouden veranderen", klinkt het.

Europees onderhandelaar Michel Barnier liet alvast verstaan dat er niet getornd zal worden aan de volgorde van de prioriteiten. Ook Guy Verhofstadt, die namens het Europees Parlement mee mag onderhandelen over de brexit, noemde de nieuwe Britse voorstellen "fantasie".

Logistiek moet anders

Ook Johan Proost, de voorzitter van de Antwerpse expediteursvereniging VEA, heeft zijn twijfels. “De Britten zijn nu vragende partij, terwijl zij willen vertrekken. Zo gaat dat niet: in een scheiding is altijd diegene die vertrekt in het nadeel. Het is met andere woorden een politiek probleem, terwijl het bedrijfsleven zo snel mogelijk duidelijkheid wilt”.

“Douanebeamten zijn mensen die voorschriften toepassen. Als er tegen maart 2019 geen akkoord is, dan zullen ze voor de handel tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk de regels toepassen zoals die gelden voor een derde land, zoals – zeg maar – Senegal. In die zin is de brexit een echte disruptie, waarbij het hele systeem overhoop wordt gegooid. Voor de logistiekers zal dat gevolgen hebben, maar zij zijn het gewoon om zich aan te passen”, zegt Proost. Volgens hem zijn er nu al gesprekken aan de gang op privéniveau om, als het nodig is, een soort platform op te richten waarmee de invoerders en de uitvoerders de formaliteiten zouden halveren. “Op formulierniveau kunnen wij afspraken maken om de formaliteiten te vereenvoudigen”.

“Maar voor de verladers – en zeker de fabrikanten met een supplychain tussen de EU en het VK – zijn de gevolgen veel groter”, waarschuwt Proost.

Technologische oplossing

“Waar ik me ook zorgen over maak, is dat de Britten blijkbaar al hun eieren in de technologie willen steken. Zij vertrouwen erop dat er op douaneniveau bilaterale dataplatforms kunnen opgezet worden. Als ik zie hoe complex het is om op lokaal niveau een ‘community driven’ platform op te zetten, dan stel ik mij echt vragen over de haalbaarheid van de Britse plannen. Zeker op zo’n korte tijd”, zegt hij.

Philippe Van Dooren