Oostende staat mee aan wieg van Seanergy Ports

De haven van Oostende trekt mee aan de kar van Seanergy Ports. Dat internationaal initiatief wil kleine en middelgrote zeehavens helpen om een plaats te verwerven of hun positie te versterken in de sector van de ‘blauwe energie’ in al haar vormen.

Seanergy Ports werd afgelopen vrijdag officieel boven de doopvont gehouden. Vijf havens uit België (Oostende), het Verenigd Koninkrijk (Ramsgate en Newhaven) en Duitsland (Rendsburg en Brunsbüttel) tekenden de intentieverklaring over versterkte samenwerking. Voor Oostende zette managing director Paul Gérard (tweede van rechts op de foto) zijn handtekening onder de tekst.

Haven Oostende en zijn dochter voor hernieuwbare energie REBO nemen daarbij het voortouw. De Belgische kusthaven heeft de jongste jaren al zijn sporen verdiend als draaischijf voor de aanleg en het onderhoud van windmolenparken op zee. Oostende mikt op de verdere uitbouw van die bedrijvigheid.

Maar de partners binnen Seanergy Ports kijken ook naar andere vormen van energie die op zee gewonnen kan worden, zoals golf- en getijdenenergie. Seanergy Ports stelt zich daarbij drie doelen: uitgroeien tot een internationaal informatieplatform waar potentiële klanten alle relevante informatie vinden voor hun projecten of activiteiten in een specifieke haven of havencluster; een expertiseforum bieden waar havenmanagers kennis kunnen uitwisselen over behandeling en organisatie van grote projecten; én een stem zijn naar de lokale en internationale overheden om gemeenschappelijke kwaliteitsstandaarden en methodes te ontwikkelen.

De ondertekening vond plaats tijdens de slotconferentie van het Europese Lo-Pinod-project (Logistics Optimisation for Ports) over een betere benutting van regionale havens rond de Noordzee. Daar werd onder meer onderstreept dat kleine en middelgrote zeehavens geconfronteerd worden met tal van uitdagingen op het stuk van havenfinanciering, bedrijfsvoering, infrastructuur, technologie en personeel, maar hun beperkingen ook deels kunnen overwinnen door internationale samenwerkingsverbanden op te zetten en hun expertise te delen.