Internet of Things opent mogelijkheden voor autonome micromagazijnen

Om de camionettisering in de stad tegen te gaan, bieden micromagazijnen mogelijkheden. Van daaruit kan de fijnmazige distributie worden georganiseerd, maar dat heeft een kost. Om die te drukken, kan het Internet of Things wel degelijk helpen.

"Het groeiende aantal bestelwagens en lichte vrachtwagens maakt de doorstroming van het verkeer in de steden almaar moeilijker. Micromagazijnen waar de goederen geleverd worden en van daaruit met aangepaste voertuigen, zoals cargofietsen en stints (elektrische bolderkarren), verder verdeeld worden, kunnen een oplossing bieden. Maar omdat deze stop voor de logistieke dienstverlener een extra overslagplaats en dus ook een extra kost meebrengt, hebben wij onderzocht of technologie deze meerkost kan verminderen of neutraliseren”, zegt Stefan Bottu, projectleider bij VIL (foto).

Deze technologie werd gevonden in het Internet of Things. “Dat houdt de belofte in om op een naadloze manier data te capteren die objecten en processen intelligent maken en autonoom laten functioneren”, legt hij uit. Binnen het project Intello City werd gekeken of deze belofte kan worden waargemaakt . Dat gebeurde in samenwerking met onderzoek- en innovatiehub imec, zeven bedrijven en de steden Antwerpen, Mechelen en Leuven. De resultaten werden donderdag in Berchem gepresenteerd.

“De IoT-technologie kan op veel plaatsen en veel manieren worden ingezet om de stadslogistiek te verbeteren”, zegt Jan Merckx, die het project mee realiseerde. Hij geeft enkele voorbeelden, zoals de intelligente laad- en loszones. Via een app kan de chauffeur of de koerier een plek en een tijdstip reserveren. Wanneer hij in de buurt van de plaats is, gaat een verkeersbeugel de zone automatisch openstellen. Een ander voorbeeld is de automatische notificatie van de handelaar. Hij wordt automatisch op de hoogte gebracht wanneer een levering gebeurt en dankzij ‘geofencing’ ook verwittigd wanneer de koerier er bijna is.

Kronenburgstraat

In het micromagazijn testte VIL een combinatie van IoT-toepassingen. Dat gebeurde in een ruimte aan de Kronenburgstraat in Antwerpen, die de Thomas More Hogeschool ter beschikking stelde. In samenwerking met de stad Antwerpen werd voor het micromagazijn een laad-en loszone gecreëerd met parkeersensoren, ingebouwd in het wegdek. Via een app, ontwikkeld door imec, konden Samsonite en Proximus, de verladers die deelnamen aan het proefproject, een parkeerslot reserveren voor de laad-en loszone. De app zorgt voor een visualisatie van deze reservatie via draadloze interactie met een elektronisch bord vooraan de parkeerzone.

“De app laat eveneens toe om het intelligente slot van het micromagazijn te ontgrendelen en terug te sluiten. Hierdoor kan de chauffeur de goederen afleveren, zelfs wanneer het magazijn onbemand is. Het concept kan verder worden verfijnd, door bijvoorbeeld compartimenten in het magazijn te creëren voor verschillende bedrijven, die elk een apart slot hebben die door de app wordt bediend”, legt Bottu uit.

Groene last mile

De groene last mile belevering vanuit het micromagazijn naar de winkels gebeurde door het gebruik van een Stint en een cargofiets van Cargo Velo. Samsonite beleverde vier winkels in het centrum van Antwerpen vanuit de Kronenburgstraat en Proximus drie. Voor de leveringen werden een aantal IoT-compontenten toegevoegd, zoals LORA-trackers om de levering met de Stint en de fiets op te volgen.

Volgens Hans Schurmans, logistiek directeur van Proximus, kon het bedrijf dankzij dit proefproject de stadsdistributie naar de winkels optimaliseren op een ecologische en stadsvriendelijke manier. Na het proefproject zullen we een doorstart nemen en deze manier van stadsleveringen uitbreiden naar andere steden, als het maar kostenneutraal is. Het is niet de bedoeling om te besparen”.

Samenwerking en open data

“Uit het project Intello City bleek duidelijk dat het IoT inderdaad significant bijdraagt tot een positieve business case van het micromagazijn. De technologie kan het autonoom maken en de extra kosten reduceren met 8 à 25%, afhankelijk van verschillende variabelen: het aantal pakjes, de grootte, de afstanden die gereden worden van het micromagazijn naar het afleveradres, de grootte van het vervoersmiddel en de bijhorende personeelskosten”, zegt Bottu. Het rekenmodel zal in een vervolgproject worden verfijnd.

“Een tweede conclusie is dat de connectiviteit opener moet zijn om een dergelijk project van slimme stadslogistiek te doen slagen. Er is nood aan harmonisatie, open systemen en het gebruik van uniforme open standaarden om de verschillende smart city-oplossingen te integreren in één platform. Dat veronderstelt samenwerking tussen de producenten van de data en de fabrikanten van de sensoren en IoT-apparaten”, zegt Bottu.

“Het ontbreekt niet aan visie en er zijn verschillende steden die de juiste weg bewandelen. Maar om tot het ideale beeld van de logistieke dienstverlener te komen die zich naadloos connecteert van de ene stad naar de andere is er nog een weg af te leggen”, stelt hij.

Intello City krijgt een vervolg. VIL zal in het project R!sult (Responsive Sustainable Urban Logistics), dat binnenkort start, zoeken naar een geïntegreerde logistieke oplossing voor stadsbeleveringen. Naar verluidt is de belangstelling hiervoor al bijzonder groot. Een leefbare stadslogistiek is duidelijk een thema dat leeft.

Philippe Van Dooren