Flows Event: Onaangepaste losplaatsen zijn rem voor ecocombi’s

Er zijn verladers en vervoerders die samen aan transportprojecten met ecocombi’s willen werken, maar men heeft voorlopig een mogelijke hindernis over het hoofd gezien. Niet alleen de laadplaats moet aangepast worden, ook de losplaats.

Dat is duidelijk gebleken tijdens de ontbijtsessie van Flows over de ecocombi’s, vorige week. Het onderwerp kwam aan bod na een vraag van Patrice Laureys, van BRIXadvice. Er worden nu nieuwe logistieke gebouwen opgetrokken, die ‘futureproof’ moeten ontworpen worden. Zij vroeg dan ook of er normen bestaan voor de nodige manoeuvreerruimte, de draaicirkels en dergelijke meer.

Uit het gesprek bleek immers dat ontwikkelaars van logistiek vastgoed de beschikbare ruimte maximaal willen benutten door zoveel mogelijk vierkante meters te bouwen en zo weinig mogelijk ruimte aan parkings en manoeuvreerruimte. Indien er normen bestaan, zouden ze daarmee rekening meten houden, was de redenering.

In het proefproject staan die normen niet vermeld, omdat enkel criteria voor de openbare weg voorzien zijn, verduidelijkt Tom Roelants, administrateur-generaal van het Agentschap Wegen en Verkeer.

60 meter

Benny Smets, CEO van NinaTrans, beaamde dat er op dat gebied geen normen bestaan. “We zijn nu al met klanten aan het bekijken hoe men in de toekomst met dit probleem rekening moet houden. Een ecocombi is 25,25 meter lang. Er is dus een aanrijstrook van minimum 60 meter nodig om recht achteruit te kunnen dokken. Normaal is dat minimum 30 à 35 meter afstand tot aan de kaai. Reken daar gewoon de helft bij.”

“Kan er geen 60 meter voorzien worden, dan moet men in tweede delen laden of lossen. Economisch maakt dat enkel zin als het voertuig over langere afstand wordt ingezet, vermits de bijkomende tijd gecompenseerd wordt. Wel is het probleem ook sectorafhankelijk. Sommige goederen – zoals luchtvracht – moeten op kortere tijd geladen en gelost worden.” zegt Smets nog.

Louis De Wael, de managing director van Van Dievel Transport beaamt het probleem. “Wij zijn niet geselecteerd geweest, maar we hebben veel tijd gestoken in studies en voorbereiding. En wij hebben kunnen vaststellen dat dit probleem wel degelijk een obstakel is. In België zijn er immers veel logistieke centra waarvan de infrastructuur 30 jaar geleden gebouwd is. Vooral het eindpunt, waar je moet terechtkunnen, is het probleem. En wij hebben kunnen vaststellen dat daar de desinteresse groot was.”

De Wael merkt tevens op dat er zelfs vaak problemen zijn met het aanrijden met gewone combinaties. “Wat als dat nog eens 13 meter groter wordt...”

Desinteresse

De Wael voegt daaraan toe dat het probleem zich aan de losplaatsen stelt. “In onze studies hebben we gezien dat het startpunt meestal geen probleem was. In ons project, waarbij er gelost worden in het DC van een supermarktenketen, hebben we gemerkt dat zij niet echt geïnteresseerd waren en niet bereid waren om die extra inspanningen te doen. Er is dus nog werk aan de winkel om de ontvangers van de goederen te sensibiliseren”.

Na afloop werd daar informeel verder over gesproken door enkele deelnemers aan het event. De vraag werd daarbij gesteld waarom er problemen zijn op dat gebied in Vlaanderen en niet in Nederland. Volgens hen kwam dat omdat de Nederlanders er al veel langer aan experimenteren. Die pijnpunten zijn daar dan ook veel vroeger aan het licht gekomen en hebben ze gaandeweg de infrastructuur aangepast of de nieuwe infrastructuur in functie van de ecocombi ontworpen, leek de meest logische conclusie.