Activiteit Belgisch wegvervoer blijft ondermaats

De activiteit in het Belgische beroepsgoederenvervoer over de weg blijft ondermaats. De nationale vervoeractiviteit is met -1,3% vertraagd en op internationaal vlak is een lichte daling van -0,4% opgetekend. Gevraagd naar hun grootste knelpunten, wijzen de transporteurs vooral op de hoge Belgische loonkosten.

Dat meldt het Instituut wegTransport & Logistiek België (ITLB) naar aanleiding van de conjunctuurenquête voor het tweede kwartaal van 2014.  Het stelt vast dat de economie opnieuw lijkt stil te vallen. In België is het bbp met amper +0,1% gegroeid, in de EU28 registreerde men een nipte groei van +0,2% en de Eurozone wordt gekenmerkt door een nulgroei.

Dat de sector van het wegvervoer slechter nog slechter presteert dan de economie in haar geheel, is volgens de ondervraagde wegvervoerders te wijten aan de loonkosten. “Hierdoor is niet alleen de internationale concurrentie loodzwaar voor vervoerders met Belgische chauffeurs, maar sommige bedrijven merken op dat ze ook op nationaal vlak moeten wedijveren met vervoerders die goedkopere buitenlandse chauffeurs inzetten via uitvlagging,” meldt het ITLB.

Ook wordt gewezen op de negatieve gevolgen van het fileleed. “Dat leidt tot onproductieve uren terwijl de strenge rij- en rusttijden erop van toepassing zijn. Vooral de mobiliteitsproblematiek rond Antwerpen wordt in dit verband vaak aangehaald,” aldus het ITLB.

Ten slotte vraagt een aantal bedrijven zich af of de recente strengere wetgeving betreffende landbouwvoertuigen grotendeels dode letter blijft, aangezien ze vaststellen dat zulke voertuigen in de praktijk nog vaak op onrechtmatige wijze ingezet worden in het goederenvervoer over de weg.

De uitbesteding van opdrachten naar derden toe is gedaald. De gewogen saldi van de antwoorden bedragen -0,3% in het nationaal vervoer en -2,3% in het internationaal vervoer.

Kostprijs

Volgens het merendeel van de vervoerondernemingen is zowel de kostprijs als de vrachtprijs niet veranderd ten opzichte van voorgaand kwartaal. De overige bedrijven signaleren zowel in het nationaal als in het internationaal vervoer grotendeels een stijging van de kostprijs. Bij de vrachtprijs zijn de resultaten echter verdeeld: op nationaal vlak is een kleine stijging genoteerd, maar op internationaal vlak is er een nipte daling vastgesteld.

Qua personeel is er een daling geweest bij de chauffeurs en de niet-rijdende arbeiders, terwijl de cijfers bij de bedienden stabiel gebleven zijn t.o.v. van het eerste kwartaal. Het aantal openstaande betrekkingen voor chauffeurs is echter opvallend gestegen: 16,9% van de vervoerders verklaart op zoek te zijn naar een chauffeur, in vergelijking met 6,5% in het kwartaal ervoor en amper 2,8 % een jaar eerder.

18,9% van de bedrijven laat weten met liquiditeitsmoeilijkheden te kampen. Dit is weliswaar een stukje hoger in voorgaand kwartaal (17,1%), maar het blijft onder het niveau van hetzelfde kwartaal in voorgaand jaar (toen bedroeg het 23,1%).

De door de bedrijven aan hun opdrachtgevers toegestane uitstel van betaling bedraagt gemiddeld 42 dagen terwijl het in praktijk oploopt tot gemiddeld 54 dagen.

Positief is wel dat er weer meer wordt geïnvesteerd. 30,1% van de vervoerders zegt in de loop van het kwartaal een investering doorgevoerd te hebben, in vergelijking met 19,3 % in het kwartaal ervoor en 21,6 % een jaar terug. Wel gaat het vooral om vervangingsinvesteringen, vooral in motorvoertuigen.