CMB.TECH onthult baanbrekende truck op waterstof

Nieuws, Transport
Philippe Van Dooren
De 'Lenoir': eerste truck op waterstof van CMB.TECH
De ‘Lenoir’: eerste truck op waterstof van CMB.TECH © CMB.TECH

CMB.TECH lanceerde de eerste truck op waterstof, de Lenoir. Hij kan bijna in serie worden geproduceerd. De truck gebruikt geen brandstofcellen maar heeft een dual-fuelverbrandingsmotor. Toch kan hij vandaag al de CO2-emissies met 80% verlagen.

CMB.TECH opende vorige week een waterstoftankstation in de haven van Antwerpen. Het bedrijf lanceerde naar aanleiding van dat event ook de eerste dual-fuelvrachtwagen die rijdt op waterstof en diesel. Die primeur bleef wat ondergesneeuwd maar verdient extra aandacht: de Lenoirtruck is baanbrekend

De Belg Lenoir

Wie vandaag spreekt over trucks op waterstof, heeft het over elektrische trucks op batterijen die een groter bereik hebben omdat brandstofcellen aan boord van het voertuig waterstof omzetten in elektriciteit (Fuel Cell Electric Vehicle, FCEV). De Lenoir van CMB.TECH is daarentegen uitgerust met een dual-fuelverbrandingsmotor, te vergelijken met de lng-motor van Volvo Trucks. Het gas wordt vermengd met diesel voor de ontbranding (waarbij er dus geen bougie nodig is). De naam ‘Lenoir’ verwijst naar Étienne Lenoir, een Belg die in 1860 de eerste interne verbrandingsmotor op waterstof bouwde.

Dual fuel

Volgens Roy Campe, CTO bij CMB.TECH, is voor langeafstandstrucks op emissiegebied het snelst resultaat te halen met deze technologie. “Het zal nog een hele tijd duren vooraleer de FCEV doorbreekt. De technologie is vandaag nog in ontwikkeling en er zijn bitter weinig tankstations die waterstof aan een druk van 700 bar en -40°C gekoeld kunnen leveren aan vrachtwagens die een relatiefhoge opslagcapaciteit hebben. Ook is het nog niet zeker of de FCEV de aangekondigde afstanden van zo’n 1.000 km zullen kunnen halen. Onze dual-fueltruck rijdt op waterstof met een druk van 350 bar en behoeft geen koeling. Dergelijke tankstations zijn gemakkelijker te vinden. Vergelijk het met cng dat gemakkelijker te vonden dan lng”, zegt hij.

Flexibiliteitsvoordeel

“Wij denken dat ons concept het meest emissiebesparend is in verhouding tot de meerkost. Met 30 kg waterstof heeft de truck een rijbereik van zo’n 500 km op dual fuel. Zijn de tanks leeg, dan kan de truck gewoon overschakelen op diesel en verder rijden. Dat voordeel heb je met een monofuel FCEV niet. Het flexibiliteitsvoordeel maakt ons concept het meest geschikt om de transitie naar waterstof te verwezenlijken”, zegt Campe nog.

De Lenoir is eigenlijk een Ford F-Max met Ecotorq dieselmotor als we afgaan op de beelden van de truck.Volgens Campe staat de Lenoir voor een concept dat opelke truck kan worden toegepast. “Op het frame worden waterstoftanks en leidingen gemonteerd en wordt een nieuwe verdeelunit (‘manifold’) op de motor geïnstalleerd. In de cabine wordt de elektronica aangepast. “De kost is vandaag nog hoog – de Lenoir kost iets minder dan het dubbele van een basisdieseltruck – maar de technologie is relatief eenvoudig, zodat die kost flink daalt wanneer meer trucks worden geproduceerd”, voegt hij toe.

80% minder emissies

Met een FCEV zijn er geen CO2-emissies. “Vandaag stoot de Lenoir 60% minder CO2 uit dan een dieseltruck. Met een aangepaste ‘calibratie’ van de injectie kunnen we -80% bereiken. Maar dat vraagt om een complexere homologatie van de truck. Dat traject is nog lopende”, zegt Campe nog.

Beproefde technologie

“De dual-fueltechnologie is in de scheepvaart al beproefd. Bij CMB zijn wij er al ruim tien jaar mee bezig. In die sector is de nood aan vergroening nog groter en urgenter. Wij benutten die opgebouwde technologische expertise om vandaag al in de trucksector aanzienlijke CO2-besparingen te realiseren aan een relatief lagere kost. Met behoud van de flexibiliteit: een dieseltankbeurt en twee waterstoftankbeurten per week volstaan.  De Lenoir heeft ook een gewichtsvoordeel: de hele installatie weegt 950 kg. Bij de FCEV zal dat naar verwachting nog meer zijn. En omdat de kostprijs vrij snel zal dalen, denken we dat de belangstelling in de markt groot zal zijn”, zegt Campe nog.

Philippe Van Dooren