Verladers en groene supplychains (uit Flowsmagazine)

Verladers zeggen vaak te streven naar meer duurzaamheid, maar ze gaan minder tot de daad over dan logistieke bedrijven. Die praten minder en handelen meer. Kris Neyens van VIL: “Dat heeft verschillende redenen."

Kris Neyens is samen met professor Theo Notteboom (Universiteit Antwerpen) en dr. Larissa van der Lugt (Erasmuscentrum Rotterdam) auteur van het ING-rapport ‘Green Supply Chains, implications and challenges for Rhine-Scheldt Delta Seaports’. Voor deze studie voerde VIL een enquête uit bij verladers en dienstverleners zoals logistiekers, transporteurs, expediteurs en terminaloperatoren in Antwerpen en Rotterdam. 

“We vroegen hen hoe belangrijk groene supplychains voor hen zijn. Sinds wanneer zijn ze een topic, wanneer namen ze die in hun ‘missionstatement’ op en wanneer traden ze in actie?”, legt Neyens uit. “Hieruit bleek dat verladers de vergroening vrij snel op de agenda plaatsten. In 2015 – het ijkpunt – begon 70% aan de oefening. Twee jaar later had 85% van hen de vergroening van de supplychains in hun missionstatement opgenomen. Maar slechts 50% had concreet actie ondernomen. Bij de logistieke dienstverleners was 78% er in 2015 mee bezig en twee jaar later was 80% van hen tot de daad overgegaan.”

Duidelijk verschil

De enquête bracht een duidelijk verschil tussen de verladers en de logistieke bedrijven aan het licht met betrekking tot het verminderen van de ecologische voetafdruk in de hele toeleveringsketen. “Verladers zeggen vaak te streven naar meer duurzaamheid, maar gaan minder tot de daad over dan de logistieke bedrijven. En dat terwijl die laatsten vaak niet eens een groen beleid in hun missie hebben geïntegreerd”, stelt hij vast.

“Deze inspanningen op gebied van vergroening kunnen zeer divers zijn: groene energie, energiebesparingen in het transport en in de gebouwen, een modal shift, noem maar op. Voor de logistieke dienstverleners zijn ze wat gemakkelijker toe te passen dan voor de verladers, die vooral in de havens vanuit een industriële context moeten werken. De omvang van de investeringen is van een andere grootteorde. Deze ondernemingen zijn ook vaker multinationals, waar de beslissingslijnen langer zijn dan bij een kmo”, voegt Neyens toe.

“Wat ons misschien nog meer opviel, is dat een bedrijf op de vijf in de Vlaamse havens en in Rotterdam – en de regio’s daarrond - nog niets heeft ondernomen om de ecologische voetafdruk te verkleinen. Meer nog: een bedrijf op de tien heeft zelfs geen agenda op het gebied van duurzaamheid!”, zegt hij.

Geen KPI’s

Nog een opvallende vaststelling is dat de meeste bedrijven neutraal staan tegenover de verschillende KPI’s (key performance indicators, red.) om de efficiëntie van groene maatregelen te meten. “Dat komt omdat veel bedrijven er helemaal geen hanteren”, zegt Neyens. “Veel bedrijven meten dus geen of weinig parameters op gebied van duurzaamheid, terwijl meten ook een relevante maatregel is om onder meer de rentabiliteit te verbeteren. Vooral de kmo’s zijn niet met KPI’s bezig. Dat betekent dat er bij hen veel ‘quick wins’ te halen zijn. Daarbij kunnen hulpmiddelen worden gebruikt die vandaag voorhanden zijn, zoals de Logistics Sustainability Index van VIL”, constateert hij.

Jonge werknemers aantrekken

“Uit de enquête blijkt overigens dat bijna de helft van de respondenten een groen beleid belangrijk vindt om jonge krachten aan te trekken. Dat is ons bevestigd tijdens de gesprekken die we na de voorstelling van de studie hadden”, zegt hij. 

De vergroening is volgens Neyens een effectief argument in de ‘war for talent’. “Toch moeten we vaststellen dat er nog geen ‘sense of urgency’ heerst. De beweging is vijftien jaar geleden in gang gezet door Al Gore en zijn ‘Inconvenient Truth’. Na de crisis van 2008 viel die grotendeels stil. Nu de bekommernis om het milieu weer toeneemt, lijkt de economie af te koelen. Verwacht wordt dat andere factoren weer de bovenhand krijgen. Een middel om dat tegen te gaan, is een systeem invoeren waarbij de supplychainmanager een bonus krijgt in functie van zijn vergroeningsresultaten. Helaas zie ik dat niet snel gebeuren. Hiervoor moet de bedrijfscultuur te veel veranderen”.

Concrete aanbevelingen

Op basis van de enquête formuleerden de onderzoekers dertien aanbevelingen om het beheer van de groene supplychain te versterken, maar die zijn vrij algemeen van aard. Daarom vroeg ING aan VIL, Logistics in Wallonia en de Thomas More Hogeschool om een tussentijds rapport te schrijven waarin concrete aanbevelingen in verband met alternatieve brandstoffen voor het wegvervoer worden opgenomen.

“Er bestaan al verschillende studies over alternatieve brandstoffen en technologieën, maar geen overkoepelende, vergelijkende studies. Het nieuwe rapport, dat in september klaar moet zijn, zal meer een whitepaper zijn met onderbouwde voorstellen die economisch en juridisch worden gekaderd. In die context zal ING de voorstellen aftoetsen bij een aantal leidende figuren. Een van de doelstellingen is om de hele sector – verladers, logistieke dienstverleners en constructeurs - te wijzen op haalbare en tastbare maatregelen en hen te helpen bij het nemen van gefundeerde beslissingen”, voegt Neyens toe. 

Philippe Van Dooren