Bellot: “België tegen verdere liberalisering cabotage”

België is gekant tegen een totale liberalisering van de cabotage in het wegvervoer. Dat stelt federaal minister van Verkeer François Bellot. Hij zal dan ook dit standpunt verdedigen op Europees niveau.

Bellot deed de uitspraken tegen vertegenwoordigers van UPTR, die eerder deze week door de minister ontvangen werden. Zoals geweten legt de Europese Commissie momenteel de laatste hand aan de ‘Road Initiatives’, die een update van de Europese regels in het wegvervoer beogen. In het kader van die herziening pleiten een aantal Oost-Europese landen voor een volledige vrijmaking van de cabotagemarkt in de EU.

Bellot verzekerde aan de delegatie van de vervoerdersvereniging dat hij het standpunt deelt dat een totale liberalisering van de cabotage uit den boze is. Ook zei hij dat hij bij Europa zal pleiten voor een uniforme interpretatie van de regels inzake cabotage. Enkele lidstaten, waaronder Frankrijk, interpreteren deze regels op een eigenzinnige manier.

De minister zei verder aandacht te hebben voor de bekommernissen van UPTR. Die stelt dat het Belgische grondgebied zo klein is, dat een afschaffing van het plafond van drie cabotageritten (volgend op een internationaal transport), neerkomt op een volledige liberalisering van het nationaal transport. Ook stelt de vereniging dat de operaties over de weg in het kader van een gecombineerd transport in de definitie van ‘cabotage’ geïntegreerd moeten worden. Vandaag vallen ze buiten de cabotageregels.

Plan voor eerlijke concurrentie

UPTR heeft verder bij de minister aangedrongen dat een aantal punten van het ‘plan voor een eerlijke concurrentie in de transportsector’ versneld worden gerealiseerd. Deze zijn een meer coherente boetecatalogus en de afschaffing van de boete van 1.500 euro voor het ontbreken van de CMR-vrachtbrief; een uitbreiding van de regels van de toegang tot het beroep naar alle transporteurs (inclusief voor de voertuigen met een nuttig laadvermogen van minder dan 500 kg) en strengere controles van de voertuigen onder de 3,5 ton MTM.

Voorts vraagt UPTR dat er een beter evenwicht komt tussen de controles langs de weg en die op het bedrijf, en eist de organisatie dat het principe van de medeverantwoordelijkheid van de opdrachtgevers of de verladers voor de onmiddellijke inningen voor inbreuken op de transportwetgeving, effectief wordt toegepast.

Landbouwvoertuigen

UPTR vroeg Bellot ook het oneigenlijk gebruik van landbouwvoertuigen voor transportactiviteiten beter te beteugelen. Zo vraagt de vereniging voor de afschaffing van alle uitzonderingen over de rij- en rusttijden en het gebruik van de tachograaf.

Een herziening van de reglementering met betrekking tot de landbouwnummerplaten en de voorwaarden die het gebruik van rode diesel toestaan, staan ook op de verlanglijst.

Zuurstof voor de transportsector

UPTR heeft ook het initiatief aangehaald van de drie transportfederaties, die samen met de vakbonden "zuurstof voor de sector" eisen. Zij klagen al jaren het verlies aan concurrentievermogen van de Belgische transportondernemingen en logistieke sector aan.

Zo vragen ze bijvoorbeeld al jaren tevergeefs om de RSZ-bijdrage op de wachturen (de zogeheten ‘beschikbaarheidstijd’) af te schaffen.

In het kader van dit gemeenschappelijk initiatief hebben de sociale partners overigens minister van Werk Kris Peeters ontmoet, alsook vertegenwoordigers van de kabinetten van Eerste minister en van de minister van Financiën.