Oeverstaten Balticum en Noordzee willen ook NOx-emissies omlaag

Na de invoering van de strengere zwavelnorm nemen de oeverlanden van het Balticum en de Noordzee de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) door de scheepvaart in het vizier. Eerder deze maand is een stap gezet naar een NOx Emission Control Area (NECA).

Binnen de Helsinki Commission zijn de Europese Unie en de negen oeverlanden van de Baltische Zee overeengekomen om bij de IMO een verzoek in te dienen om zo’n NECA in het Balticum in te voeren onder de Marpol-conventie. Die maatregel past in het raam van het ‘Baltic Sea Action Plan’.

Volgens de uitgetekende ‘roadmap’ zou het Marine Environment Protection Committee (MEPC) van IMO zich in oktober over dit dossier moeten buigen. Eenzelfde aanvraag zou ook voor de Noordzee en het Kanaal voorgelegd worden.

De strengere NOx-norm zou dan vanaf 2021 van kracht kunnen worden.

Uitstoot halveren

Doel is de uitstoot van stikstofoxiden, die bijdragen tot zure regen en het broeikaseffect versterken, langs die weg omlaag te krijgen. De SECA (Sulphur Emission Control Area) op de Noordzee en de Baltische Zee laat die emissies ongemoeid. Binnen de Emission Control Areas (ECA’s) in Noord-Amerika en de Caraïben is de norm voor NOx-uitstoot wel scherper gesteld, stipt Transport & Environment (T&E) in een reactie aan.

Het ombuigen van de NOx-uitstoot door zeeschepen in het Balticum staat nochtans al sinds 2007 ter discussie. Het duurde echter jaren voor de nodige studies om die beslissing te onderbouwen afgerond konden worden. In 2014 ging Rusland bovendien even dwars liggen.

Volgens T&E is scheepvaart in het Balticum verantwoordelijk voor meer dan 13.000 ton luchtemissies van stikstofoxiden per jaar. De Helsinki Commission raamt de mogelijke reductie van die uitstoot op termijn op ongeveer 7.000 ton.