Baggercontracten lopen vaak vast in kostenverhogingen en verspilling

De gunning en uitvoering van baggerwerken roept in Vlaanderen in een aantal gevallen vraagtekens op en kostenoverschrijdingen zijn frequent, zegt het Rekenhof. Aan de kant van de binnenwateren blijft de achterstand de grootste kopzorg.

Het Rekenhof onderzocht de onderhouds-, aanleg- en verdiepingsbaggerwerken in de maritieme toegangswegen en in de bevaarbare binnenwateren. Het is een budgettaire uitgavenpost die kan tellen, met een jaarlijks gemiddelde van zowat 205 miljoen euro over de periode 2009-2014, inclusief de verwerking van vervuilde baggerspecie.

Het gros van dat bedrag (gemiddeld 134 miljoen euro) gaat naar de onderhoudsbaggerwerken in de maritieme toegangswegen.

Mededinging

“De onderzochte baggercontracten werden in de regel gegund na mededinging”, stelt het Rekenhof. “Ook de looptijd blijft meestal beperkt in de tijd.”

Op die regel bestaan wel uitzonderingen, stipt het aan. Het meest flagrante voorbeeld betreft de uitvoering van de baggerwerken op de Linkerscheldeoever in Antwerpen. Die gebeuren naar verluidt “op grond van een baggercontract dat in 1972 buiten mededinging is gesloten met een tijdelijke vereniging”. In totaal kreeg die inmiddels voor 595,1 miljoen euro aan baggerwerken toegewezen. Het Rekenhof raadt de Vlaamse overheid aan de mogelijke nietigheid van dit contract te onderzoeken.

Mededinging was ook niet de regel voor de onderhoudsbaggerwerken die het Havenbedrijf Antwerpen met zijn eigen baggerbedrijf uitvoerde in de gedeelten van de haven die als maritieme toegang zijn afgebakend, geeft het Rekenhof nog aan. De prijs daar daalde wel gevoelig vanaf 2014, “toen voor het eerst rekening werd gehouden met marktconforme prijzen”.

Kostenverhogingen

Schort het niet aan de gunningswijze of aan de nodige mededinging, dan loopt het achteraf wel eens fout. “Door een onzorgvuldige voorbereiding zijn enkele opdrachten tijdens de uitvoering op onrechtmatige wijze aanzienlijk uitgebreid of gewijzigd of ontstonden omvangrijke verrekeningen”, klinkt het.

De effectief gebaggerde volumes lijken wel overeen te komen met de gefactureerde hoeveelheden.

Waterwegen

Aan de kant van het waterwegennet voor de binnenvaart is het grootste probleem dat de financiële middelen die de Vlaamse overheid ter beschikking stelt, niet voldoen om de geaccumuleerde “historische” achterstand in onderhoudsbaggerwerken “op korte termijn” weg te werken.

Dat heeft gevolgen voor de binnenvaart: “De werkelijke diepgang van diverse onderdelen van de binnenvaartwegen die W&Z beheert, is kleiner dan de theoretische capaciteit volgens de CEMT-classificatie.”

Storten en verwerken

Eén van de belangrijkste problemen aan die kant is het gebrek aan stort- en verwerkingscapaciteit van vervuilde baggerspecie afkomstig uit binnenwateren, inclusief havens en vaarwegen zoals het zeekanaal Gent-Terneuzen. Waar in 2013 en 2014 een prijskaartje van 55 à 60 miljoen euro vasthing.

Het Rekenhof neemt daarbij onder meer het Amorasproject in Antwerpen op de korrel (ook daar onder meer omwille van vragen bij de gunning van onvoorziene meerwerken). Amoras leidt wel tot “een halvering van de gemiddelde kostprijs ten opzichte van de traditionele verwerking en opslag, maar kent belangrijke tekortkomingen“.

Eén daarvan is dat de specie die in afwachting van verwerking in een onderwatercel wordt gestort, voor zowat de helft terugvloeit in de Schelde, waar die dan opnieuw gebaggerd moet worden om in diezelfde onderwatercel gebracht te worden, waarna hetzelfde proces zich herhaalt. De door de administratie geraamde meerkost van 3,4 miljoen euro voor de periode 2012-2014 is volgens het Rekenhof een onderschatting.

Ook W&Z kreeg op dit vlak met problemen te kampen die zware financiële gevolgen hebben. Het huurt sinds 2006 een kleiput om vervuilde baggerspecie uit de Vlaamse binnenwateren te storten. Tot eind 2014 kon niet meer dan 3,3% van de capaciteit benut worden, omdat de vereiste vergunningen niet tijdig bekomen konden worden. Over die acht jaar betaalde W&Z wel bijna 48 miljoen aan huurgelden.

Aanbevelingen

Het Rekenhof dringt in zijn aanbevelingen onder meer aan op een grotere doelmatigheid en op de tijdige uitvoering van baggerwerken, een betere voorbereiding van de opdrachten en een meer zorgvuldige inschatting van de te baggeren volumes om te vermijden dat achteraf meerwerken (buiten mededinging) moeten worden toegekend.

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts belooft met de conclusies en aanbevelingen van het rapport rekening te houden. In zijn antwoord verwijst hij ook naar een aantal beleidsmaatregelen die moeten bijdragen tot een verbetering van de situatie.

Politieke reacties

Sp.a en Groen reageerden heel kritisch op het rapport van het Rekenhof. Fractieleider Joris Vandenbroucke van sp.a stelde alvast voor de minister en de verantwoordelijke ambtenaren te horen voor de Commissie Mobiliteit en Openbare Werken.

Van de kant van Groen riep Vlaams parlementslid Wouter Van Besien de minister op het contract voor de baggerwerken op de Antwerpse Linkeroever onmiddellijk stop te zetten. Dat kan volgens hem zonder dat er een risico bestaat op schadeclaims.