Haven-CEO’s: “Duurzame concurrentiepositie vraagt scherpe keuzes”

Nieuws, Havens
Michiel Leen
V.l.n.r.: Jacques Vandermeiren, Daan Schalck, Tom Hautekiet en Theo Notteboom
V.l.n.r.: Jacques Vandermeiren, Daan Schalck, Tom Hautekiet en Theo Notteboom © Peter Duerinck/Flows

Opmerkelijk eensgezind zijn de CEO’s van de drie Vlaamse havens wanneer het gaat over het vrijwaren van hun concurrentiepositie. Dat hoeft niet te verbazen: uitdagingen als de energietransitie en circulaire economie los je niet op in je eigen silo.

In een wereld waarin duurzaamheid en connectiviteit steeds belangrijker worden, meet je de concurrentiepositie van een haven niet langer alleen af aan de hoeveelheid goederen die er passeren. Welke criteria doen er voor de Vlaamse havens wel toe in de aanloop naar ambitieuze klimaat- en milieudeadlines in 2030 en 2050? En hoe geven ze die uitdagingen concreet vorm? In het slotdebat op de Flows Haventop gaan de CEO’s van de drie Vlaamse havens in gesprek over oplossingen. Professor Theo Notteboom (Universiteit Antwerpen) modereert.

Schalck: “Spreken niet meer over tonnage”

“In het strategisch plan van North Sea Port komt het woord ‘tonnage’ alvast niet meer voor”, zegt Daan Schalck, CEO van de Gentse fusiehaven. “Criteria als energie, klimaat, dataverkeer, naast ligging, ruimte en knooppuntfunctie worden steeds belangrijker.”

Zijn Antwerpse collega Jacques Vandermeiren meent dat tonnen en teu’s een rol blijven spelen in het bepalen van de concurrentiepositie. “Niettemin worden zaken als milieu- en sociale impact steeds belangrijker. Samenwerken over de havengrenzen heen is fundamenteel. Dat is niet zozeer een kwestie van ‘think out of the box’, maar ‘think in a different box’: andere partnerships en andere verhoudingen dan degene die je vandaag voor ogen hebt.”

Tom Hautekiet, CEO van de haven van Zeebrugge, ziet een toekomst waarin de rapporten van de havens niet meer zomaar met elkaar te vergelijken zijn, omwille van de complementaire rollen die ze in het havenlandschap opnemen.

Vandermeiren: “Fusie brengt meer goeds dan slechts”

Zeebrugge en Antwerpen komen door hun fusie in zo’n ‘different box’ terecht. “Dat fusieproces zal onvermijdelijk nog tot enkele hick-ups leiden, maar het creëert vooral opportuniteiten”, zegt Vandermeiren. “Je merkt nu al dat bedrijven uit de sector met andere ogen naar Zeebrugge kijken. Er is iets nieuws gecreëerd, waarvan de tastbare voordelen nu nog niet duidelijk zijn, maar waarvan wel meer goeds dan slechts te verwachten valt.”

Geen van de panellisten betwist dat samenwerken nodig is om de internationale milieu- en energiedoelstellingen te halen. “2050 is morgen al”, zegt Vandermeiren. “Mijn agenda is voor de helft ingenomen door projecten die verband houden met energie. Als grootste petrochemische cluster in Europa hebben we die energietransitie ook nodig. Vlaanderen heeft troeven om een voortrekkersrol te spelen, maar we moeten ook over de grens kijken. Europese gesprekspartners zijn altijd verrast wanneer ze merken dat mijn Rotterdamse collega Allard Castelein en ik in dit dossier op dezelfde lijn zitten. Op het vlak van energie zijn Gent, Rotterdam en Antwerpen geen concurrenten. Met hulp van Europa wordt de regio Antwerpen-Rotterdam-Noordrijn-Westfalen de energiehub van Europa.”

Hautekiet: “Knopen doorhakken”

Daarbij mag duidelijk zijn dat de havenautoriteiten het niet allemaal zelf willen of kunnen doen, maar dat ze rekenen op de input van pionierende privébedrijven die nu al in de Vlaamse havens actief zijn. Want dat er soms pijnlijke keuzes zullen worden gemaakt, staat voor Tom Hautekiet buiten kijf. “We moeten zo snel mogelijk knopen doorhakken in verband met de infrastructuur die nieuwe, duurzame vormen van energie nodig hebben.”

Zijn Gentse ambtscollega beaamt. “Je moet in dialoog gaan met bestaande bedrijven en scherpe keuzes maken over de invulling van nog te ontwikkelen terreinen. Gent evolueert naar een haven met Europese focus en toenemende activiteit in recyclage van bijvoorbeeld bouwafval: we gaan nieuwe stromen op kortere afstand ontwikkelen. Welke sectoren ga je nog ontwikkelen op je eigen, schaarse terreinen? Opslag en distributie zonder multimodaliteit bijvoorbeeld, moet dat nog in havengebied? Scherpe keuzes zijn nodig. Het huidige maatschappelijke debat verhindert ook dat je ruimte zomaar commercialiseert zonder antwoorden op vragen over impact en duurzaamheid.”

ECA: uitstel maar geen afstel

Daarmee is de voorzet gegeven richting de ECA-perikelen in Antwerpen. Jacques Vandermeiren is niet uit zijn lood geslagen door het negatieve advies van de Raad van State. “Dat project is zelfs stikstof-positief. Nieuwe ruimte voor containers in Antwerpen is sowieso nodig. Het afgelopen kwartaal hebben we weer 4% beter gedaan dan dezelfde periode vorig jaar. Het zou jammer zijn als het ECA-project nu teniet zou gaan door protest. Vlaanderen moet aan een rechtszekere omgeving werken voor dergelijke projecten. Maar uitstel is in dit geval geen afstel.”

Havenbedrijven moeten ook in deze tijd winst blijven maken, meent Vandermeiren. “Port of Antwerp investeert in de komende tien jaar twee miljard. Een duurzame, geconnecteerde en bereikbare haven is ook voor het voortbestaan van de private bedrijven nodig. Dat de tarieven flexibel worden om een incentive te creëren richting meer duurzaamheid, ligt voor de hand. Het is de stok én de wortel.”

Niet dat de havenbedrijven met het vingertje willen zwaaien. Van het woord ‘havenautoriteit’ willen de drie CEO’s eensgezind af. Liever benadrukken ze hun connecterende rol, hun functie als facilitatoren en kenniscentra over de omgeving waarin ze opereren. “Wat hier in Vlaanderen gebeurt, wordt met aandacht gevolgd in de rest van de wereld”, besluit Vandermeiren.

Over de haventop van vandaag kunt u hier nog verder lezen over de andere panelgesprekken ‘concurrentiepositie Vlaamse Havens’, ‘duurzaamheid en ontwikkeling‘, ‘toegevoegde waarde verhogen met digitalisering‘ en over het slotpanel met de CEO’s van de drie grote Vlaamse zeehavens.

Michiel Leen