Søren Toft (MSC): “Rederijen niet probleem van verstoorde supplychain”

Nieuws, Scheepvaart
Julie Desmet
CEO van MSC Søren Toft te gast op wereldcongres IAPH in Antwerpse Havenhuis
CEO van MSC Søren Toft te gast op wereldcongres IAPH in Antwerpse Havenhuis © IAPH

Søren Toft maakte als CEO van rederij MSC zijn publieke debuut op het wereldcongres IAPH in Antwerpen sinds zijn aanstelling eind 2020. Over de ontwrichte supplychains sprak hij klare taal: “De rederijen zijn niet de kern van het probleem.”

De International Association of Ports and Harbours (IAPH) kondigde de komst van Søren Toft aan als hét hoogtepunt van de derde conferentiedag. In het Antwerpse Havenhuis ging Toft samen met Jacques Vandermeiren, CEO van Port of Antwerp, en Patrick Verhoeven, managing director van IAPH, in gesprek over een verzekerde toekomst van de containervaart.

“Ik heb al zes fantastische maanden achter de rug”, opent Toft het panelgesprek. “Die waren misschien wel wat te druk met alle uitdagingen op ons pad, maar we zijn heel trots over hoe we de coronacrisis hebben aangepakt. We hebben aangetoond dat we de supplychains draaiende kunnen houden.”

Explosieve vraag

“De laatste negen maanden waren niettemin zeer zwaar”, gaat hij verder. “De supplychain staat onder enorme druk. Sommigen zeggen dat de rederijen de bron van het probleem zijn, maar dat is niet terecht. De kern van het probleem is de explosieve vraag. We lijden onder het feit dat havens onderbemand zijn door coronamaatregelen, het gebrek aan truckchauffeurs en magazijnen. We hebben enorm geïnvesteerd in nieuwe services om aan de eisen van onze klanten te voldoen en hebben tachtig extra schepen in de vaart genomen en duizenden extra containers ingezet.”

Die medaille heeft wel een keerzijde en creëert zorgen bij MSC. “We consumeren veel te veel brandstof”, vertelt Toft. “We blijven onze ecologische voetafdruk maar vergroten omdat we te veel schepen en containers in roulatie hebben.”

Infrastructuur

Op de vraag van moderator Patrick Verhoeven hoe de supplychain veerkrachtiger kan zijn, haalt Toft vooral de nood aan infrastructuur aan. “De infrastructuur hinkt achterop”, vertelt hij. “Om een voorbeeld te geven: het is niet correct van de Verenigde Staten om te zeggen dat er geen problemen waren voor de ‘rush’ van cargo in de VS. De haveninfrastructuur is er verouderd en de mogelijkheden om megaschepen te behandelen, beperkt. Het was een sluimerend probleem dat kwam bloot te liggen toen de vraag explodeerde. De import steeg er met ruim 40% terwijl de infrastructuur niet klaar was om dat te dragen.”

Fusie

In dat opzicht juicht Toft havenfusies, waaronder die van Antwerpen-Zeebrugge, alleen maar toe. “Fusies betekenen meer efficiëntie en creatie van ruimte. Capaciteit vereist een strategische langetermijnvisie waarbij je tien tot twintig jaar moet vooruitkijken. Het is een ‘long term game’”, vertelt hij. “Havenautoriteiten die de infrastructuur hebben, zullen meer business aantrekken. Het is een competitief voordeel.”

Digitalisering bepaalt toekomst

Ook digitalisering blijft een belangrijk speerpunt. Uit onderzoek van IAPH bleek dat havens wereldwijd nog lang niet zo geavanceerd zijn, zei Verhoeven. Slechts een derde zou aan de basisvereisten voldoen.

“Digitalisering is een missie waar alle stakeholders moeten achterstaan”, zegt Toft. “De eisen van de klanten worden alsmaar groter. We moeten digitaliseren om onze operaties efficiënter te maken en te kunnen groeien. Het opent mogelijkheden om nieuwe producten naar de klanten te ‘pushen’ die je manueel moeilijker kan verwezenlijken. Daarnaast creëert het de kans om met onze partners, zoals de haven van Antwerpen, beter samen te werken. Voor mij is het een heldere zaak: digitalisering zal de toekomst van de supplychains bepalen.”

Upstream

Toft is de voortrekker geweest van de ‘Getting to Zero Coalition‘ in zijn vorige rol als COO van Maersk. Op het vlak van decarbonisatie is hij vastberaden: “Het is niet alleen onze plicht als zakenleiders, maar ook als mens om die uitdaging te overwinnen. Dat kan alleen worden opgelost als we koolstofvrije brandstoffen op grote schaal kunnen produceren.”

“Energie-efficiënte initiatieven op korte termijn zijn nodig, maar het is niet de ultieme gamechanger”, gaat hij verder. “We moeten met alle stakeholders, waaronder de brandstofproducenten, samenwerken. Als rederij zijn we consument, niet de producent. We zijn geen expert in het bepalen wat de brandstof van de toekomst is. Alleen kunnen we dat niet oplossen. We moeten ‘upstream’ kijken.”

Logistieke nachtmerrie

Het Havenbedrijf Antwerpen, dat ambieert om uit te groeien tot een multifuelhub, staat achter het belang van coöperatie. Vandermeiren: “We hebben alle havens nodig om te decarboniseren en te bepalen welke infrastructuur nodig is. Tijdens de jaarlijkse Port Authorities Roundtable bekijken we hoe we kunnen samenwerken en welke gemeenschappelijke tools we kunnen introduceren in plaats van onze eigen systemen toe te passen.”

“De havens hebben niet de ‘final call’ over dé brandstof van de toekomst, maar moeten wel klaar staan als MSC en andere grote rederijen hun keuze hebben gemaakt. Net daarom moeten we meer dan ooit met alle stakeholders samenzitten om dat te bespreken”, gaat hij verder.

“Ik kan dat alleen maar ten volle toejuichen”, pikt Toft in. “We hebben die collectieve brainpower nodig. We willen niet eindigen met tien verschillende plug-installaties voor walstroom die we in verschillende havens moeten toepassen, anders wordt het een logistieke nachtmerrie.”

R&D 

In het zog van de meest recente meeting van de IMO Marine Environment Protection Committee, trekt Toft de doelstelling om tegen 2050 koolstofneutraal te zijn, in twijfel. “Ik geloof dat we het zullen halen, maar de vraag die wij ons vooral stellen is: ‘Zijn de ambities van de IMO wel voldoende?’ Onze focus is minder gericht op targets en timings, het is meer een kwestie van het juiste traject uit te stippelen en concrete oplossingen aan te bieden.”

“In dat perspectief ondersteunen we de oprichting van een maritiem onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma (O&O)“, gaat hij verder. “Als het bedrag van het R&D-fonds moet worden opgetrokken van 5 miljard dollar naar 10 miljard dollar, dan doen we dat. We ondersteunen de actie meer dan het doel en hebben onderzoek nodig om de brandstof van de toekomst te bepalen.”

Julie Desmet