ICO legt insecten het vuur aan de schenen op terminal Kallo

Nieuws, Scheepvaart
Roel Jacobus

International Car Operators (ICO) bouwde op zijn terminal in Kallo twee hallen voor het verhitten van cargo. Daarmee komt de roro- en stukgoedbehandelaar tegemoet aan de verstrengde eisen van Australië en Nieuw-Zeeland. Beide naties down under zijn als de dood voor de ‘stinkbug’: de bruingemarmerde stinkwants die door zijn vraatzucht groenten- en fruitoogsten bedreigt. Dit Aziatisch insect wordt sinds enkele jaren in Zuid-Europa gesignaleerd en verspreidde zich – door transportstromen en mede door de opwarming van het klimaat – gaandeweg noordwaarts.

“De verspreiding is dermate dat de Australische overheid België sinds dit jaar als risicoland aanduidde. Dat wil zeggen dat het beestje hier actief aanwezig is”, meldt ICO.  De regels voor de behandelaar zijn daarom verstrengd. “Waar vorig jaar geselecteerde cargo zo snel mogelijk na aankomst op de terminal behandeld moest worden, moet nu alle lading voor Australië en Nieuw-Zeeland binnen de 120 uur voor verscheping aangepakt worden. Dat is een hele uitdaging.”

Gebouw is grote heteluchtoven

De nieuwe regels gingen in op 1 september. Ze gelden voor goederen die verscheept worden vanaf alle havens in de VS en vanaf Europese havens die goederen laden die gefabriceerd of opgeslagen zijn in Italië. Het risicoseizoen betreft goederen die verscheept worden van 1 september 2019 tot en met 31 mei 2020. De twee toegelaten behandelmethodes zijn fumigatie (vergassing) en heat treatment (verhitting zonder schadelijke gassen).

ICO stelde een plan op met EWS Group, een internationale dienstverlener in ongediertebestrijding, begassing en biobehandeling van goederen in opslag. Een van de investeringen – een bedrag wordt niet genoemd – is de bouw van een splinternieuwe loods in Kallo, specifiek ontworpen voor heat treatment. “Alle lading – auto’s, tractoren, trucks, static cargo, mafi’s – moet minimum 20 minuten tot 56 graden opgewarmd worden. Onze nieuwe loods zal dus dienen als een grote heteluchtoven om de stinkwantsen uit te drogen. Daarnaast plaatste EWS een extra gebouw om high & heavy cargo te behandelen.”

Roel Jacobus