WEEKENDPORTRET Luc Arnouts: “Klanten vragen extra containercapaciteit”

Nieuws, Mensen
Charlotte De Noose

Al twaalf jaar zet Luc Arnouts (57) de Antwerpse haven wereldwijd op de kaart. Geen maand gaat voorbij of als directeur ‘Internationale Netwerken’ promoot hij wel ergens de haven. Vanuit die ervaring weet hij hoe gevoelig de extra-containercapaciteit en het Antwerpse verkeersinfarct liggen, maar ook wat een sterk product Antwerpen is.

“Ik ben een echte sinjoor, geboren in hartje Antwerpen maar woon in Wijnegem. Mijn thuis was het klassieke warme nest: een zorgzame moeder thuis en mijn vader een industrieel ingenieur bij Bell. Hij was daar projectingenieur. Daar ligt ook de kiem van mijn loopbaan. Ik heb vader altijd weten reizen. In het begin was dat in Europa. Later ging hij telefooncentrales bouwen in China en Korea.”

“Al tijdens mijn humaniora Latijn-Wiskunde aan het OLV-college van Edegem kriebelde de haven. Zo moesten we in het vijfde een paper maken over ‘een’ bedrijf. Ik wou ‘iets-in-de-haven’ en fietste richting Sint-Jansplein en belde aan bij een opschrift ‘Tabaknatie’. Ik kreeg er twee uren lang een vriendelijke toelichting!”

“Nadien besliste ik Rechten te studeren. Niet om jurist te worden, wel omdat me dat de breedste basis leek. Ik was en ben in vrijwel alles geïnteresseerd en echt gulzig wat betreft proza, poëzie, economie en zeker ook politiek. In sport was ik nooit zo fanatiek hoewel we sportief reizen en thuis gezond eten. Daar waakt mijn vrouw – een kinderarts – over.”

“Ik was goed bevriend met een student van ons jaar die we allen aanzagen voor de slimste van ons jaar. Ik heb met hem bijvakken gevolgd in filosofie en Pol & Soc. Wij zagen in hem vooral een filosoof die rustig kon debatteren: Kris Peeters. Een politicus vermoedde ik toen nog niet in hem.”

“Nog tijdens de Rechten boeide ook het bedrijfsleven me. Daarom volgde ik daarna nog een jaar Vlerickschool in Gent.”

Fernand Huts

“In dat jaar in Gent moest je je op het eind twee maanden lang in een bedrijf onderdompelen. Ik wou opnieuw ‘iets’ in de haven. Het werd Katoen Natie (KTN) waar ik een doorlichting moest maken van de expeditieafdeling. Twee weken voor het einde van die stage riep Fernand Huts me en vroeg in zijn typische stijl: “Hebde gij al nen job? Neen, begin dan bij ons. Weet het me morgenvroeg om 8.00 uur te zeggen!” Die avond heb ik met mijn lief Lieve – later mijn vrouw – overlegd. De entrepreneursspirit beviel me maar ik wou toch eerst nog wat vakantie. ‘Zo moet ge niet beginnen’, klonk het. En wat voor job? Al even typisch: ‘Dat zien we wel.’” 

“Ik ben daar dus op een maandag in juli 1986 begonnen. In 1987 ben ik getrouwd. Mijn vrouw specialiseerde toen nog voor kinderarts.”

Het bad in …

“Al de eerste dag werd ik op de expeditieafdeling gesmeten ter vervanging van iemand met vakantie. Heb ik daar gezweet! Ik kende er niets van. Je leert wel wat over vrachtbrieven. Maar in het echt? Hoe moet je vrachten boeken? Ik heb daar in korte tijd enorm veel bijgeleerd. Fernand stond er overigens op dat een nieuweling alles deed: containers stuffen en strippen, met vorkliften rijden, douanedocumenten in orde krijgen. Dat is de grote sterkte van Fernand: hij geeft je het volle vertrouwen tot bewijs van het tegendeel. Na zes maanden werd ik – 23 jaar – manager van de expeditiecel voor woudproducten: papierpulp, papier, karton en hout uit Latijns-Amerika, meestal uit Brazilië. Nog wat later was ik verantwoordelijk voor een magazijn met dertig man. Dat geeft je een boost.”

… en reizen

“Al heel snel volgde mijn eerste zakenreis naar Zuid-Amerika. Dat commerciële in verband met de haven lag me direct. Zo kwam ik wat later terug van een Braziliaanse klant. Die had er op aangedrongen onze opslagcapaciteit voor hem met 20.000 m2 te verdubbelen. Ik rapporteerde dat aan Fernand. Hij luisterde, belde zijn technisch directeur en zei: ‘Luc komt naar u’. Binnen de zes maanden stond die nieuwe hangar daar!”

“Mijn eerste reis naar China waren zes weken in Shanghai. Daar zag je toen alleen fietsen en nog vrijwel geen hoogbouw. In de marge heb ik daar ter vervanging van een KTN-collega enkele dagen les gegeven over containerterminals en intussen nog mijn forestbusiness verzorgd. Je bent jong en hebt lef.”

Levensles

“Zeven jaar bleef ik bij KTN. Ik was doorgegroeid tot Directeur Forest Products. Maar op zeker ogenblik sprak Fernand me op een receptie vriendelijk maar direct aan: “Luc, gij zijt niet meer bij ons, gij kijkt naar buiten! Ik heb het liefst dat ge bij ons blijft maar ge moet voor uzelf keuzes maken.” Wel, hij had gelijk: ik had zin om iets anders te gaan doen. Het was een levensles: als je twijfelt, moet je keuzes maken. Je moet resoluut achter iets kunnen staan. Toen werd ik gecontacteerd door SGS. Over dat bedrijf had ik destijds bij Vlerick al een paper gemaakt. Ik zou er in een directiefunctie stappen. Ik kreeg de controlediensten op landbouw- en minerale producten onder mijn hoede, de dienst pre-shipment inspecties evenals overslag en expeditie.”

“Ook bij SGS ben ik 7 jaar gebleven en heb ik veel gereisd. Aan de ene kant brachten de pre-shipment inspectiediensten me in Afrika en het Verre Oosten. Anderzijds werd me gevraagd de maritieme activiteiten van SGS tegen het licht te houden. Ik werkte een strategisch plan uit met twee opties: investeren om echt concurrentieel mee te draaien of verkopen. Het werd verkopen.”

“Als lid van het directiecomité word je in zo’n groep op zeker ogenblik toch een post in het buitenland aangeboden. Voor mijn gezin heb ik twee keer een bod afgewezen. Tot me vriendelijk werd gezegd dat je geen drie keer ‘neen’ kunt zeggen. Ook dat was weer een les. Ik keek dus uit naar een andere interessante job maar dan wel bij een bedrijf met hoofdkwartier in België.”

Luchtvaart

“Zo kwam ik bij Aviapartner terecht in Brussel. Al lijkt het totaal anders dan de maritieme wereld, toch is het dat niet. Het gaat uiteindelijk om dezelfde processen, dezelfde procedures, zelfs dezelfde spelers. Met dit grote verschil: in de havens gaat het om tonnen, in de luchtvaart om kilo’s. Ik begon als directeur Vracht België en werd daarna al snel belast met de optimalisering van de Europese activiteiten. Ik heb toen een Europese structuur uitgewerkt en werd vicepresident van Vracht Europe met 1.100 medewerkers over heel Europa. Het was mijn eerste internationale functie met veel reizen want ik onderhield ook de commerciële relaties met grote klanten zoals Singapore Airlines, American Airlines, Lufthansa, Air France enzovoort.”

“Als je veel vliegt gaat het ook wel eens fout. Zo moet ik bekennen dat ik enkele keren zo geconcentreerd zat te lezen dat mijn vliegtuig al vertrokken was! Of er was die keer dat ik in Brazilië vanuit Rio een binnenlandse vlucht zou nemen naar Salvador de Bahia. Op de valreep zag ik dat ik een ticket naar El Salvador had!”

“Plots besliste de Belgische eigenaar Aviapartner te verkopen aan een durfkapitaalfonds. Met zeven directeurs werden we gevraagd er met eigen kapitaal mee in te stappen. Er kwamen al snel ‘consultants’. We zijn er dan collectief uitgestapt maar werden correct uitbetaald. Dat was eind 2006.”

Naar de haven

“Kort daarop, begin 2007, had ik een zwaar skiongeval in Italië met onder meer een gebroken heup. Dat is allemaal goedgekomen. De lange revalidatie gaf me de kans in de haven regelmatig ‘een koffietje te gaan drinken’. Ik wou niet meer dagelijks naar Brussel maar wou in Antwerpen ‘iets internationaal’.”

“In die context werd ik gecontacteerd om bij het Havenbedrijf nog dat jaar een nieuwe functie uit te bouwen gericht op commerciële activiteiten en promotie. Mijn officiële takenpakket als commercieel directeur omvatte marketing, promotie en commercialisering. Eddy Bruyninckx en Marc Van Peel hebben daar echt de middelen voor gegeven.”

“Na de herstructurering twee jaar geleden zijn die structuren verfijnd en ben ik nu verantwoordelijk voor het beleid inzake internationale relaties en netwerken: waar moeten we als haven aanwezig zijn en hoe? Heel belangrijke instrumenten daarbij zijn APEC en Port of Antwerp International (PIA) waarvoor ik de liaisondirecteur ben. Voor dat alles beschik ik hier in Antwerpen over een team van medewerkers én heb ik in het buitenland vijftien vertegenwoordigers, onder meer in China en in India. Dat betekent weer veel reizen om die mensen aan te sturen maar ook om contacten te leggen met de hoofdkwartieren van grote klanten.”

Diplomatie

“Een belangrijke schakel is uiteraard het diplomatieke netwerk van Buitenlandse Zaken en van Flanders Investment & Trade (FIT). Ik kan alleen maar heel tevreden vaststellen dat we vaak met zeer gedreven diplomaten werken die ons volop steunen.” 

“Het doel van dat alles blijft investeerders te enthousiasmeren om bij ons te investeren. Tegelijk poog je handelsvolumes aan te trekken. Een aparte inbreng vormen de buitenlandse handelsmissies met prinses Astrid. In de eerste plaats zijn die missies interessant voor de informele contacten met de politici en zakenmensen die de prinses vergezellen. In sommige landen is zo’n koninklijke begeleiding écht een ondersteuning. Dat speelde sterk toen we in 2013 tijdens zo’n missie naar India in Mombay gedurende drie maanden een tentoonstelling hebben georganiseerd rond Vlaamse meesters zoals Rubens. Dat die tentoonstelling werd geopend door een prinses, gaf ginds ongelooflijke allures.” 

Kritiek relativeren

Natuurlijk krijgt Luc Arnouts vaak vragen over de Saeftinghesoap. “In landen als China worden beslissingen nu eenmaal sneller genomen en moet je uitleggen waarom het hier allemaal trager gaat. Laat ons dat toch wat relativeren. In India slepen beslissingen soms ook eindeloos aan om het nog niet te hebben over de VS. Businessmensen vragen dus wel uitleg maar begrijpen het doorgaans. Wel laten ze nu meer en meer voelen dat de extra-containercapaciteit in Antwerpen er nu écht moet gaan komen. Waar ze nog minder mee kunnen omgaan, is met onze fileproblemen omdat ze die direct aan den lijve ondervinden. Daar kun je maar één houding aannemen: zo objectief mogelijk de harde feiten geven. Wat is er beslist en wat staat er aan te komen en toegeven dat het allicht nog even erger zal worden.”

“Maar daarnaast moet je blijven wijzen op onze troeven. Dan heb ik het niet alleen over onze landinwaartse ligging. Ook bijvoorbeeld over de gunstige wachttijden. Die mensen weten echt wel wat er in de wereld gebeurt. Als ze vergelijken met bijvoorbeeld Singapore of Shanghai, weten ze hoe efficiënt het er bij ons aan toegaat.”

Brexit

In zijn functie is Luc uiteraard ook bezig met de brexit: na de VS is het Verenigd Koninkrijk (VK) de tweede handelspartner van Antwerpen. “Vooruitlopend op de onzekerheid hebben we vorig jaar al een eigen vertegenwoordiger in het VK aangesteld om de klanten te wijzen op onze specifieke opportuniteiten. Zo bijvoorbeeld het feit dat, naast liquide bulk, onze handel met het VK vooral bestaat uit lolocontainers: die zijn eenvoudiger te behandelen dan lading aangevoerd met ferry’s of roro’s.”

“Het is evident dat we liefst zouden hebben dat het VK in de douane-unie blijft maar we bereiden ons voor op een no-deal waarbij het VK een ‘derde land’ wordt. Meer dan 70% van onze overslag gebeurt met derde landen. Dat kennen we dus wel.”

Privé

Tussen al zijn reizen door blijft Luc Arnouts een echte familieman met drie zonen die inmiddels internationaal zijn uitgezwermd. “Zelf kom ik chronisch uren te kort. Zo ben ik bijvoorbeeld nog actief in de parochie van Wijnegem waar ik als vrijwilliger onder meer het beheer van de gebouwen verzorg. En omdat ik beroepshalve én uit belangstelling al zoveel non-fictie lees, heb ik mezelf opgelegd om maandelijks ten minste één fictieboek te lezen. Concreet richt ik me op romans van nobelprijswinnaars.”

“We reizen ook veel, met aandacht voor cultuur en ontspanning. Met mijn vrouw doe ik nog vaak meerdaagse bergtochten, onlangs nog in Italië. We organiseren die reis altijd met een groepje van vijf koppels dat we ‘de decibels’ genoemd hebben omdat we (kijkt wat schuldig) nogal uitgelaten zijn.”

Paul Verbraeken