Transportvakbond hekelt sociale dumping en start hulpfonds op

Nieuws, Transport
Yannick De Spiegeleir
Vrachtwagens trucks op snelwegparking Ranst E313
Vrachtwagens op snelwegparking Ranst E313 © Bart Timperman

De christelijke transportvakbond start een solidariteitsfonds om slachtoffers van sociale dumping te helpen. De eerste begunstigde wordt een Roemeense chauffeur die deze week aan bod kwam in een uitzending van het RTBF-programma ‘Investigation’.

De Franstalige openbare omroep kaartte woensdag de problematiek van sociale dumping in de transportsector aan. De reportage vertelde onder meer het verhaal van een 52-jarige Roemeense chauffeur die in 2019 een ongeval had op de Antwerpse ring. De man raakte gewond en kon zijn beroep niet langer uitoefenen. Hij moet nu zien rond te komen van een uitkering van omgerekend 183 euro per maand. Volgens CSC-Transcom, de Waalse evenknie van ACV Transcom, illustreerde de uitzending de tragische situatie van wegvervoerders die het slachtoffer zijn van deze praktijk.

De christelijke vakbond vraagt de ministers van Arbeid en Mobiliteit met spoed een rondetafelgesprek te organiseren met alle actoren van de transportsector (controleurs, federale politie, magistraten, sociale partners en gewesten) om met de nodige middelen sociale dumping te bannen. Ook de socialistische transportvakbond BTB pleit voor een verhoging van het aantal inspecteurs en hun middelen. Zo meldt het persagentschap Belga.

“Legale sociale fraude”

Volgens beroepsfederatie Febetra ligt het probleem bij het uitblijven van een geharmoniseerde Europese regelgeving terwijl de grenzen al werden opengesteld. Directeur Philippe Degraef verwijst naar de woorden van voormalig Europees parlementslid Mathieu Grosch. “Hij vatte de situatie gevat samen als ‘legale sociale dumping’. Als een klant voor een transport tussen pakweg Boekarest en Antwerpen moet kiezen tussen een Belgische en een Roemeense chauffeur die een veelvoud goedkoper is, laten de gevolgen zich raden. Het ligt mee aan de basis waarom veel vervoerders zijn afgestapt van langeafstandsvervoer”, stelt Degraef. “En dan heb ik het uiteraard niet over postbusbedrijven in Oost-Europa. Die praktijken zijn niet wettig en laakbaar.” Volgens de Febetradirecteur ligt een deel van de oplossing in een betere samenwerking tussen de controlediensten over de grenzen heen. “Al heeft een overheid in pakweg Roemenië of Bulgarije er weinig voordeel bij om medewerking te verlenen omdat een postbusbedrijf belastingen in dat land betaalt.”

Onleesbaar

Volgens Degraef is de wetgeving rond sociale dumping ook voor verschillende interpretaties vatbaar. Een mening die gedeeld wordt door Michaël Reul van beroepsfederatie UTP. “De basis van het probleem ligt bij onduidelijke wetgeving. Ook de nieuwe richtlijn rond detachering van het Europese Mobility Package brengt op dat vlak weinig beterschap, want ze is, net als eerdere arresten over detachering, onleesbaar.”

De woordvoerder van minister van Werk Pierre-Yves Dermagne reageert dat de aanpak van sociale dumping een prioriteit is. “Sowieso staat de aanwerving van 8 extra inspecteurs gepland en het actieplan van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) voorziet in 2.000 controles, waarvan 900 specifiek in de transportsector. De doelstellingen in het SIOD -actieplan worden op het komende strategisch comité van 19 mei geëvalueerd en desnoods bijgestuurd. De minister zal aandringen op meer aandacht voor het bestrijden van sociale dumping.”

Yannick De Spiegeleir