Compromisakkoord over marktpijler Vierde Spoorpakket

Nieuws, Transport
Koen Heinen

Luxemburgs minister voor Duurzame Ontwikkeling en Infrastructuur en tevens voorzitter van de Transportraad, François Bausch, sprak na afloop van de Transportraad donderdag van een uitgebalanceerde en solide oplossing.

Wat het passagiersvervoer betreft, moeten spooroperatoren niet-discriminerende toegang krijgen tot het netwerk voor het personenvervoer. Ze mogen hun eigen commerciële dienst opzetten om met andere operatoren te concurreren of zullen kunnen bieden op contracten voor openbare dienstverlening. 

Rechtstreeks contracten toekennen

Maar hoewel tendering de regel wordt voor het toekennen van contracten voor openbare dienstverlening, zullen lidstaten toch nog contracten rechtstreeks kunnen toekennen. Dat is onder meer het geval voor kleine markten zoals België en op voorwaarde dat het bijdraagt aan de verbetering van de dienstverlening en/of de kostenefficiëntie. De NMBS weet dus wat haar te doen staat. De nationale overheden zullen via prestatiecriteria zoals stiptheid en frequentie van het treinaanbod moeten toezien of er verbetering in de dienstverlening optreedt.

Bovendien voorzien de Transportministers een langere overgangsperiode dan oorspronkelijk door de Europese Commissie vooropgesteld. Lidstaten kunnen nog gedurende tien jaar na het in voege treden van de regelgeving rechtstreeks contracten toekennen. Bestaande contracten mogen doorlopen tot hun vervaldag.

Beheerstructuur

Ook wat de beheerstructuur van de infrastructuurmanagers betreft, wordt een zekere flexibiliteit gehanteerd. De Transportministers gaan er van uit dat de organisatorische structuur in de lidstaten reeds in grote mate compatibel is met de doelstellingen uit het voorstel. Maatregelen zullen enkel gelden in geval van een risico voor belangenvermenging of van transfers van fondsen tussen de infrastructuurmanagers en spoormaatschappijen.

Om onnodige administratieve rompslomp en kosten te vermijden zullen maatregelen die de onafhankelijkheid van de infrastructuurmanager moeten verzekeren zich toepitsen op hun essentiële functies zoals de toekenning van spoorpaden en de tarifering. De lidstaten kunnen die beide functies laten uitvoeren door een onafhankelijk orgaan. Infrastructuurmanagers kunnen zelf ook functies outsourcen om de efficiëntie te verbeteren.

Verder worden leningen tussen verschillende spelers in de spoorsector niet verboden, enkel wanneer daardoor de eerlijke concurrentie in de sector op het spel komt te staan.

CER

Libor Lochman, executive director van de Europese groepering van spoorondernemingen CER, noemt het akkoord een goede basis voor de onderhandelingen met het Europese Parlement. Volgens hem wordt hiermee duidelijk gemaakt dat verschillende beheermodellen voor infrastructuurmanagers naast elkaar kunnen bestaan in een eengemaakte en steeds meer open spoormarkt.

Hij roept zowel de Transportraad als het Europese Parlement op om nu snel werk te maken van de publicatie van de technische pijler van het Vierde Spoorpakket. “De spoorsector heeft dringend nood aan geharmoniseerde toegangs- en certificatieprocedures om drastische kostenbesparingen te kunnen doorvoeren. Nog langer wachten is uitgesloten”, zo benadrukt hij.