EP spaart binnenvaart (tijdelijk) voor nieuwe emissienormen

Nieuws, Transport
Philippe Van Dooren

De NRMM-motoren zijn die van kleine apparaten zoals grasmaaiers, maar evenzeer die van bulldozers en mobiele kranen, locomotieven en binnenschepen. Hoewel die motoren veel minder talrijk zijn dan die van auto’s, bestelwagens, vrachtwagens en dergelijke meer, zijn ze verantwoordelijk voor liefst 15% van de NOx-uitstoot en 5% van de fijnstofemissies in de EU.

De emissiegrenswaarden voor die motoren zijn momenteel vastgesteld in Richtlijn 97/68/EG. Die is meermaals gewijzigd, maar uit verschillende technische evaluaties is gebleken dat de wetgeving in de huidige vorm tekortkomingen vertoont. Het toepassingsgebied is te beperkt, onder andere omdat een aantal motorcategorieën er niet in zijn opgenomen. Tevens is gebleken dat de normen niet meer overeenkomstig de huidige stand van de techniek zijn. Bovendien is er sprake van een discrepantie tussen de emissiegrenswaarden voor bepaalde motorcategorieën.

Te veel emissies

Uit een studie van het Joint Research Centre (JRC) van de Commissie is tevens gebleken dat zonder strengere normen, het aandeel van de NRMM’s in de NOx-emissies in de EU15 zal groeien van 16% in 2005 tot 19% in 2020.

Daarom heeft de Europese Commissie eind vorig jaar een richtlijnvoorstel voorgesteld, nadat het uitvoerig was besproken met de stakeholders. Toen al bleek dat de binnenvaart ongelukkig was met het voorstel en het veel te streng achtte.

Het voorstel is nu door de commissie ENVI behandeld en dinsdag heeft ze zich uitgesproken. Daarbij heeft ze een balans nagestreefd tussen de bescherming van het milieu en de gezondheid enerzijds en de concurrentiekracht van economische sectoren anderzijds. “Beide zijn de twee kanten van een zelfde muntstuk”, zei rapporteur Elisabetta Gardini (EVP, Italië) na de stemming (foto). Die was uitgesproken positief: 64 stemmen voor, 3 tegen en geen onthoudingen.

Fors geamendeerd

“Ik hoop dat de onderhandelingen met de Europese Raad onze conclusies zullen bevestigen”, aldus Gardini.

Het richtlijnvoorstel is immers op menig punt geamendeerd. Zo wil de commissie ENVI dat de administratieve lasten voor kleine bedrijven beperkt blijven. Er zouden ook maatregelen moeten komen om de ‘retrofit’ te stimuleren, omdat dergelijke machines een lange levensduur hebben. Ook vraagt de commissie dat er synergieën zouden worden nagestreefd tussen de NRMM-sector en die van de vrachtwagens, aangezien de technologie erg gelijklopend is.

Binnenvaart en kranen

Opvallend is dat de commissie ENVI wil dat tijdelijke uitzonderingsmaatregelen zouden worden getroffen voor de mobiele kranen, de binnenschepen, de zware machines en machines met een lange levensduur gebouwd door kmo’s.

De commissie weigert daarentegen dat de nieuwe emissiestandaarden voor de binnenschepen zich zouden spiegelen aan de fijnstofemissies van die in de VS (Tier IV). Dat werd door de sector gevraagd.

Gardini heeft nu een mandaat gekregen om informele onderhandelingen te starten met de Europese Raad van Milieuministers, met als doel tot een akkoord in eerste lezing te geraken. Dat zou dan in het parlement gestemd worden.

Overwinning voor binnenvaartlobby?

Er moet nog gekeken worden naar de details van de gestemde tekst, maar het ziet er naar uit dat de stemming in commissie ENVI (deels) een overwinning is voor de binnenvaartsector. Nadat de Europese Commissie haar voorstel had voorgesteld, had die immers bijna in paniek gereageerd. “Hou de nieuwe emissie-eisen voor binnenvaart haalbaar en betaalbaar”, was de roep van de EBU en ESO, die de Raad en het Parlement opriepen om niet akkoord te gaan met de nieuwe emissie-eisen. “Aan die normen kunnen scheepseigenaren überhaupt niet voldoen, of misschien tegen veel te hoge kosten.”

“Vervoer over water is al de schoonste transportmodus als het om CO2-uitstoot gaat (red.: gerelateerd aan de vervoerde hoeveelheid), maar voor stikstof en fijnstof scoort de binnenvaart minder goed. EBU en ESO beseffen dat de NRMM-richtlijn aangepast moet worden om de luchtkwaliteit te verbeteren. Maar bestaande motoren moeten ontzien worden en voor nieuwe motoren moeten de normen wel haalbaar zijn”, was het argument.

De tijdelijke uitzondering die aan de binnenschepen en aan de zware machines worden toegekend, lijkt dan ook een overwinning. Maar het is nog de vraag of de ministers die redenering zullen volgen. En wat ‘tijdelijk’ betekent in de ogen van het EP.