Vervoerders in het verweer tegen ontheffing voor landbouwtractoren

Nieuws, Transport
Philippe Van Dooren

Zit het venijn in de staart? De Vlaamse regering zou heel binnenkort – mogelijk al vandaag – als eerste van de drie gewesten beslissingen nemen over tarieven, wegennet, enz. van de kilometerheffing. Volgens de vervoerders zijn de onderhandelingen met de regering nog bezig en “bevinden ze zich in een belangrijk stadium.”

In een gezamenlijk communiqué stellen de federaties dat ze “in diverse persoonlijke contacten met ministers en parlementaire fracties benadrukten dat de voorstellen die nu op de onderhandelingstafel liggen, voor de Belgische vervoerder niet aanvaardbaar zijn”. Ook hebben ze hun argumenten voorgelegd “aan diverse politieke verantwoordelijken zowel van de meerderheid (N-VA,CD&V, Open-VLD) als van de oppositie (Groen)”.

De drie federaties blijven samen pleiten voor een verlaging van de tarieven, een inperking van het tolplichtig wegennet en het toegewezen gebruik van de inkomsten. “Dat zijn maar enkele van onze prioriteiten”, stellen ze.

Landbouwtractoren

Zoals geweten bepalen de voorstellen van wetteksten inzake de kilometerheffing dat landbouwtractoren vrijgesteld worden. In het samenwerkingsakkoord tussen de gewesten van een jaar geleden staat dat voertuigen voor de land-, tuin- en bosbouw een ontheffing genieten als ze maar heel beperkt op de openbare weg komen en ze exclusief worden gebruikt voor die drie sectoren en voor de aquacultuur (artikel 9 paragraaf 3).

Volgens de federaties zou men nu aan dit principe willen tornen. “Wij vernemen dat door CD&V wordt geopperd om deze vrijstelling uit te breiden tot alle landbouwtractoren”, zeggen ze. Dit zou dus betekenen dat tractoren die ook in de bouwsector ingezet worden, eveneens van de vrijstelling zouden genieten. Dat werkt natuurlijk als een rode lap op de vervoerders, die al langer klagen over de oneerlijke concurrentie die de inzet van dergelijke tractoren betekenen.

“UPTR, Febetra en TLV zijn niet te spreken over de mogelijke uitbreiding van deze vrijstelling voor de landbouwtractoren. Dit zou betekenen dat landbouwtractoren die bijvoorbeeld worden ingezet voor wegenwerken, vrijgesteld zouden worden van kilometerheffing. Terwijl vrachtwagens die juist hetzelfde werk doen de kilometerheffing moeten betalen. Dit zou enkel maar tot gevolg hebben dat nog minder vrachtwagens zouden worden ingeschakeld voor wegenwerken en dit ten voordele van landbouwtractoren”, reageren ze.

Concurrentieel nadeel

“Wij zijn het grondig beu dat alle inspanningen die onze sector levert inzake veiligheid van vrachtwagens, permanente opleiding van chauffeurs en rij- en rusttijden door de overheid worden omgevormd tot een concurrentieel nadeel omdat landbouwtractoren steeds genieten van uitgebreide vrijstellingen”, klinkt het.

De federaties eisen daarom “dat landbouwtractoren niet uitgezonderd worden van de kilometerheffing. Als het systeem er komt, dan moeten de voorwaarden voor iedereen identiek zijn. De achterdeur open zetten voor misbruik via het zogenaamde ‘gemengd gebruik’ neemt bij de transporteurs elk draagvlak weg voor het hele project. Elke landbouwtractor vrijstellen van OBU-plicht louter op basis van het feit dat het een tractor is, is voor de transporteurs dan ook totaal onbespreekbaar.”

Actiebereidheid

De federaties spreken dan ook bedreigende taal. “Onnodig te zeggen dat een negatieve beslissing, enkel al op dit punt, door de Vlaamse regering de actiebereidheid bij de transporteurs alleen maar verder zou doen toenemen”, zeggen ze tot slot.

Toeval of niet: deze namiddag organiseert minister Ben Weyts een persconferentie over de regeling die de Vlaamse Regering uitgewerkt voor de kilometerheffing voor vrachtwagens. Hij zal er meer informatie geven “over tarieven, het betolde wegennet en de flankerende maatregelen.”

Vanmorgen om 11 uur gaf hij uitleg aan de vertegenwoordigers van de federaties welke beslissingen zijn genomen. Bij het schrijven van dit artikel was het gesprek nog aan de gang. Ter herinnering: de beslissing van de Vlaamse regering en de wettelijke regeling moeten nadien nog bekrachtigd worden door het Vlaams Parlement vooraleer ze definitief zijn.