Steeds meer betwistingen over detention & demurrage

Nieuws, Scheepvaart
Bart Meyvis
Containers
Containers © Belga Photo Dirk Waem

De geïnde bedragen voor detention & demurrage vertienvoudigden over de voorbije twee jaar. Dat blijkt uit data afkomstig van de negen grootste rederijen die de Amerikaanse Federal Maritime Commission (FMC) verzamelde tussen 2020-2022. De bedragen worden alsmaar meer betwist.

De cijfers van CMA CGM, COSCO, Evergreen, Hapag-Lloyd, Hyundai Merchant Marine, Maersk, Mediterranean Shipping Company, ONE, en Yang Ming van wat zij aanrekenden voor detention & demurrage (overliggeld), werden voor de periode ‘tweede kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2022’ verzameld.

FMC wilde een algemeen inzicht krijgen in de omvang van de detention (teruggave van een container buiten de terminal) en demurrage (afhalen van een container op de terminal) die aan de vervoerders in rekening werd gebracht en betaald. Het totale bedrag aan detention & demurrage bleek vernegenvoudigd en het geïnde bedrag ongeveer vertienvoudigd in vergelijking met 2020. In dollar uitgedrukt factureerden de negen vervoerders ongeveer 8,9 miljard dollar en ontvingen zij over de periode van twee jaar zo’n 6,9 miljard dollar.

Antwerpse bedrijven

Ook in de Antwerpse haven worden er fikse bedragen aangerekend voor demurrage & detention, zo vernamen wij op onze redactie. Bedragen tussen de 70.000 en 100.000 euro werden gefactureerd voor containers die enkele maanden op een buitenlandse kade bleven staan. Vooral voor kleinere bedrijven zijn dit reusachtige bedragen en kan dit leiden tot faillissementen. Er wordt gesproken over een ‘pervers systeem’ “omdat bedrijven er weinig kunnen tegen doen en het slachtoffer zijn van een vreemde douanedienst, van tussenpersonen, of andere derden,” zo werd ons gemeld. Verschillende zaken zijn ondertussen lopende bij de Antwerpse handelsrechtbank. 

Verdienmodel

Olivier Schoenmaeckers, directeur van FORWARD Belgium: “Rechtszaken rond demurrage & detention zijn een wereldwijde problematiek. In de Verenigde Staten is er twee jaar geleden een onderzoek geweest door FMC naar mogelijke misbruiken met overliggelden bij rederijen en daaruit bleek dat er echt een groot verdienmodel achter zat. Zeker in de periodes dat de zeevrachten veel lager waren, zag je dit in de statistieken terugkomen.”

Redelijkheidsprincipe

Philippe Van Dijck, Flowsredacteur en advocaat gespecialiseerd in handels- en transportrecht: “We mogen niet vergeten dat er ook contractvrijheid geldt. Iedereen is vrij om een andere rederij te kiezen of (te proberen) andere tarieven overeen te komen. Ik begrijp dat dit voor kleinere bedrijven niet makkelijk is. Zonder op een concrete discussie in te gaan, zijn er veel rechtbanken die wel ergens een einde stellen aan de “lopende rekening” en via die weg dus proberen een middenweg te vinden. De regel in België is (dat is althans de mening van het Hof van Beroep Antwerpen) dat de overliggelden in ieder geval stoppen een jaar na de ingebrekestelling om de container terug te bezorgen.”

“Ook het FMC stelde hierrond een aantal regels op”, zegt Schoenmaeckers. “Die regels zijn ondertussen in voege en daar zie je nu dat er regelmatig onderzoeken zijn naar de redelijkheid van claims omtrent detention & demurrage. Het is de laatste jaren dan ook stilaan overgewaaid naar de Antwerpse rechtbanken. Wij hebben ondertussen ook samen met onze internationale federaties een aantal richtlijnen uitgeschreven waarin we uiteraard het nut erkennen van een vlotte doorstroming van containers.”

“Toch zien we in verschillende dossiers nog misbruiken voorbijkomen. Onze filosofie is dan om te kijken naar de individuele dossiers. Als het niet in de mogelijkheid ligt van de ontvanger om de container terug te leveren, dan is het ook niet redelijk om detention & demurrage, onbeperkt in de tijd, aan te rekenen. We zien meer en meer dat rechtbanken een redelijkheidsprincipe gaan hanteren en vaak hoge facturen gaan temperen tot een maximumbedrag of een maximumperiode. De FMC heeft daar echt een voortrekkersrol in gespeeld en we zien dat stilaan ook onze kant op komen. De verwachting is dat rechtbanken er ook hier strenger op gaan toekijken”, besluit Schoenmaeckers.