Zeebrugge primus in covidperiode

Nieuws, Scheepvaart
Michiel Leen
Goederenvolumes in de Hamburg-Le Havre-range tussen 2019 en 2020, in procenten
Goederenvolumes in de Hamburg-Le Havre-range tussen 2019 en 2020, in procenten © Joost Hintjens, Thierry Vanelslander

Een gedetailleerde studie naar de evolutie van de goederenvolumes in de Hamburg-Le Havre range levert een opvallende ‘winnaar’ op: van de onderzochte havens deed Zeebrugge het in de pandemieperiode afgetekend het beste.

Onderzoekers Joost Hintjens (AP) en Thierry Vanelslander (UA) namen in een recente studie de evolutie onder de loep van de goederenvolumes in de havens van de Hamburg-Le Havre range tijdens de covidpandemie van 2020. Gebaseerd op data van de havenkoepel ESPO mag blijken dat de impact van de pandemie voor elke haven anders is, wat ook verklaart waarom sommige havens zwaarder in de klappen deelden dan andere. 

Ook Antwerpen record

De haven van Zeebrugge komt opvallend goed uit de cijfers. Terwijl de andere havens in de range een daling optekenden in de inbound- en outboundvolumes, zag Zeebrugge telkens een lichte procentuele toename (+2,7%). Die prestatie is toe te schrijven aan een groot lng-contract en het toegenomen verkeer van de COSCO-terminal die eind 2017 werd overgenomen, maar volledig werd geïntegreerd in het COSCO-netwerk in 2020.

Ook de haven van Antwerpen wist de schade te beperken en tekende nog een record op in de containerdoorvoer. “Antwerpen is een diverse haven en dat heeft in haar voordeel gespeeld”, zegt Hintjens. “Havens die meer focussen op de Azië-trade, zoals Hamburg, hebben zwaardere klappen gekregen.” De fusiehaven North Sea Port bevindt zich in de middenmoot van het peloton. 

Kwetsbare vloeibare bulk 

De havens met een hoog aandeel vloeibare bulk (Rotterdam, North Sea Port en Le  Havre) of droge bulk (Hamburg, Amsterdam en Dunkerque) zagen hun inkomende stromen het meest afnemen. Havens met een diverse geografische oriëntatie (Antwerpen) en havens dichterbij voor ‘de blauwe banaan’, het economische kerngebied van West-Europa (Antwerpen en Rotterdam), zagen hun uitgaande volumes minder worden beïnvloed. Blijft de vraag of ‘het nieuwe normaal’ de consumptiepatronen van de bevolking zo hebben gewijzigd dat bijvoorbeeld de vraag naar (auto)brandstof fundamenteel anders is dan precovid. Van de veelbesproken tendens naar near-shoring vinden de onderzoekers in de data van de afgelopen covidjaren nog geen sporen terug in de data. 

Voor het marktaandeel van de verschillende havens maakte covid geen significant verschil. Ook na de pandemie blijft de rangorde van de havens in de range dezelfde, met hooguit verschuivingen van enkele procenten. Rotterdam blijft de grootste, gevolgd door Antwerpen en Hamburg. 

Michiel Leen