Autologistiekers: “Chipstekort autosector slechts topje van ijsberg”

Nieuws, Scheepvaart
Roel Jacobus
Wolfgang Göbel, voorzitter van ECG
Wolfgang Göbel, voorzitter van ECG © RJ

Het wereldwijde tekort aan microchips bedreigt de autologistiek in het hart van zijn bestaan. Lege plaatsen op de parkings in onder meer Zeebrugge getuigen van het omzetverlies dat op Europees vlak al oploopt tot meer dan 4,5 miljard euro.

Je kunt er niet naast kijken: het wereldwijde tekort aan microchips voor de autofabrikanten slaat gaten op de terminals van de autobehandelaars. “Grote delen van de parkings staan leeg”, zegt CEO Tom Hautekiet van de haven van Zeebrugge, in volume de grootste autodraaischijf ter wereld. “Vandaag kampen bijna alle merken met leveringsproblemen en het ziet er niet naar uit dat het voor 2023 weer business as usual wordt.”

In het topjaar 2019 passeerden in Zeebrugge ei zo na 3 miljoen nieuwe wagens. Maar daar ging in het eerste brexit- en coronajaar 2020 meer dan een kwart – 800.000 stuks – van verloren.  

“Er is wel verkoop van wagens maar de productie blijft steken op het tekort aan microchips”, zegt Marc Adriansens, CEO van behandelaar International Car Operators (ICO). “De eindklant moet vaak zes tot acht maanden wachten op zijn bestelde wagen. De verstoorde supplychains blijven trouwens niet beperkt tot alleen microchips. Er ontstaan ook al tekorten aan bijvoorbeeld ruitenwissers die niet op tijd geleverd worden.”

Samenloop van tegenslagen

De Europese federatie van autologistiekers ECG luidt de alarmbel. “De microchipcrisis bedreigt het bestaan van alle bedrijven die nieuwe wagens vervoeren”, stelt voorzitter Wolfgang Göbel (foto) in een persbericht. “Onze terreinen en ateliers staan zo goed als leeg en vrachtwagens, treinen en schepen zijn onderbenut. De vooruitzichten in de auto-industrie waren nog nooit zo onvoorspelbaar en onderdoorzichtig als nu. Als gevolg daarvan ontbreekt het ons compleet aan verwachtingen van betekenisvolle volumes.”

Een catastrofe ontstaat altijd door een samenloop van tegenslagen. De grootste fabrieken van microchips in de wereld kregen, bovenop de coronapandemie, te kampen met bijvoorbeeld een verwoestende brand of extreme droogte (voor de productie is enorm veel water nodig). Bovendien moeten de autoconstructeurs voor de beschikbare microchips strijden met andere sectoren. IT-producenten zijn grote concurrenten. Zij boomden door de versnelde digitalisering door het vele thuiswerk en -entertainment.”

Investeringen onmogelijk

Die factoren komen net nu de autologistiek middenin zijn grootste veranderingsproces zit. Op technisch vlak is er de overstap naar elektrische voertuigen en zo’n voertuig bevat gemiddeld 1.400 microchips. Tegelijk verschuift het verkoops- en distributiemodel en rekenen de autoconstructeurs op de logistiekers om een steentje bij te dragen in de reductie van de emissies over de hele cyclus van nieuwe wagens.

“Dat vraagt extra investeringen in mensen, infrastructuur en systemen. Maar we hebben het nu bijzonder moeilijk: onze sector verloor in het afgelopen halfjaar naar schatting 4,5 miljard euro omzet. Zonder overheidssteun of bescherming tegen de impact op korte termijn, kunnen onze bedrijven onmogelijk investeren voor de lange termijn”, besluit Göbel.

Drieduizend stappen

Directeur van ECG Mike Sturgeon kwam de situatie vrijdag in Zeebrugge persoonlijk toelichten. “Voor onze sector is het chiptekort erger dan COVID-19. Er bestaat helaas ook geen snelle oplossing want de fabricatie van microchips is zeer tijdrovend. Het productieproces beslaat drieduizend stappen en het duurt twee jaar om een nieuwe fabriek op te starten. We vernemen bij alle autoconstructeurs dat ze ten vroegste in de tweede helft van 2022 weer aan normale flows durven te denken.”

“Dit jaar werden naar schatting 4 miljoen minder wagens gebouwd (de normale wereldwijde jaarproductie bedraagt 74 miljoen). Voorlopig lijkt alleen Tesla de dans te ontspringen. Maar bij dat bedrijf geeft zelfs Elon Musk toe dat zijn supplychain onder extreme druk staat. Bij alle constructeurs sluiten om de haverklap onverwacht fabrieken waardoor het onmogelijk is om transport te plannen en rendabel te houden. De enige positieve noot is dat de markt om nieuwe wagens blijft vragen.”

Roel Jacobus