Haven Oostende alleen verder met REBO-terminal

Nieuws, Scheepvaart
Roel Jacobus

In 2010 trok Haven Oostende extern kapitaal aan voor het uitbouwen van een terminal voor toelevering aan de offshoresector. Daarvoor werd met Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV), offshoregroep DEME en aannemer Artes-Group de nv Renewable Energy Base Ostend (REBO) opgericht. De afgelopen negen jaar investeerde deze nv in de voorhaven in onder meer een zwaarlastkade, kaaimuren en kantoren. Deze werden verhuurd voor het stockeren, pre-assembleren en verschepen van onderdelen voor windturbines.

Intussen verwierf de nv financiële stabiliteit en draagkracht. In de jaarrekening 2018 staan een balanstotaal van 5,756 miljoen euro, een eigen vermogen van 2,129 miljoen euro en inkomsten van 4,1 miljoen (uit de verhuur van terreinen en gebouwen). Dit resulteerde in een overboeking van 0,5 miljoen euro winst naar een belastingvrije reserve. Ook de vooruitzichten zijn goed: volgens de jaarrekening zal de bouw van het Seamade windpark in 2020 de omzet en het resultaat “aanzienlijk positief beïnvloeden”.

Als initiatiefnemer en motor achter de REBO-terminal voelt Haven Oostende zich gesterkt om op eigen kracht door te gaan en de medefinanciers van de startfase te bedanken met een lucratieve exit. Daarom neemt Haven Oostende (15%) in eén smak alle aandelen over van PMV (40%), DEME (30%) en Artes-Group (15%) bij. In contrast met het publieke karakter van de nv Haven Oostende wil geen van de partijen een bedrag noemen. Maar iedereen rond de tafel noemt zich ‘tevreden’.

“We doen deze overname om het heft terug in eigen in handen te nemen”, zegt havenvoorzitter Charlotte Verkeyn, op de foto tweede van links naast Toon Van Ingelghem (PMV), gedelegeerd bestuurder van Haven Oostende Dirk Declerck en burgemeester Bart Tommelein. “Dit lijkt ons nodig om de dynamiek in onze haven te behouden en versterken.”

Ship-to-ship operaties

Gedelegeerd bestuurder Dirk Declerck wijst erop dat Oostende haar opgebouwde internationale voorsprong rond ‘blauwe economie’ wil bestendigen. “Momenteel werken hier permanent 500 mensen in de offshore windbusiness. Om dat naar 800 op te trekken, moeten we de bezetting van de REBO-terminal verhogen. Er zijn veel troeven: de exclusieve ligging in de voorhaven, de zwaarlastkade en een roro-ponton met 650 ton draagkracht. In eigen beheer kunnen we de logistieke stromen optimaliseren. Momenteel worden voor een bepaald nieuw windturbinepark de onderdelen uit andere havens aangevaren en op zee ship-to-ship op het installatieschip overgeladen. Vanaf volgend jaar zullen opnieuw vanop de REBO-terminal gemonteerde elementen uitvaren.”

Extra ligplaatsen

Haven Oostende, dat in februari van een Autonoom Gemeentebedrijf naar een naamloze vennootschap van publiek recht veranderde, zal binnenkort nog meer investeren. “Om onze voorsprong rond kennis en expertise van offshore verder uit te bouwen. We voorzien onder meer extra ligplaatsen voor crew transport vessels (CTV’s) en hotelschepen”, zegt Declerck.

Het is de vraag of de vijftien hectare in de voorhaven voldoende ruimte biedt. “Daarom gaan we logistieke stromen optimaliseren. We hebben ook in de achterhaven nog vijftig hectare beschikbaar, maar dat is niet toegankelijk voor de zeeschepen waarmee onderdelen van de steeds grotere windturbines worden verplaatst. We denken er wel aan om de achterhaven te benutten wanneer we de oudste windturbines moeten ontmantelen.”

Roel Jacobus