Volumegroei havens stuwt werkgelegenheid 1,2% hoger (UPDATE)

Nieuws, Scheepvaart
Roel Jacobus

Update van 14.00 uur – donderdag 26 september 

Traditioneel publiceert de Nationale Bank van België in de herfst een flashraming van het vorige jaar, in afwachting van de diepgaande statistische verwerking in de havenmonitor in het voorjaar van 2020. Uit deze eerste raming blijkt dat de werkgelegenheid in de Belgische havens in 2018 groeide met 1,2% dankzij een sterke toename in de maritieme cluster, meer bepaald in de goederenbehandeling. Elke haven creëerde banen, met uitzondering van Brussel waar een terugval van 60 jobs tot 3.908 (-1,51%) genoteerd werd.

In Antwerpen nam het aantal arbeidsplaatsen (voltijdse equivalenten) met maar liefst 756 toe tot 62.392 (+1,22%), onder meer in de chemische nijverheid en de ‘overige logistieke diensten’. In het Gentse havengebied kwamen er 407 jobs bij tot 28.953 (+1,42%), dankzij onder meer de automobielsector. Zeebrugge telde eind vorig jaar 9.869 directe arbeidsplaatsen, een toename met 140 (+1,43%) in voornamelijk de sectoren ‘scheepsagenten en expediteurs’ en wegtransport. In het Luikse havencomplex kwamen er 58 jobs bij tot 7.945 (+0,73%), waarbij de metaalverwerkende nijverheid groeide. Deze laatste sector en de ‘overige logistieke diensten’ zorgden voor 72 extra banen in het Oostendse havengebied, waar in totaal 4.986 mensen (+1,46%) werken. 

Records in Antwerpen en Oostende

Het goederenverkeer steeg in alle Belgische havens, met een gemiddelde van 4,8%. Antwerpen noteerde voor het zesde jaar op rij een overslagrecord dankzij de containers en vloeibare bulk (petroleumproducten en chemicaliën). De goederenoverslag in Zeebrugge hernam zich door een duidelijk herstel van de lng-overslag, terwijl het roroverkeer er bleef toenemen.

In Oostende zorgde droge bulk – de belangrijkste goederensoort – voor het beste resultaat in de afgelopen vijf jaar. Brussel boekte een nieuw overslagrecord door meer containers en door de modal shift van werfgrond van de weg naar de waterweg. De groei van de goederenoverslag in Gent en Luik was eerder beperkt.

Kapotte kerncentrales wegen op toegevoegde waarde

De toegevoegde waarde van alle Belgische havens samen liep in 2018 terug met 2,7 % in vergelijking met het recordjaar 2017. De daling was vooral zichtbaar in de niet-maritieme cluster in Luik en Antwerpen. In beide havens werd de energiesector negatief beïnvloed door de lagere beschikbaarheid van het nucleaire productiepark. In Antwerpen hadden de raffinaderijen bovendien af te rekenen met gedaalde raffinagemarges. In Brussel was er vooral in het niet-maritieme luik een terugval van de toegevoegde waarde in de ‘overige logistieke diensten’.

Gent en Oostende daarentegen realiseerden meer toegevoegde waarde. De toename in Gent was te danken aan de handel en de automobielsector. Oostende kende vooral een groei in de baggersector en de metaalverwerkende nijverheid. In Zeebrugge bleef de toegevoegde waarde vrijwel ongewijzigd.

Roel Jacobus