Alphaliner rangschikt carriers volgens reefercapaciteit

Nieuws, Scheepvaart
Stefan Verberckmoes

Naar aanleiding van de beurs Fruit Logistica, die vorige week in Berlijn werd gehouden, maakte de Franse databank Alphaliner er een top 10 van de containerrederijen volgens reefercapaciteit bekend. Met Maersk, MSC en CMA CGM op de eerste drie plaatsen kleurt de rangschikking duidelijk Europees.

Cosco Shipping werd door de overname van OOCL weliswaar de derde grootste containerrederij ter wereld, maar moet in het aantal reeferplugs aan boord van de vloot (234.907 plugs) toch CMA CGM laten voorgaan (293.612). Ter vergelijking: Maersk en MSC hebben respectievelijk 474.174 en 334.596 aansluitingen voor koelcontainers in hun vloot.

Hapag-Lloyd staat vijfde in de rangschikking met 172.373 reeferplugs. De tweede helft van de top 10 wordt bevolkt door respectievelijk Ocean Network Express (ONE – 127.722 plugs), Evergreen (117.521 teu), Yang Ming (54.062), PIL uit Singapore (46.814) en Hyundai Merchant Marine (HMM – 40.308).

Overname

Maersk dankt zijn positie als grootste carrier ter wereld aan de overname van Hamburg Süd. Met de vloot van die Duitse rederij kregen de Denen er veel reefercapaciteit bij. De schepen van de ‘Cap San’-klasse (foto) van de Hamburgse dochter hebben bijvoorbeeld een capaciteit van 10.500 teu en zijn uitgerust met maar liefst 2.100 aansluitingen voor reefercontainers. Als daarop 40’ high cube reefer boxen worden aangesloten, wordt 40% van de nominale capaciteit voor koelvervoer gebruikt. De koelcapaciteit bedraagt dan 110.000 kubieke meter.

Alphaliner berekende ook welk percentage van de capaciteit van de reders voor koelvervoer gebruikt kan worden. Omdat er een zeer beperkt aantal 20’ reefercontainers in omloop is, vermenigvuldigde de Franse databank elke plug met 1,95 teu (en niet 2 teu) en werd de uitkomst vergeleken met de totale capaciteit.

Ongebruikt

In dit lijstje prijkt Maersk opnieuw bovenaan: 22,7% van de totale vlootcapaciteit van ruim 4 miljoen teu kan desgewenst voor koelvervoer gebruikt worden. De andere carriers met een hoge ratio zijn PIL (21,8%), CMA CGM (21,4%) en Hapag-Lloyd (20,3%). Daarna volgen MSC (19,7%), Evergreen (19,6%) en HMM (19%). Op enige afstand komen nog Yang Ming (16,7%), Cosco (16,5%) en ONE (16,4%).

Alphaliner benadrukt wel dat een groot deel van de koelcapaciteit van de containervloot ongebruikt blijft. Heel wat schepen die standaard zijn uitgerust met honderden reeferplugs, varen immers op routes waar er weinig of geen temperatuurgevoelige lading is. De grootste reefercapaciteit is te vinden op schepen die gebouwd zijn voor de bediening van Centraal- en Zuid-Amerika. Volgens Alphaliner is er de jongste jaren ook een duidelijke tendens dat containerrederijen seizoensgebonden lijndiensten aanbieden voor bijvoorbeeld Marokkaans citrusfruit of Noord-Braziliaanse meloenen.

Conventionele vloot

Het maritieme reeferverkeer werd in 2017 op 116 miljoen ton geschat. De containerrederijen namen daarvan 82% voor hun rekening. Er bleef dus 18% over voor de conventionele reefervloot, die intussen een gemiddelde leeftijd van ruim 27 jaar heeft. Omdat de meeste schepen al te oud zijn om nog met een scrubber uit te rusten, zal de verscherping van de zwavelnormen op 1 januari 2020 deze traditionele reefervloot zwaar treffen.

De klassieke koelschepen staan nog het sterkst in het bananenvervoer, waar de verhouding tussen reefercontainers en gespecialiseerde reeferschepen nu zo’n 60-40% bedraagt. Mede dankzij de recente beslissing van de Chiquitadochter Great White Fleet om tussen Centraal-Amerika en Noord-Europa containerschepen in te zetten en de start van een nieuwe containerdienst van StreamLines (Seatrade) en Hapag-Lloyd op dezelfde route, zal het aandeel van de reefercontainers in de wereldwijde bananentrafiek naar verwachting verder stijgen naar 65%. 

Stefan Verberckmoes