Rickmers investeert in retrofit

Nieuws, Scheepvaart
Stefan Verberckmoes

Het totale investeringsprogramma van de retrofits vertegenwoordigt ongeveer 50 miljoen dollar, maar dat bedrag wordt grotendeels betaald door de charterer van de schepen. Die laatste zal immers ook het voordeel genieten van minder bunkers te moeten betalen.

Volgens Rickmers is de vraag van containerrederijen naar schepen met de laagst mogelijke slotkost bijzonder groot. Meer dan 70% van de kosten die de Duitse groep aan zijn klanten aanrekent, zijn bunkerkosten. Om die te drukken zullen op tal van schepen de bulb worden vervangen en nieuwe schroeven worden geïnstalleerd.

Opkrikken

Tegelijk wil Rickmers ook de capaciteit van de schepen opkrikken. Dat zal gebeuren door de luikhoofden te versterken en andere procedures te gaan volgen voor het vastzetten van de lading.

Rickmers controleert een vloot van 95 containerschepen met een capaciteit van 941 tot 13.092 teu. De acht grootste schepen varen in charter voor Maersk Line (foto) en kregen in 1993 en 1994 als eerste een Route Specific Container Stowage-klasse. Dat laatste laat toe om op bepaalde vaargebieden (o.a. tussen het Verre Oosten en Europa) meer zware lading mee te nemen.

Nieuwbouw

De Duitse groep heeft deze maand ook de overname van het contract voor de bouw van drie schepen van 9.300 teu bij STX Shipyard bevestigd. Flows meldde vorige maand al dat deze ‘ongewenste schepen’ in lange-termijncharter voor CMA CGM zullen varen. Volgens Rickmers vertegenwoordigt die charter zo’n 200 miljoen dollar aan inkomsten. De drie schepen werden samen voor een bedrag van ongeveer 260 miljoen dollar gekocht.