Spannende strijd om marktleiderschap

Nieuws, Scheepvaart
Stefan Verberckmoes

Momenteel is de lijnvaartdivisie van de Deense Maersk groep (Maersk Line, Safmarine, MCC Transport en SeaLand) met een vloot van 607 schepen en een capaciteit van 2.971.433 teu nog altijd groter dan MSC, dat 505 eenheden inzet (samen 2.561.954 teu).

Op dit moment is het orderboek van de rederij uit Genève wel veel groter met 52 eenheden in aanbouw, samen goed voor 660.368 nieuwe slots. Voor Maersk Line en Seago zijn zestien nieuwbouwschepen in bestelling die samen 157.640 teu vertegenwoordigen. Verwacht wordt dat Maersk binnenkort een zestal eenheden van 19.000 teu zal bestellen, terwijl MSC met Hanjin Heavy Industries onderhandelt over de bouw van vier eenheden van 11.010 teu in Subic Bay.

Optelsom

Wanneer we de bestaande capaciteit, het orderboek en de geplande orders bij elkaar tellen, komen we voor Maersk Line uit op een totaal van 3,24 miljoen teu en voor MSC op 3,26 miljoen teu. Deze berekening houdt uiteraard wel geen rekening met het vertrek van oudere tonnage uit de vloot door schepen te laten slopen of met de teruglevering van gehuurde boten.

Het is wel duidelijk dat de strijd om het marktleiderschap spannend wordt. Orders die nu geplaatst worden, kunnen uiteindelijk het verschil maken. Van Maersk is geweten dat de Denen dit jaar ook nog schepen van 10.000 tot 14.000 teu wil bestellen, terwijl MSC met de Griekse rederij Costamare praat over een lange-termijncharter voor vier of zes nog te bouwen schepen van 11.010 teu voor oplevering in 2016. Beide carriers hebben voorlopig geen plannen om tonnage van meer dan 20.000 teu te laten bouwen.

De kans dat MSC de nieuwe nummer één wordt, is in alle geval reëel. Dat is opmerkelijk omdat de rederij van de familie Aponte op eigen kracht is gegroeid, terwijl Maersk zijn huidig marktleiderschap in belangrijke mate dankt aan de overname van het Amerikaanse SeaLand en het Anglo-Nederlandse P&O Nedlloyd.