Woon-werkverkeer Waaslandhaven kan drastisch anders

Uit onderzoek van het woon-werkverkeer van werknemers in Waaslandhaven blijkt dat een op drie werknemers minstens even snel is met de fiets als met de wagen. Drie kwart van de werknemers kan carpoolen.

Aanleiding voor het onderzoek van Alfaport-Voka is het feit dat het autoverkeer steeds meer onder druk komt te staan. “We stelden ons de vraag wat we daar aan kunnen doen en welke alternatieven er zijn. En welke van die alternatieven zijn het meest kansrijk?", legt Eliene Van Aken, adviseur mobiliteit en intermodaliteit van Alfaport-Voka, uit.

Ook het positieve resultaat van een eerdere mobiliteitsscan voor de Scheldelaan lag mee aan de basis om voor Linkeroever eveneens een onderzoek te doen. Samen met het Provinciaal Mobiliteitspunt Antwerpen werd een mobiliteitsanalyse uitgevoerd bij achttien bedrijven in de bedrijvencluster Zwijndrecht. Een vergelijkbare studie werd samen met het Provinciaal Mobiliteitspunt Oost-Vlaanderen uitgevoerd voor de havenzone Waasland bij twintig bedrijven.

Bedoeling was een vergelijking te maken van de dagelijkse autoreistijd, inclusief file, met de verschillende alternatieven. In totaal werden daarbij 11.800 werknemers gescreend, goed voor 65% van alle vaste medewerkers in de Waaslandhaven.

82% met de auto

“Startpunt van het onderzoek was uit te zoeken hoe ze naar het werk komen. Van elke werknemer hebben we gegevens opgevraagd zoals adres, werktijden, shiften, enzovoort. Daaruit bleek dat 82% met de auto naar het werk komt. Dat is meer dan het gemiddelde voor Vlaanderen, dat ongeveer 66% bedraagt”, zegt Van Aken.

Uit het onderzoek in de Waaslandhaven en Zwijndrecht naar het potentieel van alternatieve vervoermiddelen zoals de fiets, openbaar en collectief vervoer en carpool, bleek dat een kwart van de werknemers minstens even snel met de fiets (voornamelijk elektrische fiets en speed-pedelec) naar het werk kan als met de auto. Daarbij zijn verschillende combinaties mogelijk: met het veer, de fietsbus, de waterbus en/of tram/bike.

“Wat het openbaar vervoer betreft, is het aanbod zeer beperkt. Er zijn er momenteel slechts twee buslijnen. Daarnaast is er nog collectief vervoer en de pendelbus met zeven routes. Technisch is het ook mogelijk om een passagierstrein naar de spoorbundel Zuid te laten rijden vanuit bijvoorbeeld Antwerpen-Noorderdokken of Antwerpen-Berchem”, zegt Van Aken. Dat alles maakt dat openbaar en collectief vervoer voor 15% van de betrokken werknemers als alternatief voor de auto kan dienen.

Carpool

Het grootste potentieel zit in carpoolen. Bij het onderzoek werden alleen werknemers uit hetzelfde bedrijf en met dezelfde postcode in acht genomen. Het resultaat is dat 77% in aanmerking komt voor carpool. “Dat percentage volledig omzetten zal moeilijk zijn, omdat we ook geen garantie kunnen geven dat de reistijd korter zal zijn. Toch kunnen hierdoor heel wat auto’s van de weg worden gehaald”, zegt Van Aken.

Actiepunten

Met de resultaten van het onderzoek gaat Alfaport-Voka samen met de bedrijven een zevental actiepunten uitwerken. “De bedrijven gaan zelf kijken wat ze kunnen doen. Met de overheid gaan we bekijken welke barrières kunnen worden weggewerkt”, besluit Van Aken.

“Voordeel van deze resultaten is dat we nu weten wat het potentieel is van de verschillende alternatieven. Tot nu toe werd daar veel over gezegd, maar nu kunnen we het gesprek opnieuw opnemen op basis van concrete gegevens. Bedrijven zullen ook met werknemers individueel in gesprek kunnen gaan, want de situatie verschilt van persoon tot persoon. We gaan gesprekken aan met De Lijn en de NMBS om verbindingen met hoog potentieel te onderbouwen. Ook collectief vervoer biedt mogelijkheden. Maar zowel collectief als openbaar vervoer worden pas echt aantrekkelijk als ze niet mee in de file staan. Daarom moeten we meer inzetten op een vrije bedding van en naar bedrijventerreinen”, zegt Stephan Vanfraechem, directeur van Alfaport-Voka.

Koen Heinen