Transportministers maken harde vuist met acht concrete maatregelen

De negen EU-ministers die gisteren de ‘Alliantie Wegvervoer’ sloten, gaan voor een aantal verrassend concrete maatregelen tegen sociale dumping. Het kernwoord daarbij is informatie-uitwisseling. De eerste reacties in de sector zijn alvast positief.

Gisteren ondertekenden de ministers van België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Oostenrijk en Zweden het memorandum over de alliantie. Ook Noorwegen is erbij. Het is geen EU-lid, maar past de Europese transportwetgeving toe. Een verrassende afwezige was Nederland.

In het memorandum, dat Flows mocht inkijken,  stellen de ministers duidelijk dat zij een eengemaakte markt willen “die de fundamentele sociale rechten beter waarborgt”. Zij zijn ook duidelijk wanneer ze stellen dat ze elke verdere liberalisering van de markt weigeren voor dat de sociale reglementeringen niet zijn geharmoniseerd.

Zij voorzien dan ook acht concrete actiepunten.

Parkings en bestelwagens

Een eerste is het toepassen van maatregelen om een gezond evenwicht te brengen tussen werk en privéleven van de chauffeurs. Hiermee gaan ze de strijd aan tegen de praktijk om in West-Europa chauffeurs te laten rondrijden die nooit naar huis rijden en hier hun weekends op parkings doorbrengen in erbarmelijke omstandigheden.

Ook voor bestelwagens wil men strengere regels. Zo willen de leden dat modaliteiten voor het beroep van truckchaffeurs ook voor deze categorie bestuurders van toepassing is.

Het derde, opmerkelijke, punt is gaat over het stimuleren van de digitale vrachtbrief, de e-CMR, alsook het aansporen om een protocol er over te tekenen. Dat is opvallend omdat een van de ondertekenaars van de alliantie – Duitsland – de kwestie veelal laat aanslepen.

Voorts wil men ook beter gegevens uitwisselen van relevante data en van gevens over evaluatie- en controlesystemen voor de cabotage. Ook streeft men een betere uitwisseling van best practices in de strijd tegen sociale fraude na.

Postbusfirma’s en CEMT-vergunningen

Men wil ook meer grensoverschrijdend samenwerken om postbusfirma’s en tachograaffraude tegen te gaan. Dat beide fraudetypes aan elkaar gelinkt worden lijkt verwonderlijk, maar is het niet. In beide gevallen worden complexe mechanismes opgezet om te vermijden dat de fraude zou opvallen. Men wil ze beter ontrafelen door internationaal samen te werken.

Ook het achtste en laatste actiepunt is verrassend duidelijk: er komt geen uitbreiding van de contingenten CEMT-vergunningen. Deze vergunningen geven toegang tot de EU-markt aan transportbedrijven van niet-EU-landen, zoals Wit-Rusland of Oekraïne. “Een vrijmaking van het contingent zou leiden tot nog meer sociale dumping”, klinkt het.

Positieve reacties

Michael Reul van UPTR reageert meteen enthousiast op het akkoord: "Dit initiatief zal nieuw leven blazen in de Europese constructie”, stelt hij. Want – zo redeneert hij – vier van de ondertekenaars voeren de jongste maanden een eigen koers en namen nationale maatregelen.

Hij roept de ministers dan ook op om één uniform detacheringsformulier te ontwerpen en een systeem uit te werken met één vertegenwoordiger waar de verschillende lidstaten informatie kunnen vragen over de verloning van de chauffeur, onder meer over de minimumlonen. 

Toch reageert hij ook enigszins sceptisch. “Tot op vandaag heeft UPTR immers moeten vaststellen dat ‘convergentie’ vaak rijmde op protectionisme, bureaucratie en eigenbelang”, stelt Reul.

Ook Febetra positief

Ook Isabelle De Maegt, woordvoerster van Febetra, reageert positief. “Wij hebben de tekst van het memorandum nog niet in de details kunnen lezen, maar we stellen vast dat een verdere liberalisering van de markt wordt uitgesloten zolang er geen verdere harmonisering is. Dat vraagt Febetra al jàren”, zegt ze.

Ook het streven naar duidelijkere en makkelijker toepasbare wetten is positief. “Dat er concrete maatregelen worden voorgesteld om de inzet van bestelwagens, meer bepaald door bedrijven uit Oost-Europa, te beteugelen, juichen wij ook toe”, klinkt het.

Het enige minpunt is de formulering van de passage over de weekendrustperiodes, vindt ze. “Die is vrij vaag. Wij vragen dat die chauffeurs om de drie weken terug naar huis moeten terugkeren, zodat ze toch twee weekends achter elkaar hun rustperiode in het voertuig kunnen nemen”, besluit De Maegt.

Philippe Van Dooren