Violeta Bulc trapt recordeditie Europese Mobiliteitsweek af in Gent

EU-Transportcommissaris Violeta Bulc zakte gisteren af naar Gent. Ze bezocht fusiehaven North Sea Port en ze was er voor de start van de Europese Mobiliteitsweek in een voor een dag autoloze Arteveldestad.

‘Mix and Move’ luidt de boodschap van de zeventiende Europese Mobiliteitsweek. Die vindt een week lang plaats in niet minder dan 2.520 steden in meer dan vijftig landen. “Van Japan tot de Verenigde Staten”, zei Bulc. En zo is de Mobiliteitsweek zijn Europese bakermat ontgroeid.

Het opzet is en blijft de mensen meer uit de wagen en in de bus, op de fiets of op wandel te krijgen, met het oog op meer leefbare steden en een meer duurzaam en veiliger transport. Daar zijn ingrijpende maatregelen voor nodig, onderstreepte de Transportcommissaris met verwijzingen naar steden als Gent, Porto, Milaan en haar eigen Ljubljana.

Fly-over

In Gent gaf Bulc samen met Anna Lisa Boni, secretaris-generaal van de Europese stedenvereniging Eurocities, burgemeester Daniël Termont en schepen van Mobiliteit en Openbare Werken Filip Watteeuw het officiële startsein van het gebeuren (foto 1).

Een zichtbaar ontspannen Bulc maakte in de namiddag een fietstocht door Gent en een wandeling op de verkeersvrije maar drukbevolkte ‘fly-over’ B401 (foto 2), de aansluiting van de E17 en E40 op de Gentse binnenstad. Er was daarbij tijd voor selfies en zelfs voor een kort danspasje met Termont.

Haven

De ochtend had Bulc dan al besteed aan een bezoek aan North Sea Port. Ze maakte een ommetje naar Terneuzen voor een kijk op de werf van de deels door Europa meegefinancierde nieuwe zeesluis. De boottocht ging terug naar Gent.

Aan boord kreeg ze uitgebreid uitleg over het hoe en waarom van de fusiehaven. Bulc zei onder de indruk te zijn van het grensoverschrijdende project en de klemtoon op tewerkstelling en jobs en op intermodaliteit die North Sea Port legt.

Havenvoorzitter Mathias De Clercq noemde het bezoek van Bulc “een compliment voor het pionierswerk dat North Sea Port levert”.

Jean-Louis Vandevoorde