Veel bijval voor ‘Plan voor eerlijke concurrentie in transport’

Het ‘Plan voor Eerlijke Concurrentie in de Transportsector’ is gisteren getekend door de betrokken ministers, vakbonden, werkgeversorganisaties en administraties. De 30 concrete maatregelen tegen sociale dumping en sociale fraude zijn goed onthaald.

Liefst vier federale ministers zijn bij dit plan betrokken: staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude Bart Tommelein, minister van Mobiliteit Jacqueline Galant, minister van Financiën en Fiscale Fraudebestrijding Johan Van Overtveldt en minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s Willy Borsus. Zij ondertekenden het plan samen met de vakbonden, werkgeversorganisaties en administraties. 

Volgens Bart Tommelein, de drijvende kracht achter het plan, is dit het bewijs dat het sociaal overleg per sector werkt. “Samen voeren we concrete maatregelen in om sociale dumping de kop in te drukken”, zei hij na afloop van de presentatie.

Galant, van haar kant, benadrukt dat ze voor een strikte toepassing van de bestaande regels pleit. “Ik zal erop toezien dat er geen versoepeling is van de regels zolang deze niet beter toegepast worden en geen bredere harmonisatie is van de sociale lasten tussen de verschillende EU-lidstaten.”

Volgens Lode Verkinderen, secretaris-generaal van TLV, is het mooiste aan dit plan dat het bestaat. "Een jaar geleden had ik nooit gedacht dat de sociale partners het eens zouden worden. Ok, het is een compromis, maar alle lof aan Bart Tommelein die ervoor gezorgd heeft dat het akkoord er is."

Philippe Degraef, directeur van Febetra, zegt tevreden te zijn met het plan. “Maar het mag geen dode letter blijven. Het komt er nu op aan om het uit te voeren en de uitwerking regelmatig te evalueren”, zegt hij.

Ook Frank Moreels, federaal secretaris van BTB-ABVV, reageert in die zin. “Papier is gewillig. Die actiepunten moeten nu concreet omgezet worden. Maar het plan heeft één grote verdienste: het bestaat. Het feit dat drie ministers en een secretaris zich engageren is een héél duidelijk signaal. We hadden sommige punten wel iets forser geformuleerd, maar het is een compromis waarachter wij staan. Sommige punten klinken zelfs als muziek in de oren.”

Geen nood aan nieuwe regels

Op nationaal gebied voorziet het plan onder andere dat er richtsnoeren worden uitgewerkt over de interpretatie door de inspectiediensten van de Europese en Belgische regelgeving. Europeesrechtelijke en nationale begrippen moeten door alle inspectiediensten op dezelfde wijze geïnterpreteerd en toegepast worden, en goed gekend zijn bij de ondernemingen en sociale partners.

Ook is beslist dat de aanpak van sociale dumping door de arbeidsauditoraten moeten worden geüniformiseerd. Er is niet zozeer nood aan nieuwe regelgeving, maar wel aan een meer uniforme controle op en handhaving van de bestaande regelgeving, is de redenering.

Er komt meer samenwerking tussen de inspectiediensten van de FOD Mobiliteit, de sociale inspectiediensten en de douane. Hun menselijke en technologische middelen van de inspectiediensten zullen worden versterkt. Volgens minister van Overtveldt zal deze versterkte samenwerking de strijd tegen fraude in de transportsector efficiënter maken. 

Het plan voorziet tevens dat er een beter evenwicht komt tussen de wegcontroles en de ‘zetelcontroles’. Zo zullen ook de buitenlandse chauffeurs beter gecontroleerd kunnen worden, die vaak werken voor ondernemingen die geen maatschappelijke zetel in België hebben.

Borsus voegde daaraan toe dat hij strenger zal optreden tegen postbusvennootschappen, zowel op het vlak van het sociaal recht, als op dat van het recht op vestiging van transportondernemingen. 

Bestelwagens

Een belangrijk punt in het plan is de opvoering van de controles op de voertuigen van minder dan 3,5 ton. Deze voertuigen moeten niet voldoen aan een aantal verplichtingen (tachograaf, transportvergunning, en dergelijke). Hoewel ze voor een groot deel ontsnappen aan de transportwetgeving, zijn er nog andere controles mogelijk.  Het plan citeert het naleven van de arbeidswetgeving, de socialezekerheidswetgeving (zwartwerk), de technische regelgeving, de vereisten verkeersveiligheid, enzovoort

“Doordat deze voertuigen momenteel onder de radar blijven, blijven sociale dumpingpraktijken met chauffeurs van deze categorie voertuigen bestaan en treedt er zelfs een verschuiving op naar deze transportvorm”, zo wordt gesteld. Minister Galant en staatssecretaris Tommelein zullen dan ook instructies aan hun inspectiediensten om deze voertuigen meer te controleren.

Volgens Degraef is dit één van de belangrijkste aspecten van het plan. “Hoewel het niet altijd duidelijk is voor wie ze rijden, men ziet ze steeds vaker op de weg en op de snelwegenparking.” Ook Moreels zegt dat ze tot nu toe meestal onder de radar zijn gebleven, maar men kan er niet naast kijken. “Men ziet ze steeds meer rondrijden. Wie hun opdrachtgevers zijn is ook voor ons niet duidelijk, maar we vermoeden dat het malafide bedrijven zijn. Onderaannemers van onderaannemers van onderaannemers nemen vaak een loopje met de wet.”

500 kg laadvermogen

Mogelijk worden ook de regels inzake de toegang tot het beroep van wegvervoerder naar elke vorm van vervoer voor rekening van derden uitgebreid. Zo zal de mogelijkheid onderzocht worden om de toegang tot het beroep uit te breiden naar voertuigen met een laadvermogen kleiner dan 500 kilogram. “Dit zal evenwel aangekaart worden op Benelux- en Europees niveau, om niet enkel de nationale vervoerders te treffen”, aldus het plan.

“Zoiets kan alleen maar op Europees niveau geregeld worden. Als wij de vakbekwaamheid eisen voor ook de lichtste bestelwagens en de andere lidstaten niet, dan zouden wij in onze eigen voet schieten”, zegt Degraef.

Loonkost

Op vlak van de loonkost is het plan eerder vaag. “Naast de aanpak van postbusfirma’s in Oost-Europese landen, moet er ook gekeken worden naar de problematiek van de hoge Belgische loonkost. In het kader van de actualisatie van het ‘plan zuurstof voor de sector’ zullen de sociale partners over de problematiek van de loonkost in de sector gemeenschappelijke aanbevelingen doen aan de regering”, klinkt het.

“Op dit vlak zijn we wat ontgoocheld. Wij hadden meer aandacht voor de loonkostproblematiek gewild. Want ondanks de lastenverlagingen uit de taxshift zijn we niet alleen nog steeds veel duurder dan de Oost-Europese landen, maar ook 10 à 15% duurder dan de buurlanden. En juist die loonkost is de reden waarom sommigen naar constructies grijpen die niet altijd orthodox zijn”, aldus Degraef.

Een zelfde geluid horen we bij Verkinderen. "Als onze beleidsmakers onze sector in België écht willen verankeren, dan moet het verschil in loonkost met de buurlanden volledig weggewerkt worden. Onze voorstellen liggen alvast op tafel."

Benelux en Europa

Het plan houdt ook 13 punten in die acties op Benelux- en Europees niveau veronderstellen. Die zijn natuurlijk veel moeilijker af te dwingen. “Op Benelux-niveau gaan we op de ingeslagen weg verder samenwerken. En in Europa zullen we pleiten voor gelijkaardige gemeenschappelijke controles met andere lidstaten, maar boven alles voor een aanpassing van de sociale wetgeving om postbusvennootschappen en illegale detacheringen beter te kunnen bestrijden”, aldus Tommelein.

Op Benelux-vlak zal getracht worden om tot strengere cabotageregels te komen; een gelijklopende interpretatie van de inbreuken en een harmonisatie van de boetes uit te werken (waarbij wel bepaald wordt dat de boete op de ‘lange rust’ in geen geval verlaagd zal worden); de tachograaf onder 3,5 ton te verplichten; gerichte controles inzake vervoer door niet Europese landen te versterken; enzovoort.

Gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats

Nog een belangrijk punt van het plan is dat is afgesproken dat minister Galant binnen de Europese Raad van ministers het standpunt zal verdedigen dat er geen verdere versoepeling van de cabotageregels mag komen.

Ook spreken de ondertekenaars zich uit voor een Europees minimumloon (per sector of interprofessioneel) waaronder geen werk mag worden aangeboden. Meer nog: ze onderschrijven het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats’. Dit zal op Europees niveau verdedigd worden.

“Dit is een politiek signaal, ook naar de Europese Commissie toe, dat niet onderschat mag worden”, aldus Moreels.

Postbusbedrijven

De ministers zullen eveneens benadrukken dat Europa strenger moet toezien op de naleving van de vestigingsvoorwaarden op Europees vlak, zodat het bestaan van postbusvennootschappen tegengegaan wordt. De federale regering zal aan de Gewesten vragen om ervoor te zorgen dat er concrete dossiers overgemaakt worden aan Commissaris Thyssen en aan Commissaris Bulc. Desgevallend moet de Europese Commissie een inbreukprocedure start tegen landen die weigeren de Europese wetgeving na te leven.

“Ook dat is een belangrijk signaal, meer bepaald naar Marianne Thyssen toe. Het kan immers niet dat de EC steeds op de nek zit van sommige lidstaten – Duitsland voor het minimumloon in het wegvervoer, België voor de Wet Major, bijvoorbeeld – en andere, die geen enkele maatregel nemen tegen de postbusbedrijven, ongemoeid laat,” aldus Moreels.

Sleutel ligt bij Europa

Tot slot zegt Verkinderen aan Flows dat het gevaarlijk is om met zuiver Belgische of Benelux-oplossingen aan te draven. "In veel fraudedossiers ligt de oplossing niet op het Belgische of het Benelux-niveau, maar op dat van de EU-wetgeving. De EU heeft de sleutel. We mogen niet naïef zijn en ons niet in een doodlopend straatje manoeuvreren. Stel dat wij alleen een tachograaf zouden verplichten in de bestelwagens, dan zouden wij ons onmiddellijk uit de markt prijzen. Ik hoop dan ook dat het Road Package dat de Commissie tegen het eind van het jaar uitwerk sommige problemen zal oplossen, of op zijn minst de regels zal verduidelijken."

Het volledige plan kan u hier vinden.