UPTR waarschuwt verladers over doorrekenen kilometerheffing

Veel wegvervoerders melden dat opdrachtgevers tariefverhogingen weigeren die het gevolg zijn van de kilometerheffing. UPTR heeft daarom de Belgische verladers aangeschreven om hen op een aantal wettelijke verplichtingen te wijzen.

De vervoerdersvereniging schreef onder andere het VBO, UNIZO, VOKA, UWE, UCM, COMEOS alsook OTM en ABCAL aan om hen eraan te herinneren dat "Opdrachtgevers niet boven de wet staan". Zij wijst hen op twee begrippen die in de wetgeving opgenomen zijn: de ‘ongeoorloofde prijs’ en het ‘misbruik van machtspositie’.

Het ITLB heeft in september 2015 een schatting uitgevoerd van de gemiddelde impact van de meerkost die de kilometerheffing zal teweegbrengen inzake de kostprijs voor een Belgische onderneming, actief in het nationaal transport. Het concludeerde dat voor de Belgische transporteurs, de Belgische kilometerheffing een gemiddelde meerkost van 7,94% zal genereren.

In die berekening zijn zowel de afschaffing van het eurovignet als de vermindering van de verkeersbelasting geïntegreerd. Ook stelt UPTR dat de dalende brandstofprijzen geen enkele ‘compensatie’ kunnen betekenen voor de meerkost die de kilometerheffing met zich zal meebrengen. 

Ongeoorloofde prijs

Daarom herinnert UPTR aan de wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg, dat enkele strafbepalingen bepaalt. “Artikel 41 § 4 zegt immers dat de transporteur, de opdrachtgever, de vervoerscommissionair of de commissionair-expediteur worden gestraft met een boete van 500 tot 50.000€, vermeerderd met de opdeciemen, indien zij een vervoer hebben aangeboden, verricht of laten verrichten, tegen een ongeoorloofd lage prijs.

Onder "ongeoorloofd lage prijs" dient te worden verstaan een prijs die onvoldoende is om tegelijkertijd te dekken:

  • de niet te vermijden posten van de kostprijs van het voertuig, in het bijzonder de afschrijving of de huur, de banden, de brandstof en het onderhoud;
  • de kosten voortvloeiende uit wettelijke of reglementaire verplichtingen, in het bijzonder sociale, fiscale, verzekerings- en veiligheidskosten;
  • de kosten voortvloeiende uit het bestuur en de leiding van de onderneming

Misbruik van machtspositie

Tevens herinnert UPTR aan het principe van ‘misbruik van machtspositie’, waarbij één of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op de betrokken Belgische markt of op een wezenlijk deel daarvan. 

“Het misbruik van machtspositie vloeit voort uit het eenzijdige gedrag van één of meer ondernemingen en is verboden door artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht”, stelt UPTR. Zij geeft enkele voorbeelden van courante vormen van machtsmisbruik, waaronder: het opleggen van een aankoopprijs, verkoopprijs of andere onbillijke contractuele voorwaarden; en de toepassing van buitensporig hoge prijzen of uitsluiting door de dominante onderneming.

Absoluut verbod

“Voor misbruik van machtspositie kan geen enkele uitzondering gelden, hier geldt een absoluut verbod”, stelt UPTR. Zij zegt dan ook dat zij “zich ter beschikking van haar Belgische transporteurs om, indien nodig, uw opdrachtgevers te herinneren aan deze bovenstaande elementen.” Dat zal ze doen “in naam en onder verantwoordelijkheid van UPTR”.

Ook zegt ze dat, “indien nodig, UPTR ook een klacht kan neerleggen bij de Belgische Mededingingsautoriteit (het toenmalige ‘Raad voor de Mededinging’) om elk geval van een misbruik van machtspositie aan te geven.”