Transportfederaties luiden opnieuw noodklok over EFSI

De impact van het Plan Juncker en zijn Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI) op de Connecting Europe Facility (CEF) blijft voor grote ongerustheid zorgen in de transportsector. Veertien transportfederaties luiden opnieuw de noodklok.

UNIFE, UIP, UIRR, INE, Feport, ECSA, ESPO, ESO, ESC, ERFA, EIM, EFIP, EBU en CER hadden eerder al de vrees uitgesproken dat veel geld voor de uitbouw zou wegvloeien uit de CEF-enveloppe om EFSI te spijzen. In de aanloop naar de Transportraad van deze week uiten ze opnieuw hun bezorgdheid te uiten over de nieuwe koers die de Europese Unie inzake ontwikkeling en financiering van transportinfrastructuur lijkt te willen gaan varen.

Zij benadrukken het belang van CEF om de trans-Europese transportnetwerken gefinancierd te krijgen. “CEF en TEN-t zijn de hefbomen van een ambitieus en tegelijkertijd realistisch infrastructuurbeleid dat zal bijdragen tot een beter verbonden Unie en tot de uitbouw van het stevig transportnetwerk dat de Europese industrie nodig heeft om te bloeien”, klinkt het.

“Te optimistisch”

Met de ambitie van het Plan Juncker om meer private investeringen naar de transportsector te loodsen is op zich niets mis. Maar de Commissie koestert veel te optimistische verwachtingen over wat EFSI kan afleveren, vinden de veertien die zowat alle geledingen van de transportsector vertegenwoordigen. “Dat kan ten koste gaan van veel infrastructuurprojecten die nu in aanmerking komen voor CEF-financiering, maar waar wellicht geen investeringen naartoe zullen gaan onder EFSI.”

De verschuiving van een fors deel van het CEF-budget naar het EFSI-garantiefonds brengt vele prioritaire TEN-T-projecten in gevaar. Projecten “waar veel  en zeer voorspelbaar verkeer is over relatief korte afstanden” (tolbruggen of toltunnels zijn wellicht goede voorbeelden), maken onder EFSI wel kans, is hun inschatting.

“Veel haven-, spoor- en binnenvaartprojecten vertonen echter andere kenmerken. Toch zijn ze noodzakelijk om een efficiënt en intermodaal duurzaam EU-wijd transportnetwerk uit te bouwen. Openbare kredieten zullen daarom van vitaal belang blijven.”

“Alternatief formuleren”

Een combinatie van financiële instrumenten (zoals EFSI) en openbare kredieten (voor de financiering van projectonderdelen die geen inkomsten genereren) om transportinfrastructuur aantrekkelijker te maken voor privé-ondernemers zien de dertien organisaties dan wel weer zitten.

“Maar dit soort constructies is vanzelfsprekend enkel mogelijk indien het budget voor CEF-kredieten nog voldoende middelen heeft. Wij roepen de Europese transportministers om na te denken over hoe snoeien in het CEF-budget vermeden kan worden, en om een alternatief te formuleren om EFSI van een aangepast kredietgarantie te voorzien.”