Sociale fraude in het wegvervoer: bal ligt weer in kamp van regering

Na de vernietiging van het KB over de hoofdelijke aansprakelijkheid in het wegvervoer voor de betaling van loonschulden van onderaannemers, ligt de bal opnieuw in het kamp van de regering. Die kan twee pistes bewandelen.

De vorige regering trof die maatregel in het raam van de strijd tegen sociale dumping in het wegvervoer. Ze deed dat na het inwinnen van het advies van het Paritair Comité 140. Omdat dat advies niet “eenparig” was (in tegenstelling tot wat in de aanhef van het koninklijk besluit wordt gesteld), stapte UPTR achteraf naar de Raad van State om die maatregel te laten wraken.

Vormbezwaren

De wegvervoerdersfederatie had zelf samen met Febetra en TLV het advies aan toenmalig staatssecretaris voor fraudebestrijding John Crombez onder voorwaarden goedgekeurd. Zij beriep zich op dat voorbehoud en op het feit dat de taxisector de andere deelsectoren niet volgde, om naar de Raad van State te stappen.

Zoals Flows begin juli al meldde, is de Raad van State de UPTR in die argumentatie op formele gronden gevolgd en werd het kb nietig verklaard. De Raad van State verwijst in haar arrest onder meer naar het feit dat subcomité 140.03 (subsector wegvervoer en logistiek voor derden) bij het uitbrengen van het advies nog niet officieel was samengesteld.

UPTR klopte zich achteraf op de borst voor het behalen van dit resultaat waarmee het arsenaal voor de strijd tegen oneerlijke concurrentie en sociale dumping in het wegvervoer alvast voorlopig weer een stuk lichter wordt.

Twee pistes

Het komt nu aan de regering toe uit te maken hoe zij de zaak verder wil aanpakken. Daarvoor liggen naar verluidt twee pistes open.

De eerste bestaat erin het dossier terug te sturen naar het Paritair Comité, waar het subcomité 140.03 nu wel officieel samengesteld is en zich voor de subsector ‘wegvervoer en logistiek voor rekening van derden’ zou kunnen uitspreken. Alleen rijst bij sommige waarnemers de vraag hoe de bonden zullen reageren. De BTB had na de vernietiging van het kb door de Raad van State de houding van UPTR op de korrel genomen.

De andere piste houdt in dat de regering zelf met een aangepaste tekst komt die aan de vormbezwaren van de Raad van State tegemoet komt. Daarbij zou zowel Bart Tommelein, staatssecretaris voor Bestrijding van Sociale Fraude, als minister van Financiën Johan van Overtveldt, ook bevoegd voor de bestrijding van fiscale fraude, of minister van Werk Kris Peeters het voortouw kunnen nemen, klinkt het.

Naar verluidt heeft Tommelein (foto) al laten optekenen dat hij het onderwerp in september met de sector wil bespreken op een rondetafel over de bestrijding van sociale fraude. De bal zal hoe dan ook pas na het parlementair reces weer definitief aan het rollen kunnen gaan.

In het wegvervoer wil men in die context vasthouden aan de voorwaarde dat de hoofdelijke aansprakelijkheid enkel voor loonschulden en niet voor fiscale schulden en sociale zekerheid mag gelden.