Siemenstopman: "Hybride vliegtuigmotor over enkele jaren de norm"

Een nieuwe generatie vliegtuigmotoren zorgt sneller dan we denken voor een revolutie in het luchtvervoer, betoogt Siemenstopman Andreas Reeh op een colloquium aan de Universiteit Antwerpen. Benieuwd of de industrie even gretig volgt.

Het Air Transport Colloquium van de Universiteit Antwerpen, een initiatief van het expertisecentrum C-MAT (Centre for Maritime & Air Transport Management), is een vaste afspraak voor professionals, academici en studenten uit de luchtvaartsector. Dit jaar lag de nadruk sterk op de innovaties en disrupties die vandaag en op de middellange termijn het businessmodel van de sector door elkaar kunnen schudden. 

Hybride motor

Een van die aspecten is de motorisering van de vliegtuigen, zo blijkt uit de uiteenzetting van dr. Andreas Reeh, Head of Electric Machines bij de Duitse industriegigant Siemens. Het bedrijf zet in op hybride elektrische motoren: een brandstofmotor levert de energie, die wordt omgezet in elektrische stroom en zo propellers aandrijft. "Op die manier hoeven propulsie en energieopwekking niet meer op dezelfde plaats te gebeuren", zegt Reeh. In mensentaal: de brandstofaangedreven motor kan in de romp worden geborgen, de propellers met hun compacte motoren kunnen optimaal worden geplaatst. Resultaat: nieuwe ontwerpmogelijkheden en betere aerodynamica. Volgens Reeh zijn de motoren eenvoudiger te produceren, vergen ze minder onderhoud en verbruik, en halen ze de uitstoot drastisch naar beneden. Bovendien onthulde Siemens in samenwerking met Diamond Aircraft al een geavanceerd vliegensklaar prototype voor een klein tweemotorig passagiersvliegtuig. Op de korte en middellange afstand wordt deze aandrijving volgens Reeh over enkele jaren de norm. What's there not to like? 

The Jetsons

"Deze technologie opent de deur voor radicaal nieuwe vliegtuigontwerpen", zegt Reeh. Hij denkt dan in de eerste plaats aan geavanceerde drones, maar ook nieuwe, kleine vliegtuigjes voor de luchtvaart op korte afstand. Hier begint Reehs betoog op een aflevering van The Jetsons te lijken. De nieuwe motoren maken de conceptie mogelijk van wat in wezen vliegende taxi's zijn: kleine passagiersvliegtuigjes die verticaal kunnen landen en opstijgen en in dichtbevolkte, gecongesteerde stedelijke gebieden de rol van taxi's zouden overnemen. Volgens Reeh heeft Uber al interesse in dergelijke voertuigen, dus de kans dat het niet bij toekomstmuziek blijft, is reëel. Ook Boeing, Embraer en Airbus dromen er nu al luidop van. In 2023 hoopt Airbus in die context de CityAirbus voor te stellen. "Tussen vandaag en 2030 zullen we nog veel disruptieve technologieën ingang zien vinden. Maar de kans dat Europa daarin een vootrekkersrol zal spelen, is klein. We zullen deze 'urban' luchtvaart waarschijnlijk voor het eerst in actie zien in Azië", besluit Reeh.

Tussen droom en daad 

Het panelgesprek dat op die uiteenzetting volgt, toont wel aan dat tussen droom en daad nog een hoop praktische bezwaren staan. De regelgeving, bijvoorbeeld, die het waarschijnlik niet evident zal maken om een druk verkeer van vliegende taxi's toe te laten boven dichtbevolkte gebieden. Op basis van de stellingen die moderator Wouter Dewulf afvuurt op zijn eminente panel (prof. Jaap De Wit van Universiteit Amsterdam, Jaco Vaneman, Head of E-commerce logistics, AF KLM Cargo), Koen Gouweloose (VP Customer Service Operations Europe, DHL en AndreasReeh) mag blijken dat publiek en experts zich afvragen of de asset-heavy luchtvaartsector wel de flexibiliteit en de middelen heeft om snel in te spelen op de innovaties. 

Aftandse tech in wet 

Filip Cornelis, Director of Aviation bij het DG MOVE van de Europese Commissie, drukt in zijn slotspeech alvast de aanwezigen op het hart dat Europa altijd op zoek gaat naar een intelligent regelgevend kader, dat weliswaar de veiligheid voorop zet, maar niet in de weg wil staan van tehnologische innovaties. De wetgeving rond de verkoop van tickets wordt aangepast aan de huidige realiteit (weg gaan de verwijzingen naar 'datatapes' in de bepalingen) en er wordt werk gemaakt van 'Uspace', een internet of things dat de toekomstige zwermen van onbemande drones met elkaar moet laten communiceren. 

Mede initiatiefneemster Franziska Kupfer (UA) blikt tevreden terug op de bijeenkomst. "De les die we vandaag kunnen trekken, is dat er zowel op technisch als op businessvlak heel wat verandert, en dat de regelgeving zal moeten volgen. Ook de digitalisering neemt snel toe. Je ziet dat de sector daarmee aan de slag gaat: verschillende fabrikanten experimenteren nu al met elektrische vliegtuigen, start-ups proberen businessmodellen uit om te innoveren in de bedeling van pakjes. Niet al die initiatieven zullen overleven, maar het staat wel vast dat er heel wat interessante dingen te gebeuren staan." 

Michiel Leen